“Zoveel jaren van strijd...”

Er zijn donkere wolken gekomen van lusteloosheid en ontgoocheling. Er zijn buien van verdriet gevallen en je hebt het sterke gevoel dat je vastzit.

En daar bovenop word je belaagd door een gevoel van vertwijfeling dat voortkomt uit een min of meer objectieve werkelijkheid: zoveel jaren van strijd, en nog ben je zo achter, zo ver achter. Dit alles is noodzakelijk en God rekent hiermee: om de gaudium cum pace - de ware vrede en vreugde - te bereiken moeten we aan de overtuiging van ons kindschap Gods, die ons vol optimisme stemt, de erkenning toevoegen van onze eigen, persoonlijke zwakheid.
(De Voor, 78)

Ook wanneer we onze beperkingen heel diep ervaren, kunnen en moeten we naar God de Vader, God de Zoon en God de heilige Geest kijken, want we weten dat wij deel hebben aan het goddelijk leven. We hebben nooit voldoende reden om achterom te kijken:(vgl. Lc. 9, 62) de Heer staat naast ons. We moeten trouw onze verplichtingen nakomen, bij Jezus de liefde en de stimulans vinden om begrip te hebben voor de fouten van anderen en onze eigen fouten te bestrijden. Zo dient zelfs de ontmoediging – die van jou, die van mij, die van alle mensen – ook als steun voor het Rijk van Christus.

Laten we onze zwakheden erkennen, maar de macht van God belijden. Het christelijk leven moet worden gekenmerkt door optimisme, blijdschap en de vaste overtuiging dat de Heer zich van ons wil bedienen. Als wij ons deel voelen van de heilige Kerk, als we zien dat we worden gestut door de sterke rots van Petrus en door de werkzaamheid van de heilige Geest, zullen we het besluit nemen om onze kleine plicht van ieder ogenblik te vervullen: iedere dag een beetje zaaien. En de oogst zal de schuren tot barstens toe vullen.

Christus komt langs, 160