​“God neemt deel aan onze pijn om die te overwinnen”

“Ik heb plannen voor uw heil, niet voor uw onheil.” De Nederlandse vertaling van de homilie van pater Raniero Cantalamessa, pauselijk prediker, gehouden tijdens de Viering van het lijden en sterven van Christus op Goede Vrijdag voorgezeten door Paus Franciscus in de Sint Pietersbasiliek te Rome. Traditioneel predikt Vader Cantalamessa de preek tijdens deze liturgie op Goede Vrijdag.

Van de paus en de Kerk

De heilige. Gregorius de Grote zei dat de Heilige Schrift “groeit met Haar lezers”, cum legentibus crescit.[1] Zij onthult betekenissen die altijd nieuw zijn volgens de vragen die mensen in hun hart hebben, wanneer zij Haar lezen. En dit jaar lezen we het stuk van de Passie met een vraag - of beter gezegd met een kreet - in onze harten die uit de gehele wereld oprijst. We moeten de antwoorden zoeken die het Woord van God ons hierop geeft.

De lezing waar we net naar hebben geluisterd, is een verslag van het objectief gezien, grootste kwaad dat op deze aarde is begaan. We kunnen het van twee kanten bekijken: enerzijds aan de voorzijde, anderzijds van de achterzijde. Anders gezegd, hetzij via de oorzaken of via de gevolgen. Als we stilstaan bij de historische oorzaken van Christus’ dood, dan raken we in de war en iedereen heeft de neiging om te zeggen, zoals Pilatus deed, “Ik ben onschuldig aan het bloed van deze rechtschapen man” (Mt 27:24). Het kruis wordt beter begrepen door de gevolgen dan door de oorzaken. En wat waren de gevolgen van Christus’ dood? Gerechtvaardigd door het geloof in Hem, verzoend en in vrede met God, en vervuld zijn met de hoop op eeuwig leven! (vgl. Rom 5:1-5).

Het kruis van Christus heeft de betekenis van pijn en menselijk lijden – van elke vorm van lijden, fysiek en moraal – veranderd. Het is niet langer een straf, een vloek.

Maar er is een gevolg, dat de huidige situatie in het bijzonder ons kan helpen begrijpen. Het kruis van Christus heeft de betekenis van pijn en menselijk lijden – van elke vorm van lijden, fysiek en moraal – veranderd. Het is niet langer een straf, een vloek. Het werd bij de wortels verlost, toen de Zoon van God het op zich nam. Wat is het meest zekere bewijs dat de beker die een ander jou aanbiedt, niet vergiftigd is? Dat is wanneer diezelfde persoon voor jou uit dezelfde beker drinkt. Dit is wat God heeft gedaan: op het kruis heeft Hij, voor de gehele wereld, de beker van het lijden tot op de bodem leeggedronken. Zo heeft Hij ons getoond dat het niet vergiftigd is, maar dat er een parel op de bodem ligt.

En niet alleen het lijden van hen die geloven, maar al het menselijk lijden. Hij is voor alle mensen gestorven: “En wanneer ik van de aarde zal zijn omhoog geheven,” zei Hij, “zal Ik allen tot Mij trekken” (Jn 12:32). Iedereen, niet alleen enkelen! De heilige Johannes Paulus II schreef na de aanslag op zijn leven vanuit zijn ziekenhuisbed, “Lijden betekent bijzonder ontvankelijk worden en openstaan voor de heilzame kracht van God, die de mens in Christus wordt geschonken.”[2] Dankzij het kruis van Christus is lijden op zijn eigen manier een soort “universeel sacrament van verlossing” voor het menselijk ras geworden.

Welk licht werpt dit alles op de dramatische situatie die de mensheid momenteel doormaakt? Ook hier moeten we meer naar de gevolgen dan naar de oorzaken kijken – niet alleen de negatieve die we elke dag in de hartverscheurende nieuwsberichten horen – maar ook de positieve die we alleen met een zorgvuldigere observatie kunnen begrijpen.

Er was slechts het meest kleine en vormloze element van de natuur, namelijk een virus, voor nodig om ons eraan te herinneren dat we sterfelijk zijn – “Wie dit niet begrijpt, hoe rijk hij ook is: hij is als de dieren, gedoemd om te sterven” (Ps 49:21).

