Giorgio is al vele jaren actief in de voedingsindustrie. Hij is getrouwd met Montse, die hij leerde kennen toen hij ooit probeerde over de schoolmuur te klimmen. Samen hebben ze vijf kinderen: Lucía, Chiara, Giacomo, María en Francesco. Eind jaren tachtig behaalde hij zijn diploma als landbouwdeskundige, waarna hij aan de slag ging bij zijn oom, die een zuivelbedrijf had. “Daar begon mijn ervaring in de commerciële sector.”
“Na een tijdje,” vertelt hij, “besloot ik mijn eigen weg te gaan. Mijn oom en ik hadden verschillende professionele visies, en ik was bang dat dit onze persoonlijke relatie zou schaden. Hoewel ik verschillende aanbiedingen kreeg in de zuivelsector, koos ik ervoor om in de vleeswarensector te gaan werken, om niet met mijn oom te hoeven concurreren. Pas tien jaar later keerde ik terug naar de kaassector.”
Zich een weg banen
“Een bedrijf dat was ontstaan uit de fusie van verschillende kleinere ondernemingen nam contact met mij op met de vraag of ik commercieel directeur wilde worden. Ik heb die uitdaging aangenomen.” Onder zijn leiding groeiden zowel de omzet als het aanzien van het bedrijf.
Ik heb mijn baan opgezegd. Het was een beslissing die ik met de Heer besproken had
Toch besloot een van de meerderheidsaandeelhouders hem te ontslaan. “Hij had ongetwijfeld zijn redenen,” herinnert Giorgio zich, “maar ik was het daar niet mee eens. Daarom heb ik zelf ontslag genomen, nog vóór het zover kwam.” Hij had toen al vijf kinderen en de situatie was allesbehalve eenvoudig. “Toch had ik vertrouwen in mijn professionele keuze. Bovendien was het een beslissing die ik samen met de Heer had overwogen.” Enkele maanden later werd het bedrijf opgesplitst in twee afzonderlijke entiteiten.
Na zijn vertrek begon Giorgio de omzetcijfers van verschillende kleinere bedrijven op te volgen, totdat één van hen hem een exclusieve samenwerking aanbood. Op dat moment koos hij bewust voor een lager inkomen in ruil voor een betere levenskwaliteit. “Door voor één bedrijf te werken, kon ik meer tijd vrijmaken voor mijn gezin,” legt hij uit, “al blijft het een job zonder vaste uren en met veel vergaderingen buiten kantoor.”
Vandaag behoren zowel zijn oom als de twee bedrijven die uit de opsplitsing zijn voortgekomen tot zijn klanten. “Ik heb geleerd dat je in dit vak nooit met slaande deuren moet vertrekken. Ten eerste omdat je nooit zeker weet of je zelf gelijk hebt, en ten tweede omdat je toekomstige kansen niet wil mislopen.”
Zonder naastenliefde verkoop je zelfs geen speld
Verkoopvaardigheden en passie voor het product moeten hand in hand gaan. “Een deel van mijn werk bestaat uit marketing,” legt Giorgio uit, “maar dat kan ik niet los zien van passie — zowel voor de mensen aan wie ik wil verkopen als voor het product zelf. Onlangs zag ik de film Jerry Maguire met Tom Cruise, waarin een van de personages zegt: ‘Zonder liefde voor anderen verkoop je zelfs geen speld.’ Dat klopt helemaal, en precies die boodschap probeer ik door te geven aan de verkopers die ik opleid.”
Je mag nooit met een klap de deur achter je dichtslaan
Een ander belangrijk aspect van Giorgio’s werk is het trainen van verkopers die de producten aan bedrijven voorstellen. “Omdat ik vaak meerdere uren met dezelfde persoon doorbreng, ontstaat er al snel een persoonlijke band. Dat maakt het ook gemakkelijker om het gesprek eens in de richting van God te laten gaan.”

“Ik heb de bedrijfsauto ooit bij de kerk geparkeerd waar ik naartoe ging, maar was vergeten de handrem aan te trekken. De auto begon te rollen en liep een klein deukje op. Mijn baas was eerst boos, maar toen ik hem uitlegde dat ik daar geparkeerd had om op een weekdag naar de mis te gaan, vergaf hij me meteen,” vertelt Giorgio met een glimlach.
Talent is een gave, maar succes komt pas door er elke dag aan te werken. Werken doe je bovendien niet alleen uit een verlangen naar persoonlijke ontplooiing. Zoals de heilige Jozefmaria zei: “Werk komt voort uit liefde, drukt liefde uit en is gericht op liefde.”
Toen monseigneur Fernando Ocáriz tijdens een pastorale reis Noord-Italië bezocht, kregen Giorgio en zijn gezin de kans hem te begroeten — en natuurlijk brachten ze wat kaas mee. “Voordat ik don Feernando de kaas overhandigde, zei ik dat die misschien wat sterk rook. De Prelaat keek me aan en antwoordde: ‘Dan is hij dus goed!’”
