Strijd, nabijheid, missie (24) - Zaaiers van vrede (II): Gist voor een verzoende wereld

Luisteren, je mening geven, begrijpen, raakvlakken zoeken, vereenvoudigingen vermijden: dat is de weg naar een “ontwapende en ontwapenende“ vrede. Laatste artikel uit de reeks “Strijd, nabijheid, missie”.

Lees eerst Zaaiers van Vrede (I): een logica die alles verandert


Vrede zij met u! Met deze woorden van de verrezen Jezus begroette Paus Leo XIV de wereld voor het eerst.[1] Sindsdien is hij niet opgehouden over vrede te spreken, wat steeds duidelijker naar voren komt als een van de belangrijkste kenmerken van zijn pontificaat. “De Kerk,” zei de Paus enkele dagen later, moet “een verenigde Kerk (zijn), een teken van eenheid en gemeenschap, die zuurdesem wordt voor een verzoende wereld.”[2] Hij sloot zich daarmee aan bij de woorden van de heilige Paulus aan de Kolossenzen, die hoogstwaarschijnlijk al deel uitmaakten van het gebed van de eerste christenen: “Door Hem het heelal met zich te verzoenen en vrede te stichten, door het bloed aan het kruis vergoten, om alles in de hemelen en op de aarde te verzoenen, door Hem alleen.” (Kol 1,20).

Vrede is het gevolg van innerlijke overwinning

De strijd tussen de logica van de gekruisigde liefde en de logica van macht, geweld en verleiding begint in ons eigen hart. We ervaren de wonden, onzekerheden en angsten die ertoe kunnen leiden dat we anderen wantrouwen of veroordelen. Naast de goede verlangens die Gods genade in ons hart wekt, kunnen ook woede, afgunst, wraakzucht, ongeduld, zelfzucht, wrok, hebzucht en haat gemakkelijk de kop opsteken. Daarom geldt: naarmate het geestelijke leven in de wereld verflauwt, raken mensen vaker vervuld van boosheid, verontwaardiging, gekwetstheid en verbittering.

De woede, de drijfveer achter de verschillende vormen van wrok die harten en samenlevingen binnendringen, is een bijzondere hartstocht. Niet alleen omdat zij ons soms van het goede afbrengt, maar ook omdat zij zich even vaak van het goede meester maakt en het van binnenuit bederft, wanneer zij meent gerechtigd te zijn een “rechtvaardige zaak” te verdedigen. Dan ontstaat de toorn, “waardoor men de zelfbeheersing verliest, de controle kwijtraakt en dus van de rechte weg afwijkt”. Maar de woede werkt vaak ook binnen de weg van het goede: zij beroept zich bijvoorbeeld op de gerechtigheid om de verontwaardiging aan te wakkeren. Zo rechtvaardigt de toorn onaanvaardbare daden van agressie en geweld in naam van het goede of van het geloof. Wanneer de woede zich eenmaal gerechtvaardigd acht, raakt men er immers niet gemakkelijk meer van los.”[3]

Het kan zelfs gebeuren dat men afgunst voelt tegenover degene die met “machtsvertoon” weet door te zetten en zijn zin krijgt.[4] Zo kan het ons bijvoorbeeld goed lijken om degenen die zich tegen de christelijke waarden keren streng te veroordelen en hard te bekritiseren; om ons te verheugen over het onheil dat onze “vijanden” treft; of om op sociale media lichtvaardig kwetsende opmerkingen of zelfs beledigingen te verspreiden. En toch waarschuwt de bijbelse Wijsheid ons: “Wees niet afgunstig op een man die onrecht pleegt en kies geen van zijn wegen” (Spreuken 3,31).

