“Wij moeten onze toevlucht zoeken bij de goede herder”

Je meent een hele persoonlijkheid te zijn, vanwege je studies. - Je wetenschappelijk onderzoek, je publicaties, - je maatschappelijke positie, - je familienaam, - je politieke activiteiten, - de ambten die je bekleedt, - je vermogen..., je leeftijd, je bent geen kind meer!... Juist daarom heb je meer dan anderen een geestelijk leidsman nodig voor je ziel. (De Weg, 63)

De heiligheid van de bruid van Christus is altijd – ook nu – gebleken uit de overvloed aan goede herders. Maar het christelijk geloof dat ons leert eenvoudig te zijn, maakt ons niet naïef. Er zijn huurlingen die zwijgen en huurlingen die spreken, maar hun woorden zijn niet de woorden van Christus. Als de Heer toelaat dat we, ook in kleine dingen, in het donker tasten en merken dat ons geloof niet sterk genoeg is, dan moeten we ons heil zoeken bij de goede herder. De goede herder komt door de deur naar binnen, dat is zijn recht, en hij geeft zijn leven voor de anderen, hij laat met woord en daad zien dat zijn hart vol liefde is. Hij is misschien ook een zondaar, maar hij vertrouwt altijd op de vergiffenis en de barmhartigheid van Christus.

Als je geweten onrustig is doordat je onzeker bent over een fout die je hebt gemaakt, ga dan het boetesacrament ontvangen, ook als je denkt dat het niet om iets ernstigs gaat. Ga naar een priester die zich echt om jou bekommert en die van jou een vast geloof, een zuiver voelend hart en christelijke standvastigheid verlangt. Wij hebben in de Kerk de grootst mogelijke vrijheid om te biechten bij welke priester dan ook, mits hij de vereiste kerkelijke bevoegdheid heeft. Maar een christen die leeft zoals het hoort, zal in alle vrijheid naar een priester gaan van wie hij weet dat hij een goede herder is die hem kan helpen naar omhoog te kijken en de ster van de Heer weer aan de hemel te zien.

Christus komt langs, 34