Aan de vooravond van een historisch moment bereidt het Opus Dei zich voor op zijn honderdjarig bestaan: met de blik gericht op de toekomst en de voeten stevig in het dagelijks leven. In dit exclusieve interview spreekt Claudio Caruso met mgr. Fernando Ocáriz over de uitdagingen waarmee gezinnen vandaag worden geconfronteerd, over de bijdrage van het Opus Dei in zijn eerste eeuw en over de vitaliteit van de Kerk in Afrika.
Met een warme en toegankelijke toon, en vanuit een uitgesproken bovennatuurlijke visie, gaat Don Fernando ook in op de betekenis van het aanstaande bezoek van paus Leo aan Spanje, onder het motto ‘Richt uw blik omhoog’. Het gesprek laat zien hoe de boodschap van de heilige Jozefmaria — God vinden in werk, rust en dagelijkse omgang met anderen — ook vandaag een levendig en vernieuwend antwoord biedt op de vragen van onze tijd.
«Mijn grote wens voor de komende jaren is dat het Werk een grote catechese wordt, die helpt om de heiligheid in het dagelijks leven te verwezenlijken.»
De heilige Jozefmaria werd geboren in een katholiek en praktiserend gezin. Hij begon zijn apostolaat onder jongeren, van wie velen uit katholieke gezinnen kwamen. Maar in de loop van zijn leven breidde het Werk zich uit naar andere landen, waar de situatie anders was. Hij sprak zelfs over het apostolaat ‘ad fidem’. Wat beschouwt u als het belangrijkste in het apostolaat in milieus waar het gezin niet alleen weinig bijdraagt aan het geloof, maar zelfs uit elkaar is gevallen? Hoe zou men in deze situatie van de samenleving de gezinnen kunnen stimuleren om een ‘brandhaard van licht en vreugde’ te zijn, zoals de heilige Jozefmaria zei?
Vanaf het allereerste begin heeft de heilige Jozefmaria veel belang toegekend aan de vriendschap als een bevoorrechte plek voor de evangelisatie, want daar is het waar we het Evangelie van hart tot hart met elkaar delen. Via die vriendschapsbanden wordt het geloof verspreid naar de gezinnen, collega’s, buren… en opent het voor iedereen nieuwe horizonten. Zo stelde hij zich de rol van de eerste christenen voor, die door een aanstekelijke vreugde op natuurlijke wijze hun vriendschap met Christus toonden. En dit blijft nog steeds zo. De ontmoeting met Jezus helpt mensen hun leven richting en betekenis te geven: ze helpt ons te geloven in een eeuwige liefde, laat ons zien dat kinderen een zegen zijn en geeft ons de kracht om voor de ouderen en zieken te zorgen. De christelijke gezinnen zijn geroepen om ook veel andere gezinnen te helpen.
De heilige Jozefmaria zei altijd dat het Werk er is om de Kerk te dienen. Wat is volgens u de belangrijkste dienst die het Werk de Kerk in deze eerste honderd jaar heeft bewezen?
De belangrijkste bijdrage van het Opus Dei ligt in de essentie van de geest die God sinds 1928 via het Werk heeft willen verspreiden: een grote groep mensen die God in hun dagelijks leven willen liefhebben door te zoeken naar manieren waarop het Evangelie zin en betekenis kan geven aan hun werk en hun vrije tijd, aan de relaties met hun familieleden en collega’s. Zo dragen ze bij aan het menselijker – en christelijker – maken van de kleine en grote beproevingen van het leven, evenals van de vreugden en uitdagingen die zich aandienen, door hun dagelijks werk om te vormen tot een edelmoedige dienst, tot het zaaien van christelijke vrede en vreugde in alle milieus.
Het is eenvoudiger om deze vraag te benaderen aan de hand van de institutionele projecten [van het Werk] en te wijzen op de inspiratie die de boodschap van het Opus Dei heeft gegeven aan talrijke initiatieven op het gebied van onderwijs, vorming, solidariteit en hulpverlening op vele plaatsen in de wereld. Er zijn diverse voorbeelden te noemen, zoals het Strathmore College in Kenia, de eerste interraciale school in Afrika, die in 1961 werd opgericht geïnspireerd door de geest van de heilige Jozefmaria; beroepsopleidingen in Zuid-Amerika, een managementschool in Mexico of een studentenhuis in Spanje. In Rome is het werk van de Pauselijke Universiteit van het Heilig Kruis een begrip; het is een centrum voor kerkelijke studies dat studenten uit 129 landen en meer dan 1.200 bisdommen heeft opgeleid.
Zonder hiermee afbreuk te doen aan het bovenstaande, ben ik vervuld van dankbaarheid om opnieuw te constateren – na het aanhoren van meer dan 50.000 stemmen uit 70 landen – dat de meest getrouwe weg om de Kerk vanuit onze geest te dienen, erin bestaat ons zo met Christus te vereenzelvigen dat we zijn gevoelens delen, zodat we niet onverschillig staan tegenover de wisselvalligheden van onze wereld en ons eigen leven inzetten om een antwoord te bieden op de verwachtingen en noden van iedereen.
Het honderdjarig bestaan van het Werk is een moment van dankbaarheid, bezinning en vooruitblikken: hoe ziet u de toekomst van het Werk in de komende jaren?
Mijn hoop voor de komende jaren is dat het honderdjarig jubileum van de stichting van het Opus Dei voor iedereen een gelegenheid mag zijn om zich innerlijk te vernieuwen, en dat we vanuit die innerlijke vernieuwing – die ook inhoudt dat we onze fouten erkennen en corrigeren – God, de Kerk en alle mensen beter kunnen dienen, en zo de vernieuwing van de wereld naar het hart van Christus mogen inspireren. Dat er mensen van het Opus Dei zijn in die gezinnen die verenigd zijn omdat ze elkaar om vergeving hebben weten te vragen. Dat er journalisten zijn die de waarheid spreken, leraren die zich inzetten om met nederigheid en moed les te geven; blije ouderen en solidaire jongeren; echtparen die hun kinderen het geloof bijbrengen; zieken die hun pijn met sereniteit dragen; artsen die hun patiënten met menselijkheid behandelen, en ingenieurs die hun beste vaardigheden inzetten om de problemen van de meest kwetsbaren op te lossen, ook al is dat niet de meest winstgevende onderneming. Dit is mijn droom voor de komende jaren: dat het Werk een grote catechese wordt om de heiligheid in het dagelijks leven te helpen verwezenlijken en eraan bij te dragen “dat de liefde en de vrijheid van Christus alle uitingen van het moderne leven beheersen” (de heilige Jozefmaria, De Voor, nr. 302).
De Paus heeft een tiendaagse reis door verschillende Afrikaanse landen gemaakt. Wat waren voor u de belangrijkste thema’s van dat bezoek?
De intensieve, apostolische reis van tien dagen door Algerije, Kameroen, Angola en Equatoriaal-Guinea was een sprekend bewijs van de zorg van de Paus en de Kerk voor de hele mensheid, en in het bijzonder voor het Afrikaanse continent, een land van even grote hoop als uitdagingen. Tegelijkertijd is het een gelegenheid om onze dankbaarheid, onze kinderlijke genegenheid en ons voortdurende gebed voor de vruchten van zijn pontificaat te hernieuwen.
Tijdens elke reis is de Heilige Vader voor de mensen die hem ontvangen een getuige van het evangelie en van Gods nabijheid. Hij heeft opnieuw zijn boodschap van vrede en verzoening benadrukt als christelijk antwoord op de conflicten. Zijn pelgrimstocht naar het land van de heilige Augustinus toont ons zijn eigen identiteit als geestelijk zoon van de heilige uit Hippo. Dit nodigt ons uit om in Jezus Christus de antwoorden op onze existentiële vragen te zoeken. De massale en vreugdevolle liturgische vieringen – zoals de ontroerende Mis ter afsluiting in Malabo – tonen aan dat de Kerk in Afrika bruist van vitaliteit. De Paus heeft ons er allemaal aan herinnerd dat dit continent een ware spirituele long en een schat aan geloof is voor de hele wereld.
En wat verwacht het Werk van het apostolaat op dat continent?
Het korte antwoord is dat we heel veel verwachten, zowel wat betreft vormingsprojecten als wat betreft de persoonlijke trouw aan Jezus Christus. Beide aspecten zijn belangrijk, maar in het Opus Dei hechten we vooral belang aan ieders apostolische spontaniteit, aan zijn of haar vrije en verantwoordelijke initiatief, geleid door de Heilige Geest.
De heilige Jozefmaria had een innige liefde voor Afrika, met zijn grote verscheidenheid aan culturen en volkeren, en hij zag wat een groot goed de mannen en vrouwen daar zouden bijdragen aan de samenleving en aan de opbouw van de Kerk. Hij spoorde ons vaak aan om te dromen van grote idealen. Wat mij het meest verheugt aan het werk van het Opus Dei in Afrika, is het leven van de Afrikanen die de geest van het Werk beleven. Het Opus Dei is niet in Afrika aanwezig als een externe factor, maar al bijna 70 jaar lang beleven Afrikanen uit verschillende landen de geest van het Opus Dei, op hun eigen manier, in hun eigen omstandigheden. Het Opus Dei is Afrikaans omdat het katholiek en universeel is, net als de boodschap van het evangelie. En we zien nu al hoe het Opus Dei zich vanuit Afrika naar andere delen van de wereld uitbreidt en een levendig getuigenis van geloof en vreugde brengt.
De komende maand juni brengt paus Leo voor het eerst een bezoek aan Spanje. Hoe denkt u dat we ons op die gebeurtenis moeten voorbereiden in het geboorteland van het Werk?
Het motto van de reis – ‘Richt uw blik omhoog’ – is een uitnodiging om naar onze werkelijkheid te kijken vanuit een perspectief dat verder reikt dan de menselijke logica, en om ons open te stellen voor de bovennatuurlijke visie die de liefde van God ons schenkt. Door dichter bij Hem te komen in de mensen in nood, met daden en werken van barmhartigheid, bereiden we ons hart voor om in hen Jezus te ontvangen: “Al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders, hebt gij voor mij gedaan” (Mt 25,40).
De heilige Jozefmaria noemde de Paus, in navolging van de heilige Catharina van Siena, de ‘liefdevolle Christus op aarde’. Een andere essentiële manier om ons voor te bereiden op het bezoek van de Heilige Vader is door te bidden voor hemzelf en voor de vruchten van zijn reis, opdat alle harten openstaan om naar zijn woorden te luisteren, deze met geloof te ontvangen en ze vervolgens in alle uithoeken van de samenleving te laten weerklinken. Het christelijk geloof heeft grote maatschappelijke implicaties en dat blijkt vaak tijdens een reis van de Paus, want dat is ook een staatsbezoek. Maar het belangrijkste, het centrale punt, is dat de Paus ons helpt Jezus Christus te ontmoeten. Alleen in Jezus Christus en met Jezus Christus heeft het leven zin en kunnen we de uitdagingen van de mensheid met hoop tegemoet treden.