Het gezin, het werk en de samenleving hebben behoefte aan “zaaiers van vrede”: christenen die weten dat vrede “zoals alles wat met vakmanschap te maken heeft, in het kleine begint om uiteindelijk het grote te bereiken”.[5] Waar een hecht gezin is, vindt men iemand die zich inzet voor de vrede, iemand die zichzelf eerder de schuld geeft dan een ander, die de eerste stap zet, woorden van vrede zaait in bittere of verhitte discussies, glimlacht en naar oplossingen zoekt. Waar een hechte buurtgemeenschap is, vindt men iemand die het goede blijft doen aan wie achter zijn rug kwaad over hem heeft gesproken, die kracht put uit het gebed en kwaad met goed vergeldt, die in de ander een broeder weet te zien waar voordien alleen een vijand, een concurrent of een tegenstander leek te zijn, iemand die ideeën bestrijdt, maar nooit personen aanvalt.[6] En waar de samenleving een bron van vrede kent, is er iemand die wrok, wraakzucht en rancune heeft overwonnen en bereid is iets van zichzelf prijs te geven om een gemeenschappelijke ruimte op te bouwen: “Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede” (Rom. 12,21).

Om “het kwaad te verstikken in een overvloed aan goeds”,[7] om vrede te verspreiden, moet deze eerst in het eigen hart worden veroverd. “Vrede is een gevolg van de overwinning. Vrede eist van mij een voortdurende strijd.”[8] Het vraagt om een zuivering van de gevoeligheid, zodat Gods logica ons wegleidt van hoogmoed en geweld. We leven in een tijd waarin degenen die naar vrede streven gemakkelijk worden gewantrouwd, alsof zij zwak of laf zouden zijn. In werkelijkheid is vrede de vrucht van een rijp karakter en van innerlijke kracht: van het verlangen om op te bouwen, te begrijpen en vooruitgang te bevorderen, van het vermogen een provocatie naast zich neer te leggen, van de bereidheid te vergeven wie ons kwaad doet en van het geduldig verdragen, naar het voorbeeld van Jezus, van wie ons beledigt.

Liefhebben betekent risico nemen

“Ik ken hun gevoel van machteloosheid tegenover de machtsverhoudingen die hen te boven gaan”,[9] zei Paus Leo XIV aan de christenen van het Midden-Oosten in zijn boodschap vanuit de loggia van het Vaticaan.

Tegenover georganiseerd onrecht wordt de verleiding om naar macht te grijpen des te verraderlijker. We willen onze rechten doen gelden. Dan klinken die raadselachtige woorden opnieuw in onze oren: als Hij werkelijk de Zoon van God is, “laat Hem nu van het kruis afkomen; dan zullen wij in Hem geloven” (Mat. 27,42). En toch gaat het christelijk getuigenis – dat bij anderen berouw en openheid voor het geloof kan wekken – steeds gepaard met overgave en zelfopoffering: daarin bestaat de boodschap van de vrede. Wanneer wij het zaad van de vrede zaaien, blijft de uitkomst onzeker: liefhebben betekent een risico nemen. De slechte moordenaar gaf zich over aan de logica van spot en minachting. Alleen het zaad van de vrede kan echter de vrucht van de Geest voortbrengen: “Aan hen die in zijn Naam geloven, gaf Hij het vermogen om kinderen van God te worden” (Joh 1,12).

Soms verliezen we de zelfbeheersing en zaaien we onenigheid: we behandelen anderen slecht, maken ruzie of spreken kwaad over hen. Later beseffen we misschien dat we ongelijk hadden, zien we het kwaad dat we hebben aangericht en nemen we ons voor het weer goed te maken. Dat is een eerste grote stap, die betrekking heeft op veel van de strijdpunten van het dagelijkse leven. Maar een nog grotere uitdaging dient zich aan wanneer wij ons afvragen hoe we op het kwaad moeten reageren als wij wél gelijk hebben. Hoe moeten we antwoorden op geweld, leugens, dwalingen, onrecht en provocaties wanneer wij onschuldig zijn, zoals Jezus? Sommigen hebben uit het Evangelie een verwaterd pacifisme willen afleiden. Anderen beroepen zich, los van de context, op het moment waarop Jezus zegt dat Hij niet gekomen is om vrede te brengen, maar het zwaard (vgl. Mat. 10,34).

