Palmzondag

Met onze dienstbaarheid kunnen we de Heer een nog grotere triomf bereiden dan bij zijn intocht in Met onze dienstbaarheid kunnen we de Heer een nog grotere triomf bereiden dan bij zijn intocht in Jeruzalem... Want er zal geen Judas, geen Hof van Olijven en geen duistere nacht zijn... Het zal ons lukken de wereld te doen branden met de vlammen van het vuur dat Hij op aarde kwam brengen...!

En het licht van de waarheid - onze Jezus - zal het verstand van de mensen verlichten in een dag zonder einde. (De Smidse, 947)

De liturgie van de katholieke Kerk verbindt het oude op een voortreffelijke wijze met het nieuwe, en zo lezen wij vol vreugde: De kinderen van de Hebreeën droegen olijftakken in de hand. Zij trokken de Heer tegemoet terwijl ze uitriepen: Hosanna in den hoge! (Antifoon bij de uitdeling van de gewijde palmtakken).

In ons hart verenigt deze huldiging zich met de jubelzang waarmee zijn geboorte in Bethlehem werd begroet. Terwijl Hij voorttrok, spreidden ze hun mantels op de weg uit. Toen Hij de stad naderde, begonnen zijn talrijke volgelingen, reeds op de helling van de Olijfberg, opgetogen en met luide stem God te prijzen om alle wonderen die zij gezien hadden. Zij riepen: Gezegend de Koning, die komt in de Naam van de Heer! Vrede in de hemel en eer in den hoge! (Lc. 19, 36-38)

Laten we op deze Palmzondag, waarmee voor Jezus de week begint die beslissend is voor onze redding, geen oppervlakkige beschouwingen doen, maar naar de kern gaan van wat werkelijk belangrijk is. Vergeet niet dat ons streven is naar de hemel te gaan en dat al het andere niet de moeite waard is. Om naar de hemel te gaan moeten we trouw zijn aan de leer van Christus, en om trouw te zijn moeten we voortdurend strijden tegen de hindernissen die ons eeuwig geluk in de weg staan. (...)

We lezen in de Mis van dit feest dat de christen er zeker van kan zijn dat God hem, als hij maar wil strijden, bij de hand neemt. Het is Jezus, de Vredevorst die Jeruzalem binnengaat op een arm ezeltje, die zegt: Het Rijk der hemelen breekt zich met geweld baan, en geweldenaars maken het buit (Mt. 11, 12). Dit geweld uit zich niet in gewelddadigheid tegen anderen, maar het is de kracht om onze eigen zwakheden en ellende te bestrijden, de moed om onze trouweloosheid niet te verbloemen, de morele kracht om voor het geloof uit te komen, ook in een vijandige omgeving.

Christus komt langs, 73, 76, 82