Hun ogen gingen open (III): Wat woorden in zich dragen NL

«Als we huilen om het lot van hun personages, huilen we in wezen om onszelf», schreef paus Franciscus in zijn Brief over de rol van literatuur in de vorming. Van de verhalen die Jezus vertelt tot de hedendaagse roman: deze kunstvorm oefent al eeuwenlang een mysterieuze kracht op ons uit.

Het Evangelie staat vol met vragen die aan Jezus worden gesteld. Als stenen die in een vijver worden geworpen, brengen ze een golfbeweging teweeg die onze aandacht trekt: hoe ver zal die reiken? We willen horen hoe God antwoordt op de vragen van de mens. «Meester, raakt het U niet dat wij vergaan?» (Mc 4,38); «Hoe kan een mens geboren worden als hij al oud is?» (Jn 3,4); «Hoe kunt Gij dan zeggen: gij zult vrij worden?» (Jn 8,33); «Zijt Gij de Komende, of hebben wij een ander te verwachten?» (Lc 7,19).

Ook een wetgeleerde stelt Jezus een vraag: «Wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?» (Lc 10,25). Misschien is dit wel de belangrijkste vraag in ieders leven. Want wat verlangen wij uiteindelijk meer dan voor altijd te mogen delen in het goede, de waarheid en de vreugde van God? De vraag lijkt een existentieel en verhelderend antwoord te beloven, als het ware een geheime formule voor het geluk. Jezus geeft echter geen rechtstreeks antwoord. Hij zet een proces van nadenken in gang en verwijst naar wat zijn gesprekspartner, als wetgeleerde, blijkbaar al weet: «Wat staat er geschreven in de Wet? Wat leest ge daar?» (Lc 10,26). De Heer stelt ons op zijn beurt twee vragen.

Laten we het bij de tweede houden: Wat lees jij? Het is een eenvoudige vraag die we vaak stellen, onder vrienden, maar ook wanneer we iemand nauwelijks kennen, om het ijs te breken of een beter beeld van onze gesprekspartner te krijgen. Wat ben je aan het lezen? Wat lees je graag? Wat heb je gelezen? We kunnen die vraag ook in de eerste persoon stellen: Wat lees ik? «Vertel me wat je leest en ik zal je zeggen wie je bent», zo luidde de titel van de toespraak die een beroemde Spaanse dichter hield bij de opening van een bibliotheek[1]. Want zo is het: wat we lezen, horen en zien, vormt mede onze manier van kijken naar het leven, de wereld en de mensen om ons heen. Vanuit het besef van de verantwoordelijkheid om onze innerlijke wereld te ontwikkelen en te bepalen wat ons bezielt, schreef de heilige Jozefmaria: «Waarom rondkijken, als je “je wereld” in je draagt?»[2].

In de literatuur lezen we ons eigen leven

«Literatuur heeft dus op de een of andere manier te maken met onze diepste verlangens in dit leven, want op een diep niveau houdt literatuur zich bezig met ons concrete bestaan met zijn aangeboren spanningen, verlangens en betekenisvolle ervaringen.»[3]. Zo beschreef Paus Franciscus in zijn Brief over de rol van de literatuur in de vorming de blijvende waarde van het lezen. Deze woorden gelden voor iedereen, maar des te meer voor wie anderen begeleidt in hun vorming. De missie van iemand die anderen geestelijk begeleidt is, in de woorden van de heilige Jozefmaria, «horizons verbreden, helpen bij het vormen van een oordeel, obstakels aanwijzen, de juiste middelen aangeven om deze te overwinnen, afwijkingen of omwegen corrigeren, en altijd aanmoedigen»[4]. Vanuit dit perspectief is lezen essentieel, zowel voor degene die begeleidt als voor degene die begeleid wordt. Lezen vormt het hart, omdat het ons in contact brengt met andere levens en ons zo de ruimte geeft om ons te verrijken met uiteenlopende perspectieven. Wanneer we dit proces ten volle beleven, kunnen we groeien in begrip en empathie: lezen verruimt onze blik op de wereld, op onszelf en op anderen.