In zijn eerste woorden als Paus sprak Leo XIV een wens uit: “Ik zou willen dat deze vredesgroet jullie harten binnentreedt, jullie gezinnen bereikt, alle mensen, waar ze ook zijn, alle volkeren, de hele aarde.”[10] Maar deze vrede is geen soort gouden droom die als bij toverslag tot stand zou komen. De Paus zei namelijk in een catechese: “In zekere zin neemt Jezus ons de vrede weg, als we vrede zien als een passieve rust. Maar dat is niet de ware vrede. Soms zouden we graag "met rust gelaten" willen worden: dat niemand ons stoort, dat de anderen niet meer bestaan. Dat is niet de vrede van God. De vrede die Jezus brengt is als een vuur en vraagt veel van ons. Hij vraagt ons vooral om een standpunt in te nemen. Tegenover onrechtvaardigheid, ongelijkheid, waar de menselijke waardigheid met voeten wordt getreden, waar de kwetsbaren het woord wordt ontnomen: een standpunt innemen.”[11]

Deze oproep doet denken aan de woorden van de heilige Jozefmaria voor duizenden mensen die bijeen waren gekomen op de campus van de Universiteit van Navarra: “Jullie moeten mijn woorden dus zo opvatten als ze bedoeld zijn: als een uitnodiging om elke dag weer, en niet alleen in speciale noodsituaties, jullie rechten uit te oefenen; om eerlijk jullie plichten als staatsburgers in de politiek, de economie, het universitaire leven en het beroep te vervullen, en om moedig de gevolgen van jullie persoonlijke beslissingen en ook de last van de jullie toekomende persoonlijke onafhankelijkheid op je te nemen. Deze christelijke lekenmentaliteit zal jullie in staat stellen om iedere vorm van intolerantie en fanatisme te vermijden. Of, positief uitgedrukt, die mentaliteit zal jullie helpen om in vrede te leven met al jullie medeburgers en om het vreedzame samenleven in de onderscheiden sectoren van de maatschappij te bevorderen.”[12]

Vrede, een geschenk uit de hemel waaraan op aarde wordt gewerkt

“Dan zal Ik allen tot Mij trekken.” (Joh 12,32). Het kruis is Gods handelen in de geschiedenis, en de vrede is Gods handelen in ons hart. Daarom kan ons apostolaat, om het met de woorden van de heilige Jozefmaria te zeggen, worden opgevat als een overvloed aan vrede die wij van God hebben ontvangen om al onze relaties te doordringen van gerechtigheid en naastenliefde.[13] “Vrede is een waarde en een universele plicht; (…) Vrede is veeleer gebaseerd op een juist begrijpen van de menselijke persoon en vereist de opbouw van een ordening die gebaseerd is op rechtvaardigheid en liefde.”[14]

Hoewel Gods logica veeleisend is, kunnen we ons misschien nog wel voorstellen hoe zij gestalte kan krijgen in onze relaties binnen het gezin, onder vrienden en buren, en ook binnen kerkelijke instellingen en NGO’s. Maar hoe kan deze visie van het Evangelie ook weerklank vinden in gewapende conflicten, politieke strijd, de harde wetten van de marktconcurrentie, kleine en grote vormen van corruptie, de vijandigheid van het digitale activisme, mediaschandalen en de culturele strijd om verloren gegane waarden te herwinnen?

De heilige Johannes Paulus II pleitte voor een dringende opvoeding tot vrede: “Geconfronteerd met de tragedies die de mensheid nog steeds teisteren, zijn mensen geneigd zich over te geven aan een fatalistische houding, alsof vrede een onbereikbaar ideaal zou zijn. De Kerk daarentegen heeft altijd een heel eenvoudige waarheid verkondigd en blijft dat doen: vrede is mogelijk. Sterker nog, de Kerk blijft herhalen: vrede is noodzakelijk.”[15] Ook de heilige Jozefmaria geeft ons deze raad. Evenals de Poolse paus leefde hij niet in vredestijd, maar ondervond hij de oorlog aan den lijve, met alles wat daarbij hoort: geweld, haat, langdurige wrok en alle gevolgen van de donkerste jaren van de recente geschiedenis.[16] En toch benadrukte hij, “te midden van deze wereldwijde ramp, van zoveel haat en zoveel vernietiging, zijn wij geroepen vredestichters te zijn.”[17]

