“Zoek je heil in de biecht”

Mijn kind, als je eens mocht vallen, zoek dan je heil in de biecht en de geestelijke leiding. Laat de wond zien, zodat ze die grondig kunnen behandelen en iedere mogelijkheid tot infectie wegnemen, ook als zo'n ingreep pijn doet. (De Smidse, 192)

Ik zal een samenvatting geven van je ziektegeschiedenis: hier val ik en daar sta ik weer op : dat laatste is het belangrijkste. - Ga dus door met die innerlijke strijd, al gaat het ook met de snelheid van een schildpad. Vooruit!

Je weet precies, mijn zoon, waar je terecht kunt komen als je niet vecht: afgrond roept afgrond op.
(De Voor, 173)

Uit wat je schreef blijkt dat je hebt begrepen wat oprechtheid wil zeggen: “Ik probeer voortaan de dingen bij hun naam te noemen en vooral geen woorden te zoeken om iets te zeggen dat er niet is”.
(De Voor, 332)

“Abyssus abyssum invocat”, - de ene afgrond roept de andere afgrond op, heb ik je al eerder gezegd. Dat is een nauwkeurige beschrijving van het gedrag van leugenaars, schijnheiligen, afvalligen en verraders: omdat ze onvrede hebben met hun eigen manier van doen, verbergen ze hun wandaden voor anderen, en zo vervallen ze van kwaad tot erger en scheppen een kloof tussen zichzelf en hun naaste.
(De Voor, 338)

Als je steeds meer verenigd wilt zijn met God is het noodzakelijk dat je eerlijk bent. Als je een 'steen' met je meesleept, mijn kind, gooi die dan van je af! Doe wat ik je altijd aangeraden heb. Vertel eerst alles waarvan je zou willen, dat niemand het te weten komt. Het is een hele opluchting als die 'steen' eenmaal van je is weggenomen in de biecht!
(De Smidse, 193)

Pas bij het gewetensonderzoek op voor de stomme duivel.
(De Weg, 236)