Inleiding
«Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart (…) Gij zult uw naaste beminnen als uzelf.» (Mt 22,37-39). Met deze woorden vat Jezus de leidraad voor het moreel handelen samen. Op de vraag wie onze naaste is, vertelt Hij de parabel van de barmhartige Samaritaan, die een gewonde man te hulp schiet, en besluit Hij met de woorden: «Ga dan heen en doe hetzelfde.»
Deze relationele dimensie van de mens komt al naar voren in het boek Genesis, waar Adam de mensheid vertegenwoordigt en de relaties met God, de naaste en de aarde een wezenlijk onderdeel vormen van de mens. Als Lichaam van Christus nodigt de Kerk ons uit om zelf het initiatief te nemen, onze maatschappelijke werkelijkheid mee vorm te geven, zorg te dragen voor de schepping en het algemeen welzijn te bevorderen, terwijl we in ieder mens een broeder of zuster van dezelfde menselijke familie zien. Hieruit komt de sociale leer van de Kerk voort.
Wij christenen delen met velen het verlangen naar gerechtigheid, solidariteit en naastenliefde, en wij zijn geroepen om «actief, vrij en verantwoordelijk aanwezig te zijn in het openbare leven» (de heilige Jozefmaria, Brief nr. 3, 48). Een echte dialoog - met mensen die er anders over denken - is echter niet altijd gemakkelijk, zelfs niet in een wereld die hyperverbonden is. Jezus geeft ons hierin het voorbeeld: Hij treedt iedereen tegemoet, ook wanneer er meningsverschillen zijn.
Deze teksten nodigen ons uit om sociale vriendschap, gerechtigheid en vrede te beleven, zodat Christus op een dag ook tegen ons kan zeggen: «Wat jullie voor een van deze geringste broeders van Mij hebben gedaan, hebben jullie voor Mij gedaan.»
Inhoudsopgave
1. Je hebt het voor Mij gedaan: Naastenliefde als identificatie met Christus: van de parabel van de barmhartige Samaritaan tot de grondslagen van de sociale leer van de Kerk.
2. Eén van hart en één van ziel: De maatschappelijke dimensie van het geloof: we maken allemaal deel uit van het Lichaam van Christus, los van individualisme en onderlinge verdeeldheid.
3. Samen met anderen de wereld omvormen: Rechtvaardigheid, solidariteit en naastenliefde als concrete deugden om de samenleving te veranderen, waarbij altijd de persoon centraal staat en niet alleen het probleem.
4. Geroepen om te luisteren: Echte dialoog, vrijheid van meningsuiting en respect voor de waardigheid van de ander, zelfs bij meningsverschillen.
5. Dankbare kinderen: Dankbaarheid als antwoord op de gave van de schepping en van de naaste, die zich vertaalt in zorg voor het algemeen welzijn.