Literatuur is een middel tot persoonlijke groei. Door ons leven te spiegelen aan dat van anderen en kennis te maken met hun gedachten, worden we uitgenodigd om na te denken over ons eigen bestaan. Zo kunnen we onze innerlijke wereld beter leren kennen, haar in kaart brengen en waar nodig versterken. «Als we huilen om het lot van hun personages, schrijft Paus Franciscus, huilen we in wezen om onszelf, om onze eigen leegte, tekortkomingen en eenzaamheid.»[5] Tegelijkertijd kan het gebeuren dat we, bewust of onbewust, «door een verhaal tot het einde te volgen, misschien ook inzichten krijgen die later nuttig zullen blijken in ons eigen leven.»[6] Zo ontstaat een waardevolle innerlijke dialoog, die nog verder wordt verrijkt wanneer zij overgaat in een uiterlijke dialoog met andere lezers. De weerklank van een boek is immers voor iedereen anders: het is de ontmoeting tussen het werk en een innerlijke wereld die telkens verschillend is. «Ik vertel mijn leven, maar jij leest het jouwe»[7], merkt een dichter op.

Dit zien we voortdurend terug in de grote klassiekers van de literatuur. InLes Misérables worden we bijvoorbeeld geconfronteerd met de morele strengheid van Javert, die hard is voor zichzelf en voor anderen, terwijl we tegelijk getuige zijn van de bekering van Jean Valjean na een ervaring van barmhartigheid. In De graaf van Monte Cristo laat Edmond Dantès zich door haat vergiftigen, totdat wraak het enige doel van zijn leven wordt. Op vergelijkbare wijze zien we in Anna Karenina hoe de hoofdpersoon haar emotionele en sociale leven onderwerpt aan een passie die haar uiteindelijk isoleert en ten gronde richt.

Er zijn talloze voorbeelden te noemen van verhalen waarin we – hetzij door aantrekkingskracht, hetzij door het contrast met het goede – de complexiteit leren begrijpen van de innerlijke dynamieken die de beslissingen van de personages bepalen. We leven mee met hun geluk en hun ongeluk en krijgen zo toegang tot aspecten van het mens-zijn die anders moeilijk toegankelijk zouden zijn: pas wanneer we ons op de een of andere manier verbinden met het levensverhaal van een ander, kunnen we ze werkelijk leren kennen. «Het vermogen om je in de plaats van de ander te verplaatsen en in verre wateren te duiken, verrijkt niet alleen onze intimiteit, maar ook ons privéleven, het dagelijkse samenleven en de sociale vaardigheden die we inzetten»[8].

Jezus, verteller van verhalen, opleider van lezers

Jezus was een geweldige verteller. Vandaag zouden we kunnen zeggen dat Hij een expert was in storytelling. De evangeliën laten zien hoe de mensen zich vaak om Hem heen verdrongen om naar Zijn verhalen en toespraken te luisteren. In het Nieuwe Testament vinden we drieënveertig parabels waarmee de Heer Zijn leer overbrengt. Gezien de vele mogelijkheden die Hij had om Zich aan de mensen te openbaren, is het logisch ons af te vragen waarom Hij juist voor deze vorm koos. «Jezus zelf sprak over God, niet in abstracte verhalen, maar in parabels, korte verhalen, ontleend aan het leven van alledag. Hier wordt het leven geschiedenis en voor de toehoorder wordt de geschiedenis leven: deze vertelling komt binnen in het leven van wie het hoort, en verandert het.»[9]. De transformatie die een goed verhaal teweeg kan brengen, hangt echter in belangrijke mate af van degene die leest. C. S. Lewis maakte, wanneer hij over literatuur sprak, geen onderscheid tussen goede en slechte boeken, maar tussen goede en slechte lezers[10]. Leren lezen en de rijkdom van die ervaring ten volle benutten is een weg van nederigheid die niet vanzelf gaat en evenmin van de ene op de andere dag wordt afgelegd.

Onder de verhalen van Jezus bevinden zich enkele die gemakkelijk te lezen zijn, maar tegelijk een diepe betekenis hebben, zoals de parabel van de verloren zoon (vgl. Lc 15,11-32) en die van het verloren schaap (vgl. Lc 15,3-7). Beide zijn levendige beschrijvingen van Gods barmhartigheid die gemakkelijk in ons geheugen en hart blijven hangen. Het zou echter jammer zijn om ons te beperken tot een eerste interpretatie – die misschien juist is, maar toch enigszins oppervlakkig kan blijven. God openbaart ons immers steeds diepere en rijkere waarheden. In deze parabels is het gemakkelijk ons te identificeren met de personages, vooral wanneer we denken aan momenten waarop we zelf hebben gefaald. Maar misschien is het nog belangrijker om stil te staan bij wat de tekst ons onthult over God en over de manier waarop Hij handelt. Daar gaat het uiteindelijk om in veel van Jezus’ belangrijkste parabels: om het koninkrijk van God en om de manier waarop de logica van het leven met Hem er nu al, op deze aarde, uitziet.