De coronapandemie heeft ons abrupt wakker geschud van het grootste gevaar waar de individuen en de mensheid altijd vatbaar voor zijn geweest: die van het waanidee van de almacht. Een Joodse rabbi schreef, dat we dit jaar de mogelijkheid hebben om een hele speciale paasexodus te vieren, dat “van de ballingschap van het bewustzijn”.[3] Er was slechts het meest kleine en vormloze element van de natuur, namelijk een virus, voor nodig om ons eraan te herinneren dat we sterfelijk zijn, dat militaire macht en technologie niet voldoende zijn om onszelf te redden. Zoals een psalm in de Bijbel zegt, “Wie dit niet begrijpt, hoe rijk hij ook is: hij is als de dieren, gedoemd om te sterven” (Ps 49:21). Wat een waarheid schuilt in deze woorden!

Terwijl hij fresco’s schilderde in de St Paul's Cathedral in London, werd de kunstenaar James Thornhill op een bepaald moment zo opgewonden over zijn fresco dat hij een stap terug deed om het beter te kunnen zien. Hij wist echter niet dat hij op het punt stond om over de rand van de steiger te vallen. Zijn met afschuw vervulde assistent begreep dat hem roepen de ramp alleen maar zou hebben versneld. Zonder erbij na te denken, doopte hij een penseel in de verf en smeet het tegen het midden van het fresco. De meester sprong diep geschokt naar voren. Zijn werk was beschadigd, maar hij werd gered.

“Ik heb plannen … voor uw heil, niet voor uw onheil” (Jer 29:11)

God doet dit soms ook met ons: Hij verstoort onze projecten en onze kalmte om ons te redden van de afgrond die wij niet zien. Maar we moeten oppassen dat we niet misleid worden. God is niet degene die het penseel tegen het sprankelende fresco van onze technologische maatschappij heeft gegooid. God is onze bondgenoot, niet de bondgenoot van het virus! Hijzelf heeft in de Bijbel gezegd, “Ik heb plannen … voor uw heil, niet voor uw onheil” (Jer 29:11). Als deze plagen straffen van God waren, verklaart dat niet waarom ze zowel de goeden als de slechten raken, en waarom de armen er meestal de ergste gevolgen van ondervinden. Hebben zij meer gezondigd dan de anderen?

“God is in Zijn almacht en goedheid in staat om goede dingen uit het kwade voort te brengen.”

Hij die de ene dag huilde om de dood van Lazarus, huilt vandaag om de plaag die de mensheid overvallen is. Ja, God “lijdt”, zoals elke vader en elke moeder. Als we dit op een dag zullen ontdekken, dan zullen we ons schamen voor alle beschuldigingen die wij Hem in ons leven hebben aangedaan. God neemt deel aan onze pijn om die te overwinnen. “Uitermate goed zijnde”, schreef de heilige Augustinus, “zou God geen kwaad in Zijn werken toestaan, behalve als Hij in Zijn almacht en goedheid in staat is om goede dingen uit het kwade voort te brengen.”[4]

Verlangde God de Vader mogelijk naar de dood van Zijn Zoon om er het goede uit te halen? Nee, Hij stond gewoonweg toe dat de vrijheid van de mens zijn gang ging, maar Hij zorgde ervoor dat het Zijn eigen doeleinden diende en niet die van de mensen. Dit geldt ook voor natuurrampen en plagen. Hij brengt ze niet tot stand. Hij heeft de natuur ook een soort vrijheid gegeven, natuurlijk kwalitatief gezien anders dan die van de mensen, maar nog steeds een vorm van vrijheid – vrijheid om te evolueren volgens haar eigen wetten qua ontwikkeling. Hij schiep de wereld niet als een voorgeprogrammeerde klok, waarvan de minste beweging tevoren bedacht is. Het is wat sommigen “toeval” noemen, maar de Bijbel noemt het in plaats daarvan “de wijsheid van God”.

“We mogen niet toestaan dat zoveel pijn, zoveel sterfgevallen en zoveel heldhaftige betrokkenheid van zorgpersoneel tevergeefs zijn geweest.”

Het andere positieve resultaat van de huidige gezondheidscrisis is het gevoel van solidariteit. Wanneer, in ons geheugen, hebben de mensen van alle naties zich ooit zo verenigd, zo gelijk, zo weinig in conflict gevoeld als op dit moment van lijden? Nog nooit zozeer als nu, hebben we de waarheid ervaren van de woorden van een van onze grootste dichters: “Vrede, u mensen! Te diep is het mysterie van de uitgestrekte aarde.”[5]. We zijn vergeten muren te bouwen. Het virus kent geen grenzen. In een oogwenk heeft het alle barrières en verschillen qua ras, natie, religie, rijkdom en macht doorbroken. We moeten niet terugkeren naar eerdere tijden, wanneer dit moment voorbij is. Zoals de Heilige Vader ons heeft aangespoord, mogen we deze kans niet aan ons voorbij laten gaan. We mogen niet toestaan dat zoveel pijn, zoveel sterfgevallen en zoveel heldhaftige betrokkenheid van zorgpersoneel tevergeefs zijn geweest. Terugkeren naar hoe het was, is de “recessie” waar we het meest bang voor moeten zijn.

