“Hij is daar, met zijn Vlees en Bloed”

“Dit is Mijn Lichaam” en Jezus offerde Zich, Zich verbergend onder de gedaante van brood - Nu is Hij daar, met zijn Vlees en Bloed, zijn Ziel en zijn Godheid, juist zoals op de dag dat Tomas zijn vingers in zijn glorierijke wonden legde. En toch ga je zo dikwijls langs Hem zonder dat je ook maar een gebaar van een groet maakt uit simpele hoffelijkheid, wat je zelfs al doet bij een bekende die je tegenkomt. Je hebt heel wat minder geloof dan Tomas! (De Voor, 684)

De vreugde (...) vloeit dus voort uit ons besef dat de Schepper overloopt van liefde voor zijn schepselen. En alsof alle bewijzen van zijn barmhartigheid nog niet genoeg waren, heeft onze Heer Jezus Christus de Eucharistie ingesteld, zodat we Hem altijd dicht bij ons kunnen hebben. En ook – voor zover we dat kunnen begrijpen – omdat Hij zo door zijn liefde wordt gedreven dat Hij, hoewel Hij niets nodig heeft, Hij heeft ons niet wil missen. De Drie-eenheid heeft een passie voor de mens die Hij tot de orde van de genade verheven heeft en die naar zijn beeld en gelijkenis is gemaakt (Gen. 1, 26). Hij heeft de mens verlost van de zonde – van de zonde van Adam die op zijn hele nageslacht is overgedragen, en van de persoonlijke zonden van iedereen – en Hij verlangt er vurig naar in onze ziel te wonen. Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord onderhouden; mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen (Joh. 14, 23).

In de Eucharistie blijft deze drievoudige stroom van liefde voor de mensen voor altijd op een heilige manier aanwezig. Jaren geleden hebben wij in de catechismus geleerd dat de Eucharistie beschouwd kan worden als een offer en als een sacrament; en dat dit sacrament er is als de heilige communie en als een schat op het altaar: in het tabernakel. De Kerk heeft nog een feest aan het eucharistisch mysterie, aan het Lichaam van Christus gewijd, dat in alle tabernakels van de hele wereld aanwezig is: Corpus Christi, Sacramentsdag.

Christus komt langs, 84-85