De betekenis van de parabels is niet altijd meteen duidelijk. Vaak hebben de leerlingen die naar Jezus luisteren een diepgaandere uitleg nodig, zoals bij de parabel van de zaaier (vgl. Mt 13,18-23). Juist daarin ligt iets belangrijks van de parabel besloten: zij vraagt van de toehoorder een actieve houding. Hij moet interpreteren en zich inleven in het woordspel van Jezus[11]. Bij wie bereid is zich op een aandachtige en doordachte manier door het verhaal te laten meevoeren, is het niet ongewoon dat er verwarring, vragen en onzekerheden opkomen. Juist daardoor ontstaat er in ons ruimte om ons begrip van God en van Zijn wegen geleidelijk te verdiepen en te laten rijpen. Het vermogen om de parabels goed te lezen, kan ons uiteindelijk ook helpen om andere vormen van literatuur goed te kunnen lezen. Als we een van de verhalen van de Heer wat nader bekijken, kan dat ons enig inzicht verschaffen.

Een oefening voor onze blik

We hadden de wetgeleerde achtergelaten met de twee vragen van Jezus. Sint Lucas vertelt ons dat hij het juiste antwoord geeft door te verwijzen naar het gebod om God en de naaste lief te hebben. Om zichzelf echter te rechtvaardigen, voegt hij er nog een vraag aan toe: «En wie is dan mijn naaste?» (Lc 10,29). Deze man weet in theorie dat hij zijn naaste moet liefhebben, maar herkent die niet in de gezichten om hem heen. Hij heeft de radicale liefde van God voor de mens nog niet ontdekt en is door een oppervlakkige lectuur blijven steken in karikaturen van die liefde. Op dat moment vertelt Jezus opnieuw een verhaal, in de hoop dat Zijn toenmalige toehoorders – en ook wij die het vandaag lezen – bereid zijn zich door Zijn woorden en beelden te laten meenemen.

De parabel begint als volgt: «Eens viel iemand, die op weg was van Jeruzalem naar Jericho, in de handen van rovers. Ze plunderden en mishandelden hem en toen ze aftrokken, lieten ze hem halfdood liggen.» (Lc 10,30). Voor de ogen van de luisteraar-lezer verschijnen vervolgens een priester, een leviet en een Samaritaan, die op hun weg de stervende man aantreffen. Misschien omdat we de neiging hebben mensen en situaties op een simplistische manier in hokjes te plaatsen, beoordelen we elk van deze personages vanuit kenmerken die overeenkomen met diepgewortelde stereotypen. Maar naarmate het verhaal zich ontvouwt, worden onze vooroordelen op losse schroeven gezet. Uiteindelijk blijkt de ware naastenliefde te komen van degene van wie we dat het minst hadden verwacht: een barmhartige Samaritaan.

Literatuur stelt ons in staat om op een veel diepgaandere, authentiekere en minder karikaturale manier een kijkje te nemen in het hart van zeer uiteenlopende personages. Ze helpt ons de complexiteit van menselijke beslissingen te begrijpen. Wanneer dit gebeurt, laat lezen ons zien «hoe we moeten kijken en zien, hoe we de realiteit van individuen en situaties kunnen onderscheiden en onderzoeken als een mysterie»[12]. Zo leren we de zekerheid van onze vertrouwde denkpatronen los te laten en de mensen en de werkelijkheid op een veel opener en barmhartiger manier te verwelkomen. Zoals Paus Franciscus zegt, «leert de literatuur ons geduld te hebben in onze pogingen anderen te begrijpen, nederigheid in het benaderen van complexe situaties, zachtmoedigheid in ons oordeel over individuen en gevoeligheid voor onze menselijke situatie.»[13].

De heilige Jozefmaria zag de geestelijke lezing als voedsel voor het gebed en citeerde vanuit die gedachte een passage uit zijn briefwisseling: «Uit de geestelijke lezing vorm ik mijn voorraad brandstof, schrijf je me. - Het lijkt een berg waar geen leven in zit, maar daaruit haalt mijn herinnering vaak spontaan wat ze nodig heeft.»[14] Eigenlijk geldt dit ook voor ons hele leven. De kwaliteit van onze gesprekken, de diepgang van ons denken en de manier waarop wij de wereld begrijpen, kunnen worden gevoed door die bron van inspiratie die via onze ogen, onze geest en ons hart bereikt.