Dan smeden zij hun zwaarden om tot ploegscharen
en hun speerpunten tot sikkels.
Geen volk heft het zwaar meer tegen een ander
en de oorlog leren ze niet meer. (Jes 2:4)

Dit is het moment om iets van de profetie van Jesaja in de praktijk te brengen, op wiens vervulling de mensheid al lang heeft gewacht. Laten we “Genoeg!” zeggen tegen de tragische race naar wapens. Zeg het met al je kracht, jonge mensen, want het gaat hier om jullie lot dat op het spel wordt gezet. Laten we de onbeperkte middelen, ingezet voor wapens, inzetten voor doelen waarvan we ons nu realiseren dat ze het meest urgent zijn: gezondheid, hygiëne, voedsel, armoedebestrijding, beheer van de schepping. Laten we aan de volgende generatie een wereld overlaten die, indien nodig, armer is aan goederen en geld maar rijker qua menselijkheid.

Het Woord van God vertelt ons dat het eerste wat we op zulke momenten moeten doen, is uitroepen tot God. Hijzelf is het die op de lippen van de mensen de woorden legt om naar Hemzelf uit te roepen, soms zijn dat de harde woorden van weeklagen, bijna beschuldigingen: “O Heer, ontwaak! Waarom slaapt U? Ontwaak, stoot ons niet voorgoed af! … Sta op en kom ons te hulp; bevrijd ons omwille van uw liefde.” (Ps 44, 24, 27). “Meester, raakt het U niet dat wij vergaan?” (Mc 4:38).

“Zoek en jullie zullen vinden. Klop en er zal worden opengedaan.” (Mt 7:7).

Houdt God er misschien van om gesmeekt te worden zodat Hij goede zaken kan verlenen? Kan ons gebed er misschien voor zorgen dat God Zijn plannen verandert? Nee, maar er zijn dingen waarvan God heeft besloten om ze als vrucht van zowel Zijn genade als ons gebed te schenken, bijna alsof Hij met Zijn schepselen de eer voor het ontvangen goed wil delen.[6] God is degene die ons aanspoort om het volgende te doen: “Zoek en jullie zullen vinden”, zei Jezus, “Klop en er zal worden opengedaan.” (Mt 7:7).

Toen de Israëlieten in de woestijn door giftige slangen werden gebeten, bood God Mozes een bronzen slang op een paal aan om op te heffen, en wie ernaar keek, zou niet sterven. Jezus wees zichzelf dit symbool toe toen Hij tegen Nikodemus zei: “En deze Mensenzoon moet omhoog worden geheven, zoals Mozes eens de slang omhoog hief in de woestijn, opdat eenieder die gelooft in Hem eeuwig leven zal hebben.” (Jn 3:14-15). Ook wij worden op dit moment gebeten door een onzichtbare giftige “slang”. Laten we naar Degene kijken die voor ons aan het kruis “omhoog werd geheven”. Laten we Hem aanbidden namens onszelf en namens de gehele mensheid. Degene die Hem met geloof aankijkt, sterft niet. En als die persoon sterft, zal het zijn om het eeuwige leven binnen te gaan.

“Na drie dagen zal Ik verrijzen” (Mt 27:63), voorspelde Jezus. Ook wij zullen na deze dagen, waarvan we hopen dat ze kort zullen zijn, opstaan en uit de graven van onze huizen komen. Niet om terug te keren naar ons vorige leven zoals Lazarus, maar naar een nieuw leven, zoals Jezus. Een broederlijker, menselijker, christelijker leven!


[1] Moralia in Job, XX, 1.

[2] Johannes Paulus II, Salvifici doloris, nr. 23.

[3] https://blogs.timesofisrael.com/coronavirus-a-spiritual-message-from-brooklyn (Yaakov Yitzhak Biderman).

[4] Enchiridion, 11,3 (PL 40, 236).

[5] Giovanni Pascoli, “I due fanciulli” [“De Twee Kinderen”]

[6] Vlg H. Thomas van Aquino, Summa Theologicae, II-IIae, q. 83, a. 2.