“Ik aanbid U, ik bemin U, vermeerder mijn geloof”

Zeg Hem als je Hem ontvangt: Heer, ik vertrouw op U, ik aanbid U, ik bemin U, vermeerder mijn geloof. Steun mij in mijn zwakheid, U hebt immers in de Eucharistie willen blijven om - zelf zo weerloos - de zwakheid van uw schepselen weg te nemen. (De Smidse 832)

De heilige Mis eindigt met Christus in onze ziel. De zegen van de Vader, de Zoon en de heilige Geest begeleidt ons de hele dag bij onze eenvoudige en gewone taak om alle nobele bezigheden van de mens te heiligen.
Door de heilige Mis zullen jullie leren hoe je met elk van de drie goddelijke Personen omgaat: met de Vader, die de Zoon voortbrengt; met de Zoon, die door de Vader wordt voortgebracht; en met de heilige Geest, die uit beiden voortkomt. Tot welk van de drie Personen we ons ook richten, we richten ons steeds tot de ene God. En als wij ons tot de Drie in de Drie-eenheid richten, richten we ons ook tot de enige en ware God. Houd van de Mis, mijn kinderen, houd van de Mis. Ga vol verlangen ter communie, ook al ben je innerlijk koud, ook al zit het gevoel niet mee. Ontvang Hem met geloof, met hoop en brandend van liefde.

Wie niet van de heilige Mis houdt, wie niet probeert met rust, aandacht, devotie en liefde met de Mis mee te leven, houdt niet van Christus. Liefde maakt de verliefde mens fijngevoelig en attent. Liefde laat kleine dingen ontdekken die vaak nauwelijks opgemerkt worden, maar altijd getuigen van een verliefd hart. Op deze wijze moeten wij de heilige Mis bijwonen. Daarom denk ik dat mensen die een Mis willen bijwonen die kort duurt en overhaastig gelezen wordt, door deze overigens weinig elegante houding laten zien dat zij de betekenis van het altaaroffer niet hebben begrepen.
De liefde voor Christus, die zich voor ons opoffert, is voor ons een impuls om na afloop van de heilige Mis enkele minuten persoonlijk en intiem dank te zeggen, waarmee we in de stilte van ons hart de dankzegging voortzetten die de Eucharistie als zodanig al is.

Christus komt langs, 91-92