Iets groots dat Liefde is (I): Jezus komt om ons te ontmoeten

Eerste artikel in een serie over het herkennen van iemands persoonlijke roeping in het leven; want God heeft een plan voor elke man en vrouw.

Opus Dei - Iets groots dat Liefde is (I): Jezus komt om ons te ontmoeten

In oktober vond in Rome de gewone algemene vergadering van de bisschoppensynode plaats die paus Franciscus heeft gewijd aan de “Jonge mensen, het geloof en de roeping.” In de Brief aan de jongeren waarmee hij dit evenement aankondigde, riep de Heilige Vader de ontmoeting van de eerste volgelingen met onze Heer in herinnering: “Jezus richt zijn blik ook op jullie en Hij nodigt jullie uit om bij Hem te komen. Beste jongeren, hebben jullie deze blik ontmoet? Hebben jullie deze stem gehoord? Hebben jullie deze stimulans om op weg te gaan gevoeld?”[1]

Het kan tegenwoordig moeilijk zijn Jezus persoonlijk te ontmoeten, aangezien “er in de wereld lawaai en oorverdovend geraas lijken te heersen.” Desondanks: “deze roep om je hart open te stellen voor de volle vreugde zal blijven weerklinken in jullie hart.” Dit kan gerealiseerd worden, zegt de Paus, met ‘ervaren gidsen’ van wie je leert hoe je de reis onderneemt om Gods plan in jouw leven te ontdekken.[2] De serie artikelen die hier begint wil jongeren op deze reis helpen. Begeleid door Jezus’ eerste leerlingen, de lessen van de Paus, de heiligen en de heilige Jozefmaria, kunnen we dieper doordringen in deze eeuwigdurende werkelijkheid: God roept ons. “Hij heeft een plan voor iedere mens: heiligheid.”[3]

De heilige Jozefmaria herinnerde zich hoe hij op zestienjarige leeftijd ontdekte dat zijn hart vroeg “om iets groots, en dat het liefde was”.[4] Mogen ook wij ontdekken en herontdekken - want liefde is altijd nieuw, altijd verrassend - iets groots dat Liefde is.

De volgende dag stond Johannes er weer met twee van zijn leerlingen, en hij keek naar Jezus die langs kwam en zei: “Zie het lam Gods!” De twee leerlingen hoorden dit en volgden Jezus. Jezus draaide zich om, zag dat ze Hem volgden en zei: “Wat zoeken jullie?” En ze antwoordden: “Rabbi, (wat betekent Meester), waar verblijft Gij? “Hij zei: “Kom en zie.” Ze kwamen en zagen waar Hij verbleef, en ze bleven de rest van de dag bij Hem, want het was rond het tiende uur.Degenen die aanwezig waren bij deze evangelische scène moeten er zeer geëmotioneerd over geweest zijn, want het markeerde het belangrijkste moment van hun leven: de dag waarop zij, voor het eerst, Jezus van Nazareth ontmoetten.

Christus ontmoeten is werkelijk de bepalende ervaring voor iedere christen

Christus ontmoeten is werkelijk de bepalende ervaring voor iedere christen. Zoals Benedictus XVI krachtig opmerkte aan het begin van zijn pontificaat: “Christen zijn is niet het resultaat van een ethische keuze of een verheven idee, maar van een gebeurtenis, de ontmoeting met een Persoon, die het leven een nieuwe horizon biedt en een beslissende richting.”[5] Het is bovendien heel veelbetekenend dat paus Franciscus ons vanaf het begin heeft herinnerd: “Ik nodig alle christenen uit, overal, nu, om Jezus Christus opnieuw persoonlijk te ontmoeten, of zich tenminste open te stellen, zodat Hij hen kan ontmoeten; ik vraag jullie allemaal om dit elke dag, zonder uitzondering, te doen.”[6] We willen deze uitnodiging hier hernieuwen, in de voetstappen van de jongste apostel: de heilige Johannes.

Wie is Christus voor mij? Wie ben ik voor Hem?

