“Ik wil me aan U geven zonder enige reserve”

Petrus zegt Hem: “Heer! Wilt Gíj mijn voeten wassen?” Jezus antwoordde: “Wat Ik doe, kunt ge nu nog niet begrijpen, maar zult ge later begrijpen”.

Petrus houdt aan: “Nooit zult Gij mij de voeten wassen!” En Jezus weer: “Als Ik je voeten niet was, zul je mijn deelgenoot niet zijn”. Simon Petrus geeft zich over: “Heer, dan niet alleen mijn voeten, maar ook mijn handen en mijn hoofd”. Als we in onszelf de oproep horen tot een totale zelfovergave, zonder terughoudendheid, gaan wij daar vaak met een valse nederigheid tegenin, zoals Petrus – O, waren wij óók maar mensen met een groot hart, zoals die apostel! Petrus kan het niet hebben dat iemand méér houdt van Jezus dan hij. Zo'n liefde leidt tot de reactie: hier ben ik! Was mijn handen, hoofd, voeten! Reinig me helemaal! Want ik wil me aan U geven zonder enige reserve.
(De Voor, 266)

De tijd is vervuld en het Rijk Gods is nabij; bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap (Mc. 1,15).

Al het volk kwam naar Hem toe en Hij onderrichtte hen (Mc. 2,13).

Jezus ziet de boten aan de oever liggen en stapt in één van deze boten. Met wat een natuurlijkheid stapt Jezus in de boot van ons leven!

Wanneer je je tot de Heer richt, besef dan dat Hij altijd heel dicht bij je is, dat Hij in je is: Het Rijk Gods is midden onder u (Lc. 17, 21). Je zult Hem vinden in je hart

Christus moet vóór alles heersen in onze ziel. Opdat Hij in mij kan heersen, heb ik een overvloed van zijn genade nodig. Alleen dan zal alles, elke hartslag, elke ademtocht, elke oogopslag, ieder onbeduidend woord en de meest elementaire gewaarwording veranderen in een hosanna voor mijn Koning Christus.

Duc in altum! – Kies het ruime sop! – Schud het pessimisme van je af dat je laf maakt. Et laxate retia vestra in capturam. En werp je netten uit voor de vangst.

Wij moeten vertrouwen hebben in deze woorden van de Heer; in de boot stappen, de riemen grijpen, de zeilen hijsen en uitvaren naar deze zee van de wereld die Christus ons als erfdeel geeft.

Et regni eius non erit finis, zijn Rijk zal geen einde hebben!

Verheugt het je niet, voor zo'n Koninkrijk te werken?

(De Heilige Rozenkrans, Geheimen van het Licht: ‘Jezus verkondigt het Rijk Gods en roept op tot bekering’)

(Bronnen: Aantekeningen van zijn preken, 19-3-1960; 1-1-1973. Als Christus nu langs komt, nr. 181. De Weg, nr. 792. Als Christus nu langs komt, nr. 159. De Weg, nr. 906)