Vrede wordt gekweekt door eenheid van leven, met het zaad van dienstbaarheid, vriendschap en dialoog. “Met Zijn genade kunnen en moeten we allemaal ons steentje bijdragen om haat, geweld en tegenstellingen te verwerpen en dialoog, vrede en verzoening na te streven.”[18] De heilige Teresa van Calcutta vatte de christelijke weg naar de vrede kernachtig samen: “De vrucht van de stilte is het gebed. De vrucht van het gebed is het geloof. De vrucht van het geloof is de liefde. De vrucht van de liefde is de dienstbaarheid. De vrucht van de dienstbaarheid is de vrede.”[19]

Elk gebaar van onbaatzuchtigheid, elke daad van zorg en elk stil werk dat uit liefde wordt verricht, brengt verzoening en hoop bij de mensen om ons heen. Het gaat niet alleen om het vermijden van conflicten, maar ook om het verlichten van het lijden van anderen, volgens de logica van de liefde, die geen erkenning of beloning zoekt. Vrede groeit wanneer wij dienen, wanneer wij geven zonder iets terug te verwachten, wanneer wij de gevallenen oprichten en de behoeftigen bijstaan.[20] Zij vermenigvuldigt zich door de werken van barmhartigheid.

Vriendschap, waarvan de heilige Jozefmaria een groot leermeester was, is een ander zaad van vrede. “In een christen, in een kind van God, vormen vriendschap en liefde één geheel: een goddelijk licht dat warmte geeft.”[21] Vriendschap groeit door oprechte belangstelling voor de ander en wordt hersteld door verzoening. Wanneer de persoonlijke vriendschap zich uitbreidt, wordt zij sociale vriendschap. Dan ontstaat die genegenheid, “de meest verspreide vorm van liefde”,[22] die de eerste stap is om in iedere mens een broeder te zien. “Sociale vriendschap en universele broederschap vragen om de fundamentele erkenning van de waarde van iedere persoon, altijd en overal.”[23]

Vanuit dat perspectief wordt duidelijk dat “Vriendschap de wereld kan (...) veranderen. Vriendschap is een weg naar vrede.”[24]. Vanuit deze blik op de ander als een broer of zus groeit de keuze voor de dialoog, de vorm die communicatie aanneemt wanneer zij een uitdrukking wordt van dienstbaarheid en broederlijkheid. “Elkaar tegemoetkomen, zich uitdrukken, naar elkaar luisteren, naar elkaar kijken, elkaar leren kennen en begrijpen, raakvlakken zoeken ... dit alles wordt samengevat in het werkwoord ‘dialogeren’.”[25] De dialoog is de zuurstof die de vrede in menselijke relaties in stand houdt en vijandigheid ontkracht. Het is het “huis van vrede”[26] waar de waarheid wordt gezocht en gedeeld, uitgaande van de fundamentele waarheid van de waardigheid van de ander.

Uitstijgen boven de verschillen

Dialoog zuivert relaties, omdat het mensen verenigt in hun verschillen: “Bij echte vriendschap hoort dat we ons van harte inspannen om de overtuigingen van onze vrienden te begrijpen, ook al kunnen we die niet delen en niet aanvaarden.”[27] De vrede is niet bang voor verscheidenheid; zij omarmt haar. Zij laat ruimte voor een legitieme verscheidenheid van opvattingen. Daarom legde de heilige Jozefmaria uit: “In het Opus Dei is het pluralisme gewenst en bemind, het wordt niet alleen maar getolereerd en beslist niet belemmerd. Als ik al deze verschillen in instelling en opvatting zie die er bij de leden van het Werk in politieke, economische, sociale, artistieke en andere kwesties bestaan, dan is dat panorama voor mij een rede van blijdschap, omdat het bewijst dat alles functioneert zoals God het gewild heeft.”[28]

In antwoord op een vraag over de huidige politieke situatie heeft de Vader onlangs opnieuw gewezen op dit wezenlijke kenmerk van het Werk: “Niemand in het Opus Dei zal jullie voorschrijven op wie jullie moeten stemmen, wie jullie moeten steunen of welke zaak jullie moeten bevorderen. Evenmin zou het gepast zijn als tijdens de vormingsactiviteiten indirect een sfeer zou ontstaan waarin als vanzelfsprekend wordt aangenomen dat er voor de leden van het Opus Dei slechts één legitieme keuze bestaat. Vrijheid liefhebben betekent pluralisme liefhebben.”[29]

De dialoog bevorderen betekent ook de kleine relationele deugden cultiveren die haar mogelijk maken. Hartelijkheid, empathie, duidelijkheid, integriteit, vriendelijkheid, authenticiteit, voorzichtigheid en – wanneer de dialoog geen vrucht meer lijkt te dragen – ook vastberadenheid: het zijn allemaal houdingen van het hart die het wederzijds begrip bevorderen.[30] Wie met anderen in dialoog treedt, weet dat niet alles zomaar en op om het even welke manier gezegd kan worden. Hij beseft dat woorden datgene wat mensen met elkaar verbindt kunnen vernietigen en als een dodelijk gif kunnen werken (vgl. Jak. 3,6). In zijn boodschap voor de vastentijd heeft Leo XIV ons uitgenodigd tot “een zeer concrete en vaak onderschatte vorm van onthouding: het afzien van woorden die onze naaste kwetsen en pijn doen. Laten wij onze taal ontwapenen, harde woorden en overhaaste oordelen vermijden, ons onthouden van laster en van kwaadsprekerij over wie afwezig is en zich niet kan verdedigen. Laten wij onze woorden wegen en vriendelijkheid en respect cultiveren binnen onze gezinnen, onder vrienden, op het werk, op sociale media, in politieke debatten, in de media en binnen christelijke gemeenschappen. Zo kunnen woorden van haat wijken voor woorden van hoop en vrede.”[31]

Waarheid en naastenliefde zijn de twee vleugels waarop de dialoog rust. Sommigen trekken een leerstellige muur op om te verbergen dat zij niet in staat zijn andere mensen te begrijpen. Anderen laten hun overtuigingen vervagen in de heersende consensus om zo het getuigenis van hun geloof te vermijden. Geen van beide houdingen leidt tot een echte dialoog, omdat beide het geduld, de nederigheid en de moed uit de weg gaan die een dialoog mogelijk maken.

Luisteren, het woord nemen, begrijpen, zoeken naar wat verbindt en simplificaties vermijden: dat is de weg naar een vrede die “ontwapent en ontwapenend is”,[32] en tegelijk een leerschool om “dragers van gemeenschap te worden, in staat om de logica van verdeeldheid en polarisatie, van individualisme en egocentrisme te doorbreken”.[33] Alleen wanneer wij ons op Christus richten, kunnen wij – zoals de paus tegen de influencers zei – “de logica van de wereld overwinnen – die van fake news en van de frivoliteit – met de schoonheid en het licht van de waarheid”.[34]

* * *

Je op Christus richten betekent de wereld bekijken door de ogen van Christus aan het kruis, en naar het kruis kijken zoals Maria dat deed, terwijl een zwaard haar ziel doorboorde. Met name de rozenkrans “is wezenlijk een gebed voor vrede. Het gebed bestaat uit de contemplatie van Christus (...). Ieder die zich voegt in het mysterie van Christus – en dit is duidelijk het doel van de rozenkrans – leert het geheim van de vrede kennen en maakt dit tot zijn levenswerk. (...) Door onze ogen op Christus te richten, maakt het rozenkransgebed ons ook vredestichters in de wereld.”[35]

Met de blik van Jezus naar de wereld kijken, betekent de verantwoordelijkheid op ons nemen om anderen als een broer of zus te zien, met dezelfde contemplatieve houding waarmee wij naar het tabernakel willen kijken. Vanuit die blik van het hart wordt het leven vernieuwd in ware broederlijkheid, en waar vroeger verdeeldheid heerste, kan de blijvende vrede opbloeien die alleen God schenken kan. Het gaat daarbij niet om verre idealen, maar om concrete keuzes van elke dag. Elke daad van liefde heeft een vermenigvuldigingseffect: het is gist in het deeg. Elk gebaar van vergeving, elke stap naar verzoening, elk woord dat mensen met elkaar verbindt, is een daad van verlossing die een nieuwe weg opent. Zo zullen wij, volgens die ambachtelijke logica, “bijdragen aan het wegnemen van deze angst, deze vrees voor een toekomst van broedermoordende wrok en aan het bevestigen van vrede en eendracht in de zielen en in de samenleving: verdraagzaamheid, begrip, omgang, liefde.”[36]


[1] Paus Leo XIV, Boodschap direct na de pauskeuze, 8 mei 2025.

