In veel films maken hoofddeksels deel uit van de kostuums die de acteurs dragen. Het gaat bijvoorbeeld om hoeden met brede randen, kronen, diademen of helmen met uiteenlopende afwerkingen.
Het werk van Donata bestaat precies uit het ontwerpen van zulke hoofddeksels, vaak in samenwerking met bekende ontwerpers uit Hollywood en andere delen van de wereld. “Na vijftien jaar in een atelier voor bruidskleding te hebben gewerkt”, vertelt Donata, “werd ik aangenomen in een atelier dat gespecialiseerd is in hoeden.”
Van carnavalskostuums tot Johannes Paulus II
Wat moet je doen om ontwerpster te worden? Zoals bij veel beroepen helpt een zekere natuurlijke aanleg. “Mijn moeder had een naaimachine”, vertelt Donata, “en toen ik nog jong was, ontwierp ik kostuums voor mijn neefjes en nichtjes. Op een dag ging ik op vakantie naar Rome, en een nichtje overtuigde me om hier werk te zoeken. Ze zagen mijn handvaardigheid en namen me in dienst.”
Ze had het geluk een hoed te mogen ontwerpen voor paus Johannes Paulus II.
In Rome leerde ze iemand van het Opus Dei kennen, die naar hetzelfde zwembad ging als Donata. “Zij nam me mee naar het centrum van Oikia”, herinnert ze zich, “en ik was onder de indruk toen ik daar zoveel vrolijke mensen zag die probeerden gelukkig te zijn waar ze waren: in hun werk en in hun dagelijkse leven. Kort daarna vroeg ik om toelating tot het Opus Dei als geassocieerde.”
In die periode werkte Donata in een atelier voor hairstyling, hoeden en bruidsjurken. Daar kreeg ze de kans een hoed te ontwerpen voor paus Johannes Paulus II. Na het overlijden van de eigenaar van het atelier werd Donata aangenomen bij Laboratorio Pieroni, waar ze vandaag nog steeds werkt.
Een harde professionele wereld
Hoewel het een creatief beroep is, is de werkomgeving waarin Donata zich beweegt niet eenvoudig. Er is veel concurrentie, zowel tussen collega’s als tussen ateliers, en het salaris is niet bijzonder hoog. Bovendien wordt het geleverde werk zelden erkend. Maar als dat toch gebeurt, brengt het een onvergetelijke emotie met zich mee. “Zoals die keer”, vertelt Donata, “toen een ontwerper die een Oscar voor beste kostuums had gewonnen, me feliciteerde met mijn ontwerp.”
“Toen ik in het nieuwe atelier begon te werken, verborg ik niet dat ik christen was. Ik probeerde de schoonheid van het geloof over te brengen op mijn collega’s, wat me vaak kritiek opleverde. “In het begin”, geeft Donata toe, “deden die opmerkingen me pijn. Maar na verloop van tijd leerde ik ermee om te gaan, erom te glimlachen en er geen belang meer aan te hechten, hoewel er moeilijke momenten waren. Bijvoorbeeld toen ik het beeldje van de heilige Jozefmaria, dat ik op mijn werktafel bewaarde, in stukken terugvond. Of toen het kleine kruisje verdween dat ik in een doosje bewaarde om me eraan te herinneren mijn werk op te dragen.”
De rozenkransspelden
Zoals iedereen die werkt, heeft ook Donata haar voorkeuren. “Ik hou van bloemen, en wanneer er stoffen bloemen gemaakt moeten worden, bijvoorbeeld voor een dameshoed, beginnen mijn ogen te stralen.”
“In het atelier zijn geen ramen en is al het licht kunstmatig. Daarom moet ik zelf licht meebrengen: “Ik probeer elke dag naar de mis te gaan”, legt Donata uit, “en ik weet dat die genade op de een of andere manier gedeeld moet worden met anderen; ze kan niet alleen voor mij zijn. Ik doe werk dat ik graag doe en probeer altijd goedgehumeurd te blijven. Soms bid ik de rozenkrans terwijl ik werk: ik steek tien spelden in een naaikussentje en haal ze er één voor één uit bij elk Weesgegroet.”
