Download “Brief 6 van de heilige Jozefmaria over enkele kenmerken van de geest van het Opus Dei” als e-book:
ePub►Brief 6: over enkele kenmerken van de geest van het Opus Dei
PDF ►Brief 6: over enkele kenmerken van de geest van het Opus Dei
Dit e-boek bevat een brief van de heilige Jozefmaria over verschillende aspecten van de roeping en de zending van het Werk, met bijzondere aandacht voor de seculariteit. Ze is gedateerd 11 maart 1940. Het doel ervan is te laten zien wat eigen is aan de geest die hij verkondigt en hoe die geworteld is in het Evangelie, evenals de gelijkenis met het leven van de eerste christenen, om vervolgens — als consequentie daarvan — de verschillen te verduidelijken met andere roepingen en wegen binnen de Kerk. Bovenal benadrukt hij de seculariteit van de roeping tot het Opus Dei en andere kenmerken die deels gemeenschappelijk zijn aan alle christelijke vormen van roeping en deels specifiek zijn voor Opus Dei, vanwege de bijzondere manier waarop ze worden beleefd in het Werk dat hij stichtte.
De brief is in het Spaans gepubliceerd als nr. 6 in het boek Cartas II, uitgegeven door Ediciones Rialp in 2021. De heilige Jozefmaria heeft de brieven geen titel gegeven; de titel die deze uitgave draagt, is die welke de redacteuren van de kritische editie eraan hebben gegeven.
Dit document maakt deel uit van een literair genre dat eigen is aan de heilige Jozefmaria. Het is geen traktaat: de stijl lijkt meer op een familiegesprek dat de stichter voert met de leden van het Opus Dei van alle tijden. De toon is vergelijkbaar met die welke hij gebruikte tijdens zijn ontmoetingen met de leden van het Werk, waar hij hen mondeling de geest, de geschiedenis en de tradities van het Werk doorgaf.
Kerngedachten van deze brief
Het gaat over karakteristieke kenmerken van de geest van het Opus Dei, de stichter moedigt aan om deze juist te beleven, en wil ze in alle oprechte eenvoud weergeven. Vandaar de woorden „Sincerus est”, die hij als Latijnse openingswoorden [incipit] wilde gebruiken.
In „schijnbare wanorde“ gaat de heilige Jozefmaria in veel van zijn brieven van het ene onderwerp naar het andere, zonder een strak stramien te volgen waarbij hij af en toe terugkomt op iets wat hij al heeft behandeld.
Er is echter een rode draad. Zijn bedoeling is om het specifieke karakter van de geest die hij verkondigt en de verankering daarvan in het Evangelie te laten zien, evenals de gelijkenis die hij trekt met het leven van de eerste christenen. Vervolgens behandelt hij, als gevolg daarvan, de verschillen met andere roepingen en wegen binnen de Kerk. Hij benadrukt vooral het seculiere karakter van de toewijding in het Opus Dei en andere kenmerken die deels gemeenschappelijk zijn aan alle christelijke vormen van roeping, en deels aan de bijzondere manier waarop ze worden beleefd in het Werk, door hem gesticht.
Bijvoorbeeld, hoewel het besef van het eigen goddelijk kindschap voor alle christenen van essentieel belang is, benadrukt de heilige Jozefmaria dat dit het fundament is van het geestelijk leven in het Opus Dei (2). Men kan ook zeggen dat de missie van het Werk dezelfde is als die van de Kerk, aangezien het ernaar streeft de wereld in Christus te herstellen (2) en de mensen te verlichten met het licht van God (3), maar in het Opus Dei concentreert die missie zich in het bijzonder op de wereldlijke bezigheden (9). De leden van het Opus Dei onderscheiden zich niet van andere gewone [leken] christenen (9, 10) en streven ernaar Christus in het middelpunt te plaatsen van alle menselijke activiteiten (12). Het werk neemt daar een bijzondere plaats bij in, omdat het een weg wordt tot heiliging (13). Het apostolaat is van persoon tot persoon, in een sfeer van vriendschap en begrip (14, 54, 55, 64-69, 70-72). Dit alles wordt gedragen door een contemplatief leven, dat leidt tot “eenheid van leven” (14-16) —tot samenhang—, en gekruid met een kenmerkende geest van vrijheid (37).

Op verschillende momenten spreekt de heilige Jozefmaria over de tegenstrijdigheden en moeilijkheden waar het Opus Dei mee te maken heeft gehad, veroorzaakt door hen die niet begrepen wat de stichter beschouwt als een eenvoudige en transparante geest (17-20, 43-45). Hij verwerpt vooral de beschuldiging van geheimzinnigheid (56-60).
De achtergrond van zijn betoog wordt gevormd door de identificatie met Christus (11a-11d) en de oproep om het evangelie aan alle mensen te verkondigen. Voor hem wordt deze evangelisatietaak vervuld door middel van een vriendschap en begrip, het bevorderen van eenheid met alle mensen en het beoefenen van verdraagzame toegeeflijkheid jegens mensen (54-55, 64-69, 70-71). Dit alles wordt gekenmerkt door het goede voorbeeld (51-53) en aangevuld met een uiteenzetting van de christelijke leer die tracht zich aan te passen aan de mentaliteit van de toehoorders (47-48).
Andere deugden of eigenschappen die de heilige Jozefmaria noemt als bijzonder geliefd in het Opus Dei, zijn de nederigheid (4), de eenheid in het wezenlijke en de verscheidenheid in het bijkomstige (27), de armoede (28), de vreugde en dankbaarheid jegens God (29) en de oprechtheid (61). Tevens zijn er diverse verwijzingen naar de noodzaak om de geest die hij uiteenzet, te vertalen naar een juridische formule die de eigen aard ervan adequaat weerspiegelt (73-75).