Het vierde evangelie kent een prachtige uitdrukking om de identiteit van de jeugdige Johannes te schilderen: hij was “de apostel van wie Jezus hield”. Meer hoeft niet gezegd te worden: Johannes was iemand van wie Jezus hield. Deze overtuiging verbleekte met de jaren nooit, maar werd eerder groter en sterker: Hierin bestaat de liefde: niet wij hebben God liefgehad, maar Hij heeft ons liefgehad (1 Joh. 4, 10). Deze zekerheid van de liefde van onze Heer voor hem heeft hem in staat gesteld om tot het einde van zijn leven een diepe en aanstekelijke vreugde te behouden. Dezelfde vreugde die we voelen in zijn evangelie. Alles begon die dag aan de oever van de Jordaan.

En wij, hebben wij ook zo'n oprechte ontmoeting meegemaakt als de jonge apostel? Zelfs al zijn we ons hele leven christen en hebben we jarenlang gebeden, dan is het goed om stil te staan en te overwegen: “Wie is Christus voor mij? Wat betekent Christus in míjn leven, vandaag en nu?” Zo kunnen we de balans opmaken van ons geloof. “Maar voordat we ons deze vraag stellen, is er nog een belangrijke vraag die eraan vooraf gaat: Wie ben ik voor Christus?”[7]

Als we ons deze vragen stellen, is het niet meer dan natuurlijk dat we ons wat verbijsterd voelen. Wie ben ik voor Christus? Wie ben ik? Een klein onbelangrijk schepsel? Een product van de evolutie? Gewoon een van de velen … die de geboden moet onderhouden? Hoe ziet Jezus mij? Wij kunnen hierover ons licht opsteken bij de heiligen. Ooit, toen de heilige Johannes Paulus II eenzelfde vraag gesteld werd, antwoorde hij: “Kijk, je bent een gedachte in de geest van God, een hartslag van God. Dit betekent dat je in zekere zin een oneindige waarde hebt, dat jouw onherhaalbare individualiteit belangrijk is voor God.”[8] Wat hij zelf ontdekt had, dat wat alle heiligen ontdekt hebben, is hoeveel we voor God betekenen. We zijn geen onbelangrijk schepsel, een dienaar die slechts op de wereld is om te doen wat Hij wil. We zijn echt vrienden. Alles wat van ons is, is belangrijk voor Hem en daarom is Hij bezorgd over ons en vergezelt hij ons ons hele leven, hoewel wij daar te weinig bij stilstaan.

Dit is geen overdrijving. Jezus zelf vertelde zijn apostelen: Geen grotere liefde kan iemand hebben dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden. Gij zijt mijn vrienden … u heb Ik vrienden genoemd, want Ik heb u alles meegedeeld wat ik van de Vader heb gehoord (Joh. 15, 13-15). Deze woorden zijn vandaag nog steeds heel relevant. Jezus “leeft en zegt het nu tegen je. Luister onbevangen naar zijn stem; hij heeft iedereen iets te zeggen.”[9] Wie ben ik dan voor Christus? Ik ben een vriend van wie Hij met de grootste Liefde houdt. Ik ben een klop van zijn Hart. Dat is wie ik voor Hem ben. En Hij, wie is Hij voor mij?

Zoek Christus!

Zoek Christus. Vind Christus. Bemin Christus!

Op 29 mei 1933 sprak een jonge student bouwkunde voor het eerst met de heilige Jozefmaria. Zijn naam was Ricardo Fernández Vallespín. Vele jaren later herinnerde hij zich: “De Vader sprak met mij over wat in mijn ziel omging … Hij gaf me advies en moedigde me aan beter te zijn. Ik herinner me duidelijk en levendig dat hij, voordat hij afscheid nam, opstond, naar een boekenkast liep en een boek pakte dat hij gebruikte. En op de eerste pagina schreef hij deze drie zinnen: “Zoek Christus. Vind Christus. Bemin Christus!”[10]

De apostel Johannes ging op weg om Christus te vinden, zelfs zonder precies te weten wie hij zocht. Maar hij wist dat hij naar iets zocht dat zijn hart zou vervullen. Hij hunkerde naar een vervuld leven. Hij verlangde meer van het leven dan slechts werk, geld verdienen, zijn als ieder ander … Zijn hart was rusteloos en hij wilde die rusteloosheid stillen. Daarom was hij een volgeling van Johannes de Doper. En terwijl hij bij hem was, kwam Jezus voorbij. Johannes de Doper wees Hem aan: Zie, het Lam Gods! En hij en zijn vriend Andreas hoorden hem dat zeggen en gingen Jezus achterna. (Joh. 1, 36-37)

Wat kunnen we doen om in de voetstappen van de jonge apostel te treden? Eerst: luisteren naar ons rusteloze hart. Luister goed als het niet tevreden is, als het door een werelds leven niet vervuld wordt, als het meer wil dan alleen aardse goederen en bevrediging. En kom dan dichter bij Jezus. Dit is, in zeker opzicht, inderdaad gemakkelijker voor ons dan voor Johannes. Veel mensen hebben ons er al op gewezen waar we Jezus kunnen vinden: “De meesten van ons hebben als kind van onze christelijke ouders geleerd hoe we moeten bidden. Later hebben docenten, vrienden en kennissen ons op allerlei manieren geholpen om de Heer niet uit het oog te verliezen.”[11] Daarom is dat wat we nu moeten doen, God zoeken: “Zoek Hem vol honger, zoek Hem uit alle macht in uzelf. Als u met die inzet aan de slag bent gegaan, durf ik u te verzekeren, dat u Hem al ontmoet hebt en dat u al begonnen bent met Hem om te gaan en Hem te beminnen en dat u uw gesprek in de hemel voert.”[12]

Vind Christus!

Toen Johannes en Andreas Jezus die eerste keer begonnen te volgen, moeten ze enigszins verlegen zijn geweest. Hoe moesten ze zich bij Hem bekendmaken. Ze konden niet gewoon opstaan en Hem vragen “Zijt Gij het Lam Gods?” Dat was wel wat Johannes de Doper hen had verteld, en het was alles wat ze van Hem wisten. Misschien waren ze onder elkaar aan het bespreken wat ze zouden doen, toen Jezus zich omdraaide, zag dat ze Hem volgden, en tegen hen zei: “Wat verlangt gij?” (Joh. 1, 38)

God wordt geraakt door jonge, rusteloze harten. Dus als wij Hem oprecht zoeken, komt Hij naar ons toe op de meest onverwachte wijze. De heilige Jozefmaria vergat zijn eerste persoonlijke ontmoeting met Jezus nooit. Hij was nog maar een puber; zijn hart vol plannen en idealen. Na een nacht van zware sneeuwval, verliet hij ’s ochtends het huis en tot zijn verbazing ontdekte hij afdrukken in de sneeuw van de sandalen van een ongeschoeide pater. Hij volgde het spoor en sprak de pater aan. Deze belevenis liet een diepe indruk achter op zijn ziel: “Als anderen zulke offers kunnen brengen voor God en de naaste, kan ik Hem dan niet ook iets aanbieden?”[13]

Die dag volgde de jonge Jozefmaria, net als Johannes en Andreas, de voetstappen van de Heer, die zichzelf nu liet zien in de voetafdrukken in de sneeuw. Vele anderen zagen die voetafdrukken waarschijnlijk ook, maar voor die jongen waren ze een onmiskenbaar teken dat Jezus in zijn leven wilde komen. En zijn reactie was bijna gelijk aan die van die eerste vrienden van Jezus. Ze zeiden tegen hem: “Rabbi” – vertaald betekent dit: Meester – waar verblijft ge?” Hij zei hun: “Gaat mee om het te zien.” Daarop gingen ze mee en zagen waar Hij zich ophield. Die dag bleven ze bij Hem. Het was ongeveer het tiende uur. (Joh. 1, 38-39)

