Voor mij is leven Christus

Het voorwoord op een reeks artikelen met richtlijnen voor een leven met Jezus Christus als middelpunt.

Het Angelus (Jean-François Millet, 1857-59, Musée d'Orsay, Parijs)

Wat betekent het om een christen te zijn? Er zijn veel manieren om deze vraag te beantwoorden. Misschien is het meest beknopte antwoord dat we meermalen vinden in de brieven van St. Paulus: een christen zijn is in Christus leven, ons leven met Hem leven, Zijn leven in ons leven. In Hem heeft God ons uitgekozen al voor de grondlegging van de wereld, om heilig […] te zijn voor zijn aangezicht (Ef 1:4); in Hem worden wij gedoopt om te delen in Zijn dood en verrijzenis (cf. Rom 6:1-14); in Hem worden we een nieuwe schepping (2 Kor 5:17).

Leven in Christus brengt ons ertoe over de grenzen van een in onszelf opgesloten bestaan te gaan. Het opent voor ons de horizon van gemeenschap met God en de mensen om ons heen en laat zo het ontevreden gevoel achterwege dat veroorzaakt wordt door uitsluitend wereldlijke aangelegenheden. Het geeft ons nieuwe hoop, die in ons dagelijks leven doorwerkt, en tegelijkertijd projecteert het zichzelf over de dood heen: Niemand van ons leeft immers voor zichzelf alleen, en niemand sterft voor zichzelf alleen. Zolang wij leven, leven wij voor de Heer, en sterven wij, dan sterven wij voor de Heer: of wij leven of sterven, Hem behoren wij toe (Rom 14:7-8). Leven in Christus is een gave die wij op een bijzondere manier ontvangen door deel te nemen aan de sacramenten, wat ons omvormt tot een bestaan geleid door de Heilige Geest, dat de tekenen draagt van liefde (zie Rom 8).

De centrale aanwezigheid van de persoon van Jezus Christus moet daarom het startpunt en de leidraad vormen voor ons hele bestaan. In een van zijn eerste herderlijke brieven herinnerde de prelaat van het Opus Dei, Mgr. Fernando Ocáriz, aan dit basisprincipe van het christelijk leven en hij wees op enkele van de vele consequenties ervan:

Jezus plaatsen in het centrum van ons leven betekent ons verdiepen in het contemplatieve gebed midden in de wereld, en anderen helpen langs “paden van contemplatie” te gaan. Het betekent het met nieuw licht herontdekken van de antropologische en christelijke waarde van verschillende ascetische middelen; de persoon worden in zijn of haar hele rechtschapenheid: verstand, wil, hart, relaties met anderen; het koesteren van innerlijke vrijheid die ons dingen uit liefde laat doen; mensen helpen denken, zo dat iedere persoon kan ontdekken wat God van hem vraagt en met volle persoonlijke verantwoordelijkheid beslissingen kan nemen; het voeden van vertrouwen in Gods genade om waakzaam te zijn tegen eigenzinnigheid en sentimentaliteit; het uitdragen van het ideaal van christelijk leven zonder het te verwarren met perfectionisme en mensen leren hoe ze met hun eigen zwakheid en die van anderen moeten leven en deze accepteren; het met al zijn consequenties in praktijk brengen van een dagelijkse houding van hoopvolle overgave aan Gods wil, gegrondvest op het goddelijk kindschap.

Op deze manier zal het gevoel voor de opdracht die onze roeping inhoudt worden versterkt, samen met onze volledige en vreugdevolle zelfgave. Wij zijn geroepen om met initiatief en spontaniteit bij te dragen aan de verbetering van de wereld en de cultuur van onze tijd, zodat Gods plannen met de mensheid worden geopenbaard: cogitationes cordis eius, de plannen van zijn hart, die van generatie tot generatie van kracht blijven (Ps 33 [32]: 11).[1]

De volgende paragrafen van dezelfde brief voegen andere aspecten toe die voortkomen uit het centraal stellen van Jezus Christus in ons leven, zoals de noodzaak om een hart te hebben dat niet gehecht is aan materiële goederen, opdat wij werkelijk “vrij zijn om lief te hebben”, en onze liefde voor de Kerk, die “ons ertoe zal aansporen middelen te vergaren voor de ontwikkeling van het apostolaat en in iedereen een grote professionele vurigheid zal voeden”.[2] De tekst staat ook stil bij het besef van zending van degenen die weten dat zij worden geroepen door een “God die liefde is en liefde in ons plant zodat we Hem en anderen kunnen beminnen.”[3] Want om de gave te delen die wij hebben ontvangen lijkt de wereld te klein en de tijd te kort.

Contemplatief gebed in de wereld, dat Mgr. Ocáriz beschrijft als de eerste consequentie van dit centraal stellen van Christus in het leven van gelovigen, kwam aan de orde in een serie artikelen gepubliceerd op de website van het Opus Dei, later verzameld in het boek Nieuwe horizonten (New Mediterraneans). Sindsdien, ook overeenkomend met deze woorden van de prelaat van het Opus Dei, hebben verschillende auteurs artikelen geschreven die andere aspecten dieper verkennen. Deze teksten, ook gepubliceerd op de website van het Opus Dei, worden nu in dit boek aangeboden, om het lezen ervan te vergemakkelijken en hun thematische samenhang te erkennen. Beginnend met de centrale plaats van de persoon van Jezus als de bron van vreugdevolle hoop, behandelen zij: het leven van gebed midden in de wereld vanuit een meer veelzijdig perspectief; christelijke vorming als een proces dat de persoon in alle dimensies raakt; de innerlijke vrijheid om kinderen van God te zijn; de geestelijke strijd als een dankbaar antwoord op Gods gave aan ons in Christus; het besef van zending karakteristiek voor degenen die een goddelijke roeping hebben aanvaard; en het bewustzijn van Gods onvoorwaardelijke liefde als de basis van onze pogingen om Zijn wensen te vervullen.

Zeker, er zijn veel onderwerpen die nog behandeld moeten worden, en zelfs die welke wij hier hebben opgenomen, zouden onderwerp kunnen zijn van verdere artikelen. We hebben echter niet geprobeerd om een onderwerp dat op zichzelf al zo groot is, uitputtend te behandelen. Aan de andere kant hopen wij dat de hier verzamelde teksten een uitnodiging zullen zijn aan onze lezers om steeds dieper door te dringen in het mysterie van een God die ons komt ontmoeten, zodat we allen kunnen zeggen met St. Paulus: Voor mij is leven Christus (Fil 1:21)

[1] Fernando Ocáriz, Pastorale brief, 14 februari 2017, nr. 8.

[2] Fernando Ocáriz, Pastorale brief, 14 februari 2017, nr. 8.

[3] Fernando Ocáriz, Pastorale brief, 14 februari 2017, nr. 9.

Rodolfo Valdes