Wat is voorzichtigheid?

Verstandigheid ofwel voorzichtigheid is de deugd die ons in staat stelt om in alle omstandigheden te onderscheiden wat ons ware goed is en de middelen te kiezen om dat te bereiken.

De voorzichtigheid is de deugd die ons in staat stelt om in alle omstandigheden te onderscheiden wat ons ware goed is en de middelen te kiezen om dat te bereiken.[1] Daarom omvatten daden van voorzichtigheid zowel een oordeel over de meest geschikte manieren om een bepaald goed te bereiken als het besluit om die daden uit te voeren. Voorzichtigheid is gebaseerd op de herinnering uit het verleden, de kennis van het heden en, voor zover mogelijk, het voorzien van de gevolgen van onze beslissingen. Het geeft de juiste maat aan de andere deugden, tussen overdaad en gebreken, tussen overdrijving en tekortkoming of middelmatigheid.

Verstandigheid houdt verband met het intellect; bovendien ligt zij, zoals de filosofische traditie leert, in de praktische rede, dat wil zeggen in de rede voor zover deze gericht is op de praxis, op het handelen. Maar zij veronderstelt ook het verlangen naar en de liefde voor het goede. Dit is wat voorzichtigheid onderscheidt van sluwheid en ook van die voorzichtigheid van het vlees waarover de heilige Paulus spreekt (vgl. Rom. 8,6): namelijk die van “de verstandigheid van iemand die verstand heeft, maar niet probeert het te gebruiken om God te ontdekken en te beminnen. Werkelijk verstandig is hij, die altijd bedacht is op de influisteringen van God en – in dit waakzaam luisteren – in de ziel de beloften en werkelijkheden van de verlossing ontvangt.”[2]

“Wie wijs is van hart, wordt verstandig genoemd” (Spr. 16,21)

In de Heilige Schrift verschijnt verstandigheid in de eerste plaats als een eigenschap van God: “Ik, de Wijsheid, ik woon bij de verstandigheid en ik beschik over weldoordachte kennis. Het kwade haten: dat is de vrees voor Jahwe. Hoogmoed, verwaandheid, wangedrag en een mond vol slinkse woorden: die haat ik. Bij mij ligt raad en schranderheid; ik ben het inzicht, bij mij ligt de kracht.” (Spr. 8,12-14). Job roept uit: “Bij God zijn wijsheid en macht; hij heeft raad en inzicht” (vgl. Job 12,13). Bijgevolg is het God die ons verstandigheid schenkt. Het is bovenal een gave van God, een genade: “Jahwe immers geeft de wijsheid; uit zijn mond komen kennis en inzicht.” (Spr. 2,6).[3]

Om wijsheid te verwerven, zijn in de eerste plaats gebed en meditatie over het Woord van God noodzakelijk: “Ik heb derhalve gebeden en er werd mij inzicht gegeven. Ik heb gesmeekt en de geest van de wijsheid kwam tot mij” (Wijsh. 7,7). “Maar omdat ik inzag, dat ik de wijsheid niet anders kon verwerven dan wanneer God haar gaf - ook dat was al inzicht, te weten, wiens gave het was - wendde ik mij tot de Heer en bad ik tot Hem” (Wijsh. 8,21).[4]

zoekt eerst het Koninkrijk en zijn gerechtigheid: dan zal dat alles u erbij gegeven worden

In Christus, de Wijsheid van God die vlees geworden is, vinden we volmaakte verstandigheid en volmaakte vrijheid. Met zijn werken leert hij ons dat verstandigheid vereist dat we ons leven in dienst stellen van anderen, zowel vrienden als vijanden, uit liefde voor de Vader. Met zijn dood aan het kruis laat hij ons zien dat ware verstandigheid zelfs leidt tot het opgeven van het eigen leven, in gehoorzaamheid aan de Vader, voor de redding van de mensheid. Deze verstandigheid van Christus kan in menselijke ogen overdreven en roekeloos lijken. Wanneer hij zijn discipelen vertelt dat hij naar Jeruzalem moet gaan om te lijden en te sterven, “nam Petrus Jezus ter zijde en begon Hem ernstig daarover te onderhouden: “Dat verhoede God, Heer! Zo iets mag U nooit overkomen!” Maar Hij keerde zich om en zei tot Petrus: “Ga weg, satan, terug! Gij zijt Mij een aanstoot, want gij laat u leiden door menselijke overwegingen en niet door wat God wil.” (Mat. 16, 22-23).[5]

De maatstaf voor deze ‘nieuwe voorzichtigheid’ wordt gegeven door een grenzeloze liefde voor het Koninkrijk van God, een absolute waarde die al het andere relatief maakt: “Maar zoekt eerst het Koninkrijk en zijn gerechtigheid: dan zal dat alles u erbij gegeven worden.” (Mat. 6, 33). Voor het Koninkrijk is het de moeite waard om alles te geven (vgl. Mat. 13, 44-46), zelfs het leven zelf, want volgens de goddelijke logica verliest diegene zijn leven die het vindt, en wie het verliest, vindt het (vgl. Mat. 10, 39). Bijgevolg zijn veel benaderingen van het leven die in menselijke ogen verstandig lijken, in werkelijkheid dwaas, zoals die van iemand die rijkdom vergaart maar zijn ziel vergeet (vgl. Luc. 12, 16-20), of die van de jongeman die Christus niet wil volgen omdat hij veel bezittingen heeft (vgl. Luc. 18, 18-23), of die van de dienaar die zijn talent bewaart in plaats van het voor de Heer vrucht te laten dragen (vgl. Mat. 25, 24-28). