Lees het interview in Prensa Libre (Guatemala)
De prelaat van het Opus Dei, Mgr. Fernando Ocáriz, kwam op 4 augustus in Guatemala aan, waarmee hij het startschot gaf voor zijn pastorale reis door Midden-Amerika die tot 22 augustus zou duren. De reis omvatte ook San Pedro Sula en Tegucigalpa in Honduras en San Salvador in El Salvador.
Tijdens zijn bezoek, en dankzij de inzet van een lokaal ondersteuningsteam van het Opus Dei, stemde hij ermee in om dit schriftelijke interview te geven over zijn bezoek aan Guatemala en zijn visie op de huidige uitdagingen.
Het is uw eerste bezoek aan Guatemala als Prelaat van het Opus Dei. Wat betekent deze reis voor u en wat verwacht u van deze dagen waarin u zoveel mensen zult ontmoeten?
Het is een groot genoegen om hier zoveel mensen te ontmoeten: naar hen te luisteren, van hen te leren, met hen te bidden en de Heer te danken voor al het goede dat Hij in dit land tot stand brengt. Ik zeg altijd dat ik tijdens deze reizen veel meer ontvang dan ik kan geven. Ik hoop dat deze dagen ons allen helpen om onze hoop te vernieuwen, te groeien in vriendschap met Jezus Christus en te ontdekken dat ieder van ons, waar hij of zij zich ook bevindt, kan bijdragen – zoals paus Leo XIV ons eraan herinnert – aan een samenleving die menselijker is en dichter bij God staat.
Het Opus Dei maakt deel uit van de Katholieke Kerk. Hoe werkt het samen met de bisschoppen, de bisdommen en de andere instellingen, religieuze ordes of bewegingen binnen de Kerk? Wat draagt het Opus Dei bij aan het leven van de Kerk?
Binnen de grote familie van de Kerk draagt het Opus Dei bij met zijn boodschap en charisma: mensen van allerlei afkomst en levensstaat helpen om God te ontmoeten in hun dagelijks leven – op het werk, op straat, in het gezin, in de vreugde en ook in de moeilijkheden van het leven – en daar een actieve rol te spelen in de evangelisatieopdracht van de Kerk. Het Opus Dei staat ten dienste van de Kerk. Dat staat centraal in onze geest. De heilige Jozefmaria heeft dit op vele manieren onderwezen: de eenheid met de paus, met de bisschoppen en met alle andere katholieken. Dit is fundamenteel. Hiermee kunnen wij, met Gods genade, eenheid zaaien in een verdeelde en versnipperde wereld, door het licht en de liefde van Christus te brengen waar die het meest nodig zijn: in de klaslokalen, in de dorpen en op het platteland, in de ziekenhuizen, op de kantoren, in de gezinnen, bij armen en rijken… bij iedereen.
De Kerk in Latijns-Amerika staat voor grote uitdagingen, maar er zijn ook grote kansen. Wat zijn de prioriteiten voor de verkondiging van het Evangelie op dit continent, dat wordt beschouwd als het continent van de hoop?
Latijns-Amerika beleeft het geloof met een volksvroomheid die een inspiratiebron is voor de hele wereld. Tegelijkertijd maken we, net als in de rest van de wereld, een tijdperk van verandering door dat veel vorming vereist, aangepast aan ieders omstandigheden. Daarom mogen de moeilijkheden waarmee de evangelisatie te maken heeft, niet tot ontmoediging leiden. Integendeel, ze moeten een oproep zijn om meer te bidden en dichter bij de mensen te komen en hen beter te dienen, om hen te helpen bij hun ontmoeting met Christus.
Nog maar enkele maanden geleden herdachten we de vijftigste verjaardag van de reis van de heilige Jozefmaria door Latijns-Amerika, die eindigde in Guatemala. Tijdens een ontmoeting met mensen uit de verschillende landen zei hij: “Ik zie jullie, en dat geeft mij hoop.” Het Werk, een klein onderdeel van de Kerk, begon in Amerika met slechts een handvol mensen. Vandaag zijn het er duizenden. Die hoop is geroepen om zich met vreugde over de hele wereld te verspreiden. “Laat de hoop u blij maken” (Rom. 12,12), zegt de heilige Paulus. Het gaat daarbij niet om een ijdele hoop. Daarom voegde hij eraan toe: “houdt stand in de verdrukking, volhardt in het gebed”. En in Latijns-Amerika vinden we die vreugde, die kracht en die diepe vroomheid die hoop kunnen brengen aan de rest van de wereld.
In zijn eerste encycliek, Magnifica Humanitas, roept paus Leo XIV christenen op om een cultuur van vrede te bevorderen en de waardigheid van ieder mens te herontdekken. Wat vindt u belangrijk in de huidige situatie in Midden-Amerika?
Paus Leo nodigt ons uit om het welzijn van de mens centraal te stellen in het maatschappelijke en economische leven: respect voor de waardigheid van de mens is de weg naar vrede. Zoals ik de afgelopen dagen aan de Universidad del Istmo heb gezegd, kan iedereen voor zichzelf bedenken wat het in zijn of haar eigen leven betekent dat de mens belangrijker is dan technologie, dan geld en dan structuren. Er wordt tegenwoordig gesproken over posthumanisme en transhumanisme. De Kerk pleit voor een waarachtig humanisme, dat de waardigheid van de mens centraal stelt, omdat ieder mens geroepen is om in Christus een kind van God te zijn.
De paus vestigt de aandacht op de indrukwekkende vooruitgang op het gebied van technologie en artificiële intelligentie, terwijl we tegelijkertijd worden geconfronteerd met problemen als armoede, migratie, geweld en polarisatie. Hoe kan een christen bijdragen aan een meer verenigde en hoopvollere samenleving?
De heilige Jozefmaria opende voor christenen een schitterend perspectief: de liefde van Christus centraal stellen in alle menselijke activiteiten. Ieder van ons is geroepen om – vanuit zijn werk, zijn studie, zijn maatschappelijke en burgerlijke betrokkenheid, en in samenwerking met anderen die dezelfde bezorgdheden delen – al dan niet christenen – antwoorden te zoeken op de uitdagingen van onze tijd, om zo vrede, waardigheid, gerechtigheid en christelijke naastenliefde te zaaien. Het is de parabel van de talenten: we hebben allemaal talenten ontvangen om die te vermenigvuldigen in dienst van anderen: nieuwe ontwikkelingen aansturen met de ethiek, moeilijke problemen aanpakken vanuit de principes van het Evangelie, professionele kennis en een geloofsvisie aanreiken.
Het Opus Dei nadert het honderdjarig jubileum van zijn oprichting, dat zal worden gevierd tussen twee data: 2 oktober 2028 en 14 februari 2030. Wat betekent dit jubileum voor de instelling en welke vruchten hoopt u dat het zal afwerpen voor de Kerk en voor de samenleving in Midden-Amerika?
Dit eeuwfeest nodigt ons uit om met dankbaarheid terug te blikken op het verleden en ons af te vragen hoe we de Kerk en de samenleving nog doeltreffender van dienst kunnen zijn. We zijn ons ervan bewust dat we van God een genade hebben ontvangen om die te delen. We willen niet dat dit jubileum louter een organisatorische of institutionele aangelegenheid zou zijn: het is een oproep aan ieder lid van het Opus Dei, en aan de vele medewerkers en vrienden met wie we samen op weg zijn, om ons nog trouwer af te stemmen op het licht dat de heilige Jozefmaria op 2 oktober 1928 ontving en om licht te brengen aan anderen: het licht van het geloof, van de naastenliefde, van de dienstbaarheid, van de vrede. De heilige Jozefmaria nodigde ons uit om het belang van dienstbaarheid te verspreiden, in een samenleving die deze waarde vaak uit het oog heeft verloren. Jezus zegt ons in het Evangelie: Ik ben gekomen om te dienen (vgl. Matteüs 20:28 en Marcus 10:45).
In Midden-Amerika, en overal, nodig ik de mensen die deelnemen aan apostolische en vormingsactiviteiten uit om zich een vraag te stellen die wij ons ook stellen: hoe kan ik mijn dienstbaarheid vernieuwen? Hoe kan ik beter dienen in mijn omgeving, in mijn buurt, in mijn gezin, op mijn werk?
In een boodschap van 19 maart van dit jaar gaf u aan dat de voorbereidingen voor het honderdjarig jubileum binnenkort van start gaan. Hoe zou u graag zien dat het Opus Dei dat jubileum bereikt?
Ik zou graag willen dat we allemaal de gave van God opnieuw aanwakkeren. Zoals ik in die boodschap al zei, zijn de woorden die de apostel Paulus tot Timoteüs richt zeer verhelderend: “vergeet dus niet het vuur aan te wakkeren van Gods genade die in u is” (2 Timoteüs 1:6). Dat doen we door dankbaar te zijn, door nauwer verbonden te zijn met de paus, met een groter verlangen om te dienen, zodat we zaaiers van vrede en vreugde kunnen zijn, overal waar we leven.
Op dit historische moment wordt een uitspraak van de heilige Jozefmaria aangehaald die luidt: “Alles is volbracht en alles moet nog gebeuren”. Hoe kunnen jullie, aangezien het Opus Dei een levend organisme is, trouw en verandering met elkaar verzoenen?
In het leven van de Kerk is alles al volbracht, omdat Jezus Christus ons heeft verlost en zijn oneindige genade – zijn Woord en zijn sacramenten – voor ons beschikbaar is. Tegelijkertijd vindt de verlossing plaats in het leven en in de keuzes van ieder individu, en in die zin moet alles nog gebeuren.
Het Werk kan al op een geschiedenis van honderd jaar terugblikken; er is veel bereikt, de spiritualiteit is gezegend door de Kerk en belichaamd in duizenden mensen: alles is aanwezig in de spiritualiteit en in de belangrijkste middelen om die te beleven. Maar de horizon van de evangelisatie is een zee zonder oevers: er valt nog alles te doen. Tijdens de recente reis van de paus naar Spanje werd een motto gebruikt: "Kijk omhoog”. Zo willen wij christenen naar de wereld kijken, met de ogen van Jezus: als een groot veld vol tarwe maar ook vol onkruid. We willen instrumenten in Gods handen zijn en Hem helpen bij het zaaien en oogsten van goede dingen, daden van geloof en dienstbaarheid, van vrijheid, gerechtigheid en sociale vooruitgang.
Een van de belangrijkste boodschappen van de heilige Jozefmaria was dat het werk een plek kan zijn waar men God ontmoet en anderen dient. Wat kan die visie betekenen in een wereld waarin veel mensen gebukt gaan onder zinloos werk, oneerlijke arbeidsomstandigheden of werkloosheid?
De heilige Jozefmaria wilde dat het werk de spil zou vormen, dat wil zeggen het steunpunt waarrond het christelijke leven van de gelovigen van het Opus Dei draait. Hij beschouwde werk in brede zin, niet alleen als een baan: ook de opvoeding van de kinderen, het huishouden, ziek zijn en zelfs het zoeken naar werk wanneer men werkloos is.
De enorme wereld van het werk, waar we zoveel uren doorbrengen en die doorgaans onze persoonlijkheid vormt, is een plek waar we God kunnen ontmoeten en, vanuit God, een kans om anderen te dienen, om persoonlijk te groeien, en de realiteit van waaruit we onze bijdrage kunnen leveren bij de oplossing van maatschappelijke problemen. Het probleem van armoede, oorlog, gebrek aan onderwijs en gezondheidszorg kan worden aangepakt via maatschappelijke betrokkenheid, via ngo’s en via kerkelijke instellingen. Maar we kunnen ons ook afvragen of we deze grote uitdagingen niet ook vanuit ons dagelijks werk kunnen aanpakken. Vanuit elk beroep kan een bijdrage worden geleverd aan gerechtigheid en naastenliefde; wie de meeste mogelijkheden heeft, draagt ook een grotere verantwoordelijkheid.
In 2023 vernam Guatemala het nieuws dat dokter Ernesto Cofiño, lid van het Opus Dei, door de Heilige Stoel werd erkend als iemand die de christelijke deugden op heldhaftige wijze heeft beleefd, waardoor hij de titel ‘eerbiedwaardige’ kreeg, wat een stap is op weg naar heiligverklaring. Wat betekent deze erkenning?
Het is vooral een uitnodiging om heiligheid te zien als een reële mogelijkheid voor iedereen. Ernesto Cofiño stond niet bekend om zijn buitengewone daden, maar wel om de buitengewone manier waarop hij het gewone leven leidde: zijn gezin, zijn beroep, zijn vrienden, zijn inzet voor de meest behoeftigen en zijn relatie met God.
Voor Guatemala is dit een bron van hoop, omdat het aantoont dat dit land de Kerk en de wereld dit stralende voorbeeld van christelijk leven heeft gegeven. Ook voor het Opus Dei is het een reden tot vreugde, omdat het eens te meer bevestigt dat het heiligen van het werk en het gezinsleven vruchten kan afwerpen die de hele samenleving ten goede komen.
Ernesto Cofiño was een voorbeeldige arts, echtgenoot, vader en betrokken burger. Welke aspecten van zijn leven zijn volgens u relevant voor beroepsmensen en gezinnen van vandaag?
Ik heb bewondering voor zijn consequente levenshouding. Zijn geloof was niet beperkt tot bepaalde momenten, en zijn beroep stond niet los van zijn christelijke overtuigingen. Alles was met elkaar verweven: hij was een goede arts omdat hij van mensen hield; hij was een goede echtgenoot en vader omdat hij wist dat liefde tot uiting komt in de kleine dingen; hij was een betrokken burger omdat hij in ieder mens een kind van God zag.
In een samenleving waarin het soms lijkt alsof we ons leven moeten opsplitsen, herinnert Ernesto ons eraan dat coherentie, vreugde en dienstbaarheid nog steeds uiterst actueel zijn.
We leven in een cultuur waarin geloof en beroepsleven vaak van elkaar worden gescheiden. Het is opvallend dat een arts die het zo druk had als dokter Cofiño toch tijd vond om elke dag naar de mis te gaan of te bidden. Hoe kan iemand met zoveel verantwoordelijkheden en beroepsmatige bezigheden ruimte vinden om God te contempleren en met Hem om te gaan?
Het gaat er niet om buitengewone dingen te doen, maar om te ontdekken dat God juist te midden van onze dagelijkse bezigheden op ons wacht. De heilige Jozefmaria sprak over het vinden van “iets heiligs, iets goddelijks, verborgen in de meest alledaagse situaties”. Wanneer iemand ernaar streeft goed te werken, anderen te dienen, zich in te zetten en elke dag tijd vrij te maken voor gebed, ontdekt hij beetje bij beetje dat de relatie met God niet in strijd is met zijn verantwoordelijkheden, maar deze juist een diepere betekenis geeft. Ernesto Cofiño beleefde het zo. Het gebed nam hem geen tijd weg om lief te hebben; het leerde hem beter lief te hebben.
Welke boodschap zou u willen meegeven aan de Guatemalteken en, in het bijzonder, aan de gelovigen en vrienden van het Opus Dei in Midden-Amerika?
Ik wil gewoon even mijn dank uitspreken voor de hartelijkheid waarmee ik word ontvangen en vooral voor het voorbeeld van geloof dat ik zo vaak heb gezien bij de mensen uit deze streek.
Ik zou alle Guatemalteken willen aanmoedigen om de hoop nooit te verliezen. Onze wereld heeft mensen nodig die bruggen bouwen, die kunnen vergeven, eerlijk werken en vrede zaaien in het dagelijks leven. Dat is een weg die voor iedereen openstaat.
