Bericht van de Prelaat (22 juli 2026)

Ter gelegenheid van het feest van de heilige Maria Magdalena roept de prelaat van het Opus Dei ons op ons velrangen naar bekering te hernieuwen, om zo te groeien in onze liefde voor God en voor de onze medemensen.

Mijn geliefde dochters en zonen, moge Jezus jullie behoeden!

Vandaag vieren we het liturgisch feest van de heilige Maria Magdalena, wat ons opnieuw uitnodigt ons verlangen naar bekering te hernieuwen, want haar hele leven laat zien hoe de ontmoeting met Jezus Christus iemand helemaal kan veranderen.

De bekering waarnaar wij streven bestaat niet alleen uit de stap van het kwade naar het goede – die altijd nodig is –, maar ook uit de stap van het goede naar het betere: een voortdurend groeien in liefde voor God en voor onze medemensen.

Zowel het ene als het andere vereist van ieder van ons nederigheid om te erkennen dat we ons moeten verbeteren, en oprechtheid van hart. Laten we deze woorden van de heilige Jozefmaria in gedachten houden, die verwijzen naar de gelijkenis van de verloren zoon: “Je Vader God komt je tegemoet zodra je erkent dat je hebt gezondigd in datgene wat je door je hoogmoed niet als zonde wilde zien” (Brief van 14 februari 1974, nr. 7).

Deze persoonlijke oprechtheid ten aanzien van onze eigen zonden en tekortkomingen mag geen reden tot ontmoediging zijn, want onze Vader zegt ons ook: “We bekeren ons met blijdschap, want we zijn ons bewust van ons goddelijk kindschap” (Christus komt langs, nr. 64).

We beschikken over een prachtig middel om de Heer in onze ziel werkzaam te laten zijn: het dagelijkse gewetensonderzoek. Laten we hier zorgvuldig aandacht aan besteden, zonder scrupules of onrust, omdat we weten dat we zo kunnen ontdekken hoe we, in grote en kleine dingen, het beste kunnen beantwoorden aan de enorme liefde die God voor ons koestert.

Als rijpe vrucht van dit verlangen naar bekering zal Gods genade ons, net als Maria Magdalena, ertoe brengen om de Heer in alle omstandigheden te zoeken en vol sterkte naast zijn kruis te staan.

Zoals jullie weten, ben ik sinds begin deze maand in Pamplona. Ik sluit af met het verzoek mij met jullie gebed te begeleiden op deze reis die, als God het wil, volgende maand zal worden voortgezet in Midden-Amerika – Guatemala, Honduras en El Salvador – en Uruguay. Vanuit alle windstreken verenigen we ons met de intenties van de Paus, en nu in het bijzonder met die van de maand juli: het respect voor het menselijk leven.

Met al mijn genegenheid zegen ik jullie,

jullie Vader

Fernando Ocáriz

Pamplona, 22 juli 2026