[2] Paus Leo XIV, Homilie bij het begin van zijn pontificaat, 18 mei 2025

[3] F. Rosini, El arte del buen combate, Cristiandad, Madrid 2023.

[4] Paus Leo XIV, Homilie tijdens de Mis van Kerstmis 2025, 25 december 2025.

[5] Paus Franciscus, Homilie in Santa Marta, 8 september 2016.

[6] Vgl. Heilige Jozefmaria, Catechese in Amerika, nr. 224, pp. 575-576: “Maar één ding staat vast: ik kan en moet jullie zeggen dat jullie je moeten onthouden van persoonlijke aanvallen. Verdedig jullie programma, maar val niemand persoonlijk aan: noch de huidige leiders, noch degenen die pas zijn afgetreden. Anders zal er in een land nooit nog een fatsoenlijk mens bereid zijn zich op te offeren om het land vooruit te helpen. Want dan zal men denken: straks val ik uit de gratie, wordt mijn leven onmogelijk gemaakt, en worden ook mijn kinderen, mijn familie en iedereen rondom mij het slachtoffer van de ene vervolging na de andere. Dat is waanzin. Daarom zeg ik: laat goede mensen zich met de politiek bezighouden. Ik weet dat jij het daar niet helemaal mee eens bent, want je hebt dat zojuist als voorbeeld aangehaald. Maar je hebt me wel de gelegenheid gegeven om eraan te herinneren dat er geen plaats mag zijn voor haat.”

[7] Heilige Jozefmaria, De Voor, nr. 864.

[8] Heilige Jozefmaria, De Weg, nr. 308.

[9] Paus Leo XIV, Boodschap Urbi et Orbi, 25 december 2025.

[10] Paus Leo XIV, Boodschap direct na de pauskeuze, 8 mei 2025

[11] Paus Leo XIV, Audiëntie, 22 november 2025. We kunnen ook denken aan de oproep die Paus Franciscus richtte tot de sociale bewegingen: “We moeten de menselijke waardigheid opnieuw centraal stellen en op dat fundament de alternatieve sociale structuren opbouwen die we nodig hebben. Dat moeten we doen met moed, maar ook met verstand; met vasthoudendheid, maar zonder fanatisme; met passie, maar zonder geweld. En we moeten het samen doen: de conflicten onder ogen zien zonder erin verstrikt te raken, steeds op zoek naar een oplossing voor de spanningen, zodat we kunnen groeien naar een hogere vorm van eenheid, vrede en gerechtigheid.” (Toespraak tot de deelnemers aan de Eerste Wereldbijeenkomst van Volksbewegingen, 28 oktober 2014).

[12] Heilige Jozefmaria, Gesprekken, nr. 117.

[13] Vgl. Heilige Jozefmaria, De Weg, nr. 961; De Smidse, nr. 856; Vrienden van God, nr. 239.

[14] Compendium van de Sociale Leer van de Kerk, nr. 494.

[15] Heilige Johannes Paulus II, “Een altijd actueel streven: opvoeden tot vrede” (8 december 2003, onderstreept in het origineel). Vgl. ook paus Benedictus XVI, “Zalig zij die vrede brengen”, Boodschap ter gelegenheid van de XLV Werelddag van de Vrede, 2013 (8 december 2012): “De zaligspreking door Jezus zegt, dat de vrede een messiaans geschenk en tegelijk het resultaat van een menselijke inspanning is.”