Lezen, een weg naar contemplatie

In een wereld waarin alles in een razend tempo gaat, waarin we in hoog tempo door beelden en video’s bladeren en voortdurend streven naar resultaten, behaalde doelen en verwezenlijkte ambities, «bestaat er altijd het risico dat een buitensporige bezorgdheid om efficiëntie het onderscheidingsvermogen afstompt, de gevoeligheid verzwakt en de complexiteit negeert.»[15]. In die context wordt lezen een oefening in volharding en innerlijke rust; een kans om het menselijk leven als het ware in slow motion te bekijken; een gelegenheid om stil te staan bij gebaren, woorden en drijfveren. Zo’n aandachtige blik stelt ons in staat een meer reflectieve houding tegenover de ervaringen van het leven te ontwikkelen en schenkt ons een wijs inzicht in het bestaan, te beginnen bij ons eigen bestaan. Daarom «moeten we wanhopig tegenwicht bieden aan deze onvermijdelijke verleiding tot een hectische en kritiekloze levensstijl door een stapje terug te doen, te vertragen, tijd te nemen om te kijken en te luisteren.»[16]. Dit is een mogelijkheid die de literatuur ons biedt en die in onze tijd misschien wel noodzakelijker is dan ooit.

Vaak helpt een goed boek ons «om de gemoedsrust te vinden», om «nieuwe innerlijke ruimtes te openen die ons helpen om niet gevangen te raken», om «onze gevoeligheid te helen en te verrijken»[17]. Ieder van ons kan boeken ontdekken die onze reisgenoten worden. Dat hangt af van onze levenssituatie, onze interesses en onze openheid voor het andere. Daarom «moeten we onze lectuur kiezen met een open geest, met een bereidheid om verrast te worden, een zekere flexibiliteit en bereidheid om te leren, waarbij we proberen te ontdekken wat we op elk punt van ons leven nodig hebben.»[18].

Wat geestelijke begeleiding betreft – hoewel dit ook geldt voor elke vorm van vriendschap – zal een goede lezer wellicht opener en gevoeliger zijn en beter in staat om te luisteren. Wie grondiger aan zijn zelfkennis heeft gewerkt, zal de ander gemakkelijker kunnen verwelkomen in zijn eigenheid, met de unieke kenmerken die zijn levensverhaal bepalen. Hij zal beter in staat zijn diens verleden te begrijpen en diens toekomst in perspectief te plaatsen, alsof hij door een telescoop kijkt. Elk leven is immers een verhaal dat alleen in zijn geheel kan worden begrepen[19].

* * *

Die wetgeleerde dacht niet te weten wie zijn naaste was. Wat is er van hem geworden na het ‘verhalende’ antwoord van Jezus en de uitdaging waarmee Hij het gesprek afsloot: «Ga dan en doet gij evenzo» (Lc 10,37)? Misschien, zo mogen we hopen, begon hij de Schrift en de wereld op een andere manier te lezen. Misschien kreeg hij op dat moment de impuls die hij nodig had om een zuiverder blik te ontwikkelen: minder vooringenomen, opener, bereid om zich door iedere persoon te laten verrassen. Een blik die uiteindelijk contemplatief wordt: de blik die nodig is om het mysterie van het leven, van de wereld en van iedere persoon te ontdekken.


Bedankt voor het lezen van ons artikel. Je kunt op de hoogte blijven door je te abonneren op onze dagelijkse nieuwsbrief.


[1] F. García Lorca, toespraak gehouden in september 1931, ter gelegenheid van de inhuldiging van de openbare bibliotheek van zijn geboortedorp, Fuente Vaqueros, in de provincie Granada.

[2] Heilige Jozefmaria, De Weg, n. 184.

[3] Franciscus, Brief Over de rol van literatuur in de vorming, 17-07-2024 n. 6. 

[4] Heilige Jozefmaria, Brief 26, n. 37.

[5] Franciscus, Brief Over de rol van literatuur in de vorming, n. 7.

[6] Ibid., n. 17.

[7] E. García-Máiquez, «El lector es un fingidor», in Casa propia, Renacimiento, 2004. (eigen vertaling)

[8] I. Vallejo, Manifiesto por la lectura, Siruela, Madrid, 2020, p. 23. (eigen vertaling)

[9] Franciscus, Boodschap voor de 54ste Wereldcommunicatiedag, 24-I-2020.

[10] Vgl. C. S. Lewis, La experiencia de leer, Alba, Barcelona, 2000.

[11] Vgl. bijvoorbeeld, C. Jódar, «Más allá de la trama», en opusdei.org. 

[12] Franciscus, Brief Over de rol van literatuur in de vorming, n. 32.

[13] Ibid., n. 39.

[14] Heilige Jozefmaria, De Weg, n. 117.

[15] Franciscus, Brief Over de rol van literatuur in de vorming, n. 31

[16] Ibid.

[17] Ibid., nn. 2, 31.

[18] Ibid., n. 7.

[19] Vgl. Ibid., n. 30.

Sara Serrano / Photo: Unsplash