De hemel: “Geen oog heeft gezien, geen oor heeft gehoord en geen mens kan het zich voorstellen, al wat God bereid heeft voor hen die Hem liefhebben”. Spoort deze openbaring van de apostel je niet aan om te strijden? (De Weg, 751)
Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd: zijn gelaat begon te stralen als de zon en zijn kleed werd glanzend als het licht (Mt. 17, 2).
Jezus: U zien, met U spreken! Dit zou ik willen vasthouden, U aanschouwen; verzonken zijn in uw onmetelijke schoonheid; een aanschouwing die nooit, maar dan ook nooit ophoudt! Jezus, kon ik U maar zien! Wie zou, door U te zien, niet van liefde …