De Nederlandse deelnemers verzamelden zich in Lepelenburg waar ze op tijd naar bed gingen om de volgende dag vroeg te beginnen aan een lange reis.
Dag 1: Samen onderweg
Op de eerste dag reden ze naar Lourdes, de startplek van de wandeltocht. Na de Heilige Mis om vijf uur ’s ochtends vertrokken ze met twee busjes die kant op. Tijdens de autorit raakten ze beter met elkaar bekend, voor zover dat nog niet zo was. De hitte op de parkeerplaatsen viel tijdens de pauzes op, wat de deelnemers deed vermoeden dat dit weleens een voorbode kon zijn voor het klimaat waarin de wandeltocht zich zou voltrekken. Bij aankomst in Lourdes genoten ze gezamenlijk van het avondeten: pizza’s, en konden ze het WK Spanje - Portugal kijken.

Dag 2: Omgaan met uitdagingen
Afstand: 38km, Reliëf: ca. 800 m, Duur: 8h 5m
Dag twee was de eerste dag waarop de wandeltocht daadwerkelijk begon, wederom om vijf uur ’s ochtends om de hitte te vermijden. Het plan was om halverwege een lange rustpauze te houden, waarna men de tocht zou vervolgen. Het eerste deel was namelijk onbeschut.
De eerste 20 km verliepen in de koelte van de ochtend en in stilte, om ruimte te geven aan gebed. Voor velen was dit nog een gemakkelijk deel: men was enthousiast, de weg was vlak en er waren prachtige uitzichten. Tijdens de siësta kwam echter een eerste zorgwekkend bericht: voor dag vier, wanneer de grens zou worden overgestoken, werd een levensgevaarlijke storm voorspeld. Uit voorzichtigheid stelde de leider voor om al op dag drie de grens over te steken. Dat betekende ongeveer 40 km wandelen. Het was een uitdagend vooruitzicht, maar de groep was het erover eens: ze deden niet mee aan de pelgrimage om gemak te zoeken.
Met dat bericht nog vers in het geheugen begonnen ze aan het tweede deel met een stevige klim, gevolgd door een lange wandeling langs de zijkant van een berg. Toch werd er door beide groepen gezongen. Wie onwel werd, werd geholpen door diens zware rugzak over te nemen. Wie het moeilijk had, bepaalde door voorop te lopen het tempo. De moed zakte niet, al werd het steeds zwaarder. Goede gesprekken en gezang maakten gaandeweg plaats voor momenten van stilte.
Om half zeven kwam men uitgeput aan in het dorp, de eindbestemming. Na de Heilige Mis liepen ze naar een plek buiten het dorp om te bivakkeren. De eerste dag had het aanvankelijke enthousiasme een knauw gegeven; sommigen begonnen zich serieus af te vragen hoe ze dit tien dagen zouden volhouden.
Dag 3: Plannen en opnieuw plannen
Totaal: 17km, Reliëf: 645 m, Duur: 3h 40 min
De derde dag begon ook om vijf uur ’s ochtends. Het plan was opnieuw veranderd: de geplande 40 km werd teruggebracht tot 17 km. De veranderende verwachting van de storm maakte het onverstandig om langer te wandelen en ook fysiek was het niet verstandig om 40 km af te leggen. Het plan moest wijken voor de omstandigheden; niet alles was maakbaar. De fitsten vonden het jammer; zij hadden graag onder de sterren willen slapen. Anderen waren juist opgelucht, maar samen konden ze verder. Na 17 km wandelen gingen ze daarom door met de auto en staken zo de grens over.
Op de camping aangekomen waren er schone douches, toiletten en een zwembad, waarin ze in feeststemming de overgebleven energie spendeerden. Voor de voorzieningen was de dankbaarheid uitbundig en uitgesproken, voor de goede gesprekken was dit stil en vanzelfsprekend.

De Heilige Mis werd gevierd op een klein geïmproviseerd altaar. Met de wetenschap dat ze de volgende ochtend tot acht uur mochten uitslapen, gingen velen met een gerust hart naar bed.
Dag 4, 5: Uitrusten
Dag vier en vijf stonden in het teken van uitrusten en bijkomen. Deze dagen begonnen met een meditatie, gegeven door de priester, waarna de Heilige Mis volgde. Op beide dagen ging de groep naar een rivier om verkoeling te zoeken. Daar bouwden ze zelfs een dam. Ook het zwembad bleef populair. Al met al waren dit de dagen met de meeste rust.
Zoals op dag één bleek dat ze hun eigen grenzen aan gaven in plaats van zich groot te houden, zo bleek ook dat ze elkaar om hulp konden vragen. Dat werd ook zichtbaar in de manier waarop er volop werd gedeeld: wie het koud had, kreeg warme kleding en wie iets vergeten was, kon het van een ander krijgen, van wc-papier tot verhalen.
Dag 6, 7: We gaan door
Afstand: 10 + 25 km Reliëf: 67+ 434 m, Duur: 2h+ 5h
Deze dagen ervoeren sommigen hoe ze innerlijk klagen over de vermoeidheid konden verruilen voor creativiteit en dankbaarheid, door er juist iets moois van te maken. Inmiddels werden er ook meer grapjes gemaakt en uitgehaald en voelde men zich meer bij elkaar op zijn gemak.
Dag zes brak aan en het was weer tijd om door te pakken. Wederom begon de dag vroeg, inmiddels waren ze daaraan gewend. Wat wandelen betreft, de groep zat er inmiddels beter in. De wandeling eindigde in een klein dorp, waar ze tortilla’s maakten als lunch en daarna de Heilige Mis vierden in de dorpskerk. Ze maakten gebruik van een verlaten heremietklooster in de buurt om te bidden.
Om het gesjouw met tenten te voorkomen, kozen de meesten ervoor die nacht buiten te slapen. Een kleinere groep besloot hogerop te gaan liggen voor een beter uitzicht over de omgeving. Eenmaal donker genoten ze van de heldere sterrenhemel. Bij de grootheid van de schepping, de bergen en de sterren, ontstonden vanzelf mooie en diepe gesprekken.
Bij het opstaan de volgende dag konden ze nog steeds de sterren zien, omdat het zo vroeg was. Deze tweede dag was lastig. Ze liepen door een bos met alleen verbrande bomen zonder bladeren, waarna een vallei werd doorkruist die op een woestijn leek. Ondanks deze moeilijkheden kwamen ze goed aan in het dorp waar ze heen wilden. Na de lunch gingen ze naar de camping en voor de Mis gingen ze naar l’Aínsa, een fraai middeleeuws dorp met een grote kerk.

Dag 8 en 9: Rust en kanoën
Totaal: 15 km, Reliëf: 750 m, Duur: 3h 20m
Dag acht kon de groep wat uitrusten en een ander middeleeuws dorp bezoeken.
Op dag negen stond de een-na-laatste etappe op het programma, opnieuw met een creatieve ingreep. Na een flink stuk kanoën kwamen ze bij een dorp aan dat onder water lag. Alleen de toren van de kerk stak nog boven het water uit. Bij het onderwaterdorp werd wat gezwommen en sommigen probeerden zelfs de toren te beklimmen, wat eindigde met een plons in het water.
Uiteindelijk kwamen ze aan in het dorp, waar ze een heerlijke linzensoep aten.
Om negen uur ’s avonds zette de herbergier een groot scherm op voor de halve finale van het WK: Frankrijk tegen Spanje. Hij genoot ervan om dit voor de groep te organiseren en de wedstrijd met hen te kijken. Spanje won en de sfeer was uitgelaten: de groep had het ook bijna gehaald en konden nu even genieten.
Dag 10: Nog even en we zijn er!
Totaal: 17 km, Reliëf: 793 m, Duur: 3h 47m

Dit laatste deel van de route was grotendeels door onze Spaanse gids uitgezet. Dankzij hem is de route veel korter dan die pelgrims voorheen moesten nemen. Desondanks viel de route niet mee. De luchtvochtigheid was hoog en er wachtte een flinke klim die de ironische naam The Hill of Joy had gekregen. Eenmaal boven was iedereen buiten adem.
Voor een van de deelnemers was de klim extra zwaar. Zijn achillespezen waren al op de tweede dag beschadigd geraakt, waardoor hij de rest van de reis niet meer kon meelopen. Toch besloot hij de twee laatste etappes mee te lopen. Vooral tijdens het klimmen deden zijn pezen pijn. The Hill of Joy gaat dan ook meer om een geestelijke dan een fysieke vreugde. Ook hij haalde de top. Daar zagen ze voor het eerst het heiligdom van Torreciudad in de verte.
Niet lang daarna gingen ze triomfantelijk Torreciudad binnen. Daar vierden ze de Heilige Mis bij een zijaltaar en zongen ze samen met de Spanjaarden. De reisleider maakte nog een heerlijke paella. Daarna baden ze en bedankten ze Onze Lieve Vrouw voor alle genaden die zij hun tijdens de reis had gegeven. Vervolgens konden ze aan de veilige terugreis naar huis beginnen.