[16] Vgl. paus Benedictus XVI, Toespraak tijdens een ontmoeting met jongeren, Sulmona, 4 augustus 2010:

“Ja, het historisch geheugen is werkelijk een “onmisbare meerwaarde” in het leven, want zonder geheugen is er geen toekomst. Vroeger zei men dat de geschiedenis de leermeester van het leven is. De hedendaagse consumptiecultuur daarentegen dreigt de mens op te sluiten in het heden en hem het besef van het verleden en van de geschiedenis te ontnemen. Maar juist daardoor verliest hij ook het vermogen zichzelf te begrijpen, de problemen van zijn tijd te onderkennen en aan de toekomst te bouwen. Daarom, beste jongeren, wil ik jullie zeggen: een christen is iemand met een goed geheugen, die van de geschiedenis houdt en haar wil leren kennen.”

[17] Heilige Jozefmaria, Brief 7, nr. 58.

[18] Paus Leo XIV, Boodschap Urbi et Orbi, 25 december 2025.

[19] Geciteerd door de heilige Paus Johannes Paulus II, Toespraak, 20 oktober 2003.

[20] Cfr. J. Marrodán, El desafío del ‘nosotros’, in opusdei.org.

[21] Heilige Jozefmaria, De Smidse, nr. 565. Vgl. ook Brief 4, nr. 25: “Dit is onze geest, en die zullen wij altijd zichtbaar maken door de deuren van onze huizen open te zetten voor mensen van elke overtuiging en uit alle lagen van de samenleving, zonder enig onderscheid. Ons hart en onze armen staan open om iedereen te verwelkomen. Het is niet onze taak te oordelen, maar onze plicht ieder mens broederlijk te behandelen. Geen enkele ziel sluiten wij uit van onze vriendschap, en niemand mag zich tot het Werk van God wenden en met lege handen vertrekken. Iedereen moet zich bemint, begrepen en met genegenheid behandeld voelen. Zelfs de allerlaatste ziel, die zich nu in de meest afgelegen uithoek van de wereld bevindt en kwaad doet, heb ik lief. Met Gods genade zou ik mijn leven geven om zijn ziel te redden.”

[22] C.S. Lewis, Los cuatro amores, Rayo, Nueva York 2006, p. 43.

[23] Paus Franciscus, Encycliek Fratelli tutti, nr. 106.

[24] Paus Leo XIV, dialoog met de jongeren op vooravond van Jubileum, 2 augustus 2025.

[25] Paus Franciscus, Encycliek Fratelli tutti, nr. 198.

[26] Paus Leo XIV, “Vrede zij met u allen - Naar een ongewapende en ontwapenende vrede”, Boodschap ter gelegenheid van de 59ste Werelddag van de Vrede, 2026.

[27] Heilige Jozefmaria, De Voor, nr. 746.

[28] Heilige Jozefmaria, Gesprekken, nr. 67.

[29] F. Ocáriz, Amar la libertad implica amar el pluralismo, Entrevista, The Pillar, 2 11 november 2024, en opusdei.org.

[30] Vgl. Heilige Johannes Paulus II, De dialoog voor vrede: een dringende kwestie van onze tijd, Boodschap ter gelegenheid van de XVI Werelddag van de Vrede 1983 (8 december 1982).

[31] Paus Leo XIV, Boodschap voor de Vasten (5 februari 2026).

[32] Paus Leo XIV, Boodschap ter gelegenheid van de 59ste Werelddag van de Vrede, 2026; Boodschap direct na de pauskeuze, 8 mei 2025.

[33] Paus Leo XIV, Een groet aan de influencers en digitale missionarissen, 29 juli 2025.

[34] Ibid.

[35] Johannes Paulus II, Rosarium Virginis Mariae, nr. 40. Vgl Heilige Jozefmaria, In dialoog met de Heer, nr. 58: “Bid (...) voor vrede in de wereld: dat er geen oorlogen mogen zijn, dat oorlogen en haat een einde mogen maken. Bid voor sociale vrede: dat er geen klassenhaat mag zijn, dat mensen elkaar liefhebben; dat ze met elkaar kunnen samenleven, dat ze elkaar kunnen vergeven; anders zie ik nergens de liefde van Christus”.

[36] Heilige Jozefmaria, Brief 3, nr. 38.

Juan Pablo Cannata – Carlos Ayxelà