“Het mysterie van Witte Donderdag”

Wij moeten de volgende woorden van Jezus helemaal tot de onze maken: Desiderio desideravi hoc Pascha manducare vobiscum, vurig heb Ik verlangd dit paasmaal met u te eten.

We kunnen onze grote liefde voor het heilig Misoffer niet beter uiten dan door nauwgezet, tot in de kleinste details, de door de wijsheid van de Kerk voorgeschreven liturgische bepalingen in acht te nemen. En behalve dat wij Hem liefhebben, moeten we ook de behoefte voelen op Christus te lijken, niet alleen innerlijk, maar ook uiterlijk We moeten ons - bij de weidse ruimten van het christelijk altaar - met een ritme en een harmonie bewegen die uitdrukking geven aan de gehoorzame wil tot heiligheid, die zich vereenzelvigt met de wil van de Bruid van Christus, de Kerk; dat wil zeggen met de wil van Christus zelf.
De Smidse, 833

Het Paasfeest was op handen. Jezus die wist dat zijn uur gekomen was om uit deze wereld over te gaan naar de Vader, en die de zijnen in de wereld bemind had, gaf hun een bewijs van zijn liefde tot het uiterste toe (Joh. 13, 1). Deze woorden van de heilige Johannes kondigen de lezer van zijn evangelie aan dat er op die dag iets belangrijks gaat gebeuren. Het is, zoals ook de heilige Lucas in zijn verslag optekent, een van liefde bewogen inleiding op wat komen gaat: Vurig heb Ik verlangd, verklaart de Heer, eer Ik ga lijden, dit paasmaal met u te eten (Lc. 22, 15).

Laten we aan de heilige Geest vragen ons te helpen om elke uitdrukking en elk gebaar van Jezus te begrijpen, omdat wij een bovennatuurlijk leven willen leiden, omdat de Heer ons gezegd heeft dat Hij zich als voedsel wil geven voor onze ziel en omdat wij erkennen dat alleen Hij woorden van eeuwig leven heeft (Joh. 6, 69).

Het geloof laat ons met Simon Petrus belijden: Wij geloven en weten dat Gij de Christus zijt, de zoon van God (Joh. 6, 70). En door het geloof dat met onze vroomheid versmolten is, durven wij op deze heilige momenten het stoutmoedige voorbeeld van Johannes te volgen en ons hoofd tegen de borst van de Meester te leggen (vgl. Joh. 13, 25) die – zoals we zojuist hebben gehoord – de zijnen vurig liefhad en in zijn liefde tot het uiterste ging.

Alles wat gezegd kan worden om, al is het maar bij benadering, het mysterie van Witte Donderdag uit te leggen, is heel armzalig. We kunnen ons wel enigszins een voorstelling maken van de gevoelens van het hart van Jezus op die avond, de laatste die Hij met de zijnen doorbracht, vóór het offer van Calvarië.

Christus komt langs, 83