De ontdekking dat iemand als een echte vriend van ons houdt, wekt in ons het verlangen om diegene te leren kennen. Ontdekken dat iemand bezorgd om ons is, dat iemand wacht op onze reactie en het antwoord heeft op onze diepste verlangens spoort ons aan die persoon te zoeken. Die voetsporen maakten grote indruk op de heilige Jozefmaria; “Hij had nu, heel diep vanbinnen, ‘een goddelijke rusteloosheid’ die hem aanzette tot een intenser, vroom leven.[14]

Maar God zoeken en Hem vinden is slechts het begin. Daarna kunnen we beginnen Hem te benaderen als een vriend. We kunnen ernaar streven Hem beter te leren kennen door het lezen van het Evangelie, door naar de Mis te gaan, met Hem om te gaan in de Communie, door Hem te zien in degenen die onze zorg het meest nodig hebben. Daarnaast laten we onszelf kennen, door met onze Vriend onze vreugden en zorgen te delen, onze plannen en mislukkingen. Want uiteindelijk is dat wat gebed is: “dichter bij God komen in vriendschap, vaak tijd doorbrengen met de Persoon van wie we weten dat hij van ons houdt.”[15] Zoals Johannes en Andreas, die die hele dag met Jezus doorbrachten.

Bemin Christus!

Voor de jeugdige Johannes veranderde het leven op de dag dat hij Jezus vond. Natuurlijk had hij nog een lange weg te gaan. Naast Jezus zou hij de wonderbaarlijke visvangst en de reizen door Palestina beleven; de woorden die het hart vreugde brachten en de wonderen; de liefhebbende zorg voor de zieken, de armen, de verschoppelingen … Maar bovenal, die urenlange gesprekken alleen met de Meester. Het gesprek dat op een namiddag begon, dat vervolgd werd bij de rivier de Jordaan, en dat zijn hele leven zou voortduren.

De relaties met onze vrienden veranderen ons beetje bij beetje, ze brengen ons ertoe te houden van waar zij van houden en af te keuren wat zij afkeuren

We hebben allemaal ervaren hoe diep een vriendschap ons kan veranderen. Daarom moeten ouders letten op de vrienden die hun kinderen maken. Zonder het te beseffen, veranderen de relaties met onze vrienden ons beetje bij beetje, ze brengen ons ertoe te houden van waar zij van houden en af te keuren wat zij afkeuren. Vriendschap verenigt zo diep dat gezegd kan worden dat: twee vrienden delen “één en dezelfde ziel die twee lichamen onderhoudt.”[16]

In die zin is de verandering van de jonge apostel opvallend. Hij en zijn broer Jacob werden de zonen van de donder genoemd (Mc. 3, 17) en diverse gebeurtenissen in de evangelies laten ons zien dat dit niet overdreven was. Bijvoorbeeld, toen sommige Samaritanen Jezus en zijn volgelingen in hun dorp weigerden te verwelkomen en de twee broers Christus vroegen: “Heer, wilt Gij dat wij vuur van de hemel afroepen om hen te verdelgen? (Lc. 9, 54) Desalniettemin leerden zij, terwijl hun vriendschap met Christus groeide, beetje bij beetje lief te hebben zoals Jezus deed, anderen te begrijpen zoals Jezus deed, te vergeven zoals Jezus vergaf.

Hetzelfde kan elk van ons gebeuren. Jezus ontmoeten en Hem leren kennen zal ons ertoe brengen lief te hebben zoals Hij liefheeft. Het zou ons niet moeten verbazen dat ons hart wordt verteerd door dit verlangen, laten we liever vervuld raken van dankbaarheid, omdat onze Heer op ons wil rekenen om zijn liefde aanwezig te maken in de wereld. Dat is wat er gebeurde met de heilige Jozefmaria. Die voetafdrukken in de sneeuw gaven hem de diepe overtuiging dat hij op aarde een missie had te volbrengen. “Ik begon gevoelens van liefde te krijgen, te beseffen dat mijn hart om iets groots vroeg en dat het liefde was.”[17] Ook wij moeten achter deze oproepen in ons hart de echo van de stem van Jezus ontdekken die we vaak in het Evangelie horen: Volg mij!

Ons hele leven met Christus leven

Terugkijkend zou Johannes de mogelijkheid om Jezus te volgen voor niets hebben ingeruild. Want op deze manier werkt God in ieder mens: “De buitengewone liefde van Jezus dwingt tot grote werken en zet aan tot het voortdurend verlangen naar meer perfectie. Liefde wil groeien en niet worden tegengehouden door iets laags.”[18] Dat is wat er gebeurde met Johannes, Petrus, Jacobus, Paulus, Bartimeüs, Maria Magdalena en zovele anderen sinds Jezus in de wereld kwam. Gods aanwezigheid in de wereld is vandaag niet minder reëel dan toen. Eigenlijk is Jezus tegenwoordig juist meer aanwezig aangezien Hij in ieder van ons kan leven. Meer nog dan ons uit te nodigen om aan zijn missie, die Hij van zijn Vader had ontvangen, deel te nemen, wil Jezus liefde schenken met ons leven, door middel van het hart van ieder van ons. Blijft in mijn liefde, zegt Hij ons (Joh. 15, 9), om deze wereld met Hem te verzoenen, haat om te zetten in Liefde, egoïsme in dienstbaarheid, rancune in vergeving.

De jeugdige apostel die de Liefde van Christus had ontdekt, vergezelde hem helemaal tot aan het kruis. Later ontving hij, samen met de andere apostelen, een missie die zijn hele leven zou bepalen: “Gaat uit over de hele wereld en verkondigt het evangelie aan heel de schepping.” (Mc. 16, 15) Ook wij zullen ontdekken dat Hij op ons rekent, als we luisteren naar ons rusteloze hart en Jezus volgen, als we Hem vinden en volgen, als we zijn vrienden zijn. Hij zal ons vragen Hem te helpen in de Kerk, ieder op zijn eigen manier. Als een vriend die ons met liefde vraagt vol bezieling mee te doen in deze onderneming. “Vandaag roept Jezus, die de weg is, jou, jou en jou om je stempel op de geschiedenis te drukken. Hij, die het leven is, vraagt ieder van jullie om een stempel te drukken die jouw eigen geschiedenis en die van vele anderen tot leven brengt. Hij, die de waarheid is, vraagt je om de paden van afwijzing, verdeeldheid en leegte te verlaten. Ben je hier klaar voor?”[19]

Borja Armada

Vertaling: Katja Stienen (oktober 2019)


[1] Brief van paus Franciscus aan de jongeren, 13 januari 2017

[2] Ibid.

[3] Fernando Ocáriz, aantekeningen van een samenzijn met jongeren in Argentinië, 5 Augustus 2018.

[4] Andrés Vázquez de Prada, De Stichter van het Opus Dei, deel 1, blz. 86 (Engelstalige versie).

[5] Benedictus XVI, Enc. Deus Caritas est (25 december 2005), nr. 1.

[6] Paus Franciscus, Apostolische Exhortatie Evangelii Gaudium (24 november 2013), nr. 3.

[7] Algemeen Archief van de Prelatuur van het Opus Dei, Bibliotheek, P03, 2017, p. 146.

[8] Heilige Johannes Paulus II, Gesprek met jongeren uit Kazachstan, 23 september 2001.

[9] Benedictus XVI, Algemene audiëntie, 2 augustus 2006.

[10] De Weg, Kritisch-Historische Editie, commentaar op nr. 382.

[11] Heilige Jozefmaria. Christus komt langs, nr. 1.

[12] Heilige Jozefmaria. Vrienden van God, nr. 300.

[13] Andrés Vázquez de Prada, De Stichter van het Opus Dei, deel 1, blz. 85 (Engelstalige versie).

[14] Ibid., blz. 85.

[15] Teresa van Avila, Het boek van mijn leven, 8, 2.

[16] Sint Gregorius van Nazianze, Preek 43.

[17] Andrés Vázquez de Prada, De Stichter van het Opus Dei, deel 1, blz. 86 (Engelstalige versie).

[18] Thomas a Kempis, De navolging van Christus, Hoofdstuk 5.

[19] Paus Franciscus, Gebedswake tijdens de Wereldjongerendagen in Krakau, 30 juli 2016.