De Eucharistie maakt de Kerk

Paus Franciscus sprak voorafgaand aan het Angelus-gebed over het hoogfeest van het Lichaam en Bloed van onze Heer Jezus Christus, over de “twee effecten van de kelk die gedeeld wordt en het brood dat gebroken wordt: het mystieke effect en het gemeenschapseffect.”

Van de paus en de Kerk

1. Dierbare broeders en zusters, goeie dag!

Vandaag wordt in Italië en andere landen, het hoogfeest gevierd van het Lichaam en het Bloed van Christus, Corpus Domini. In de tweede lezing van de liturgie vandaag, wekt de heilige Paulus ons geloof op in dit mysterie van de communie.[1] Hij benadrukt twee effecten van de kelk die gedeeld wordt en het brood dat gebroken wordt: het mystieke effect en het gemeenschapseffect.

2. Eerst zegt de apostel: “Geeft niet de beker der zegening die wij zegenen, gemeenschap met het bloed van Christus? Geeft niet het brood dat wij breken, gemeenschap met het lichaam van Christus?” (1 Kor. 10, 16). Deze woorden drukken het mystieke effect, het spirituele effect uit van de Eucharistie, zou men kunnen zeggen: het gaat om de vereniging met Christus, die zich in brood en wijn geeft voor het heil van allen. Jezus is aanwezig in het sacrament van de Eucharistie om ons voedsel te zijn, om geassimileerd te worden en in ons deze kracht tot vernieuwing te worden die energie en opnieuw zin geeft om na elke halte of val terug op weg te gaan. Maar dat vraagt onze instemming, onze beschikbaarheid om onszelf en onze manier van denken en doen te laten omvormen; anders herleiden de eucharistievieringen waaraan wij deelnemen zich tot lege en formele riten. Zo dikwijls gaat men naar de mis omdat men moet, als een sociale daad, met respect, maar sociaal. Doch het mysterie is iets anders: het is Jezus die ons komt voeden.

3. Het tweede effect is gemeenschapsvormend en de heilige Paulus drukt het uit met deze woorden: “Omdat het brood één is, vormen wij allen tezamen één lichaam, want allen hebben wij deel aan het ene brood” (1 Kor. 10, 17). Het gaat om wederkerige gemeenschap van hen die aan de Eucharistie deelnemen en zo één lichaam worden, zoals brood één is dat men breekt en uitdeelt. Wij zijn gemeenschap, gevoed door het Lichaam en het Bloed van Christus. De gemeenschap met het Lichaam van Christus is een efficiënt teken van eenheid, van gemeenschap en delen. Men kan niet deelnemen aan de Eucharistie zonder zich wederkerig voor oprechte broederlijkheid te engageren. Maar de Heer weet goed dat onze menselijke krachten alleen, niet volstaan. Hij weet ook dat onder Zijn leerlingen altijd de bekoring is van rivaliteit, jaloezie, vooroordelen, verdeeldheid ... Wij kennen die dingen allemaal. Het is ook daarom dat Hij ons het sacrament van Zijn werkelijke, concrete en permanente aanwezigheid heeft nagelaten, zodat wij de gave van broederliefde altijd kunnen ontvangen wanneer wij met Hem verenigd blijven. “Blijf in mijn liefde” (Joh. 15, 9), zei Jezus en dat is mogelijk dankzij de Eucharistie. In de vriendschap blijven, in de liefde blijven.

4. Deze tweevoudige vrucht van de Eucharistie – de eerste, de vereniging met Christus; de tweede, de gemeenschap onder degenen die zich met Hem voeden – wekt de christengemeenschap voortdurend op tot nieuw leven. Het is de Kerk die de Eucharistie maakt, maar fundamenteler is dat de Eucharistie de Kerk maakt en dat zij haar zending is, zelfs voordat zij die zending voltrekt. Dat is het mysterie van de Communie, van de Eucharistie: Jezus ontvangen opdat Hij ons binnenin zou omvormen en Jezus ontvangen opdat Hij ons tot eenheid brengt en geen verdeeldheid.

Moge de Heilige Maagd Maria ons helpen om altijd en met verwondering en dankbaarheid, de grote gave te aanvaarden die Jezus ons deed, door ons het sacrament van Zijn Lichaam en Bloed na te laten.


[1] Vgl. 1 Kor. 10, 16-17

Vertaling: RKDocumenten.nl
© 2020, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk / Nederlandse Bisschoppenconferentie, Vertaals uit het Frans (zenit.org): maranatha-gemeenschap; alineaverdeling en -nummering: redactie RKDocumenten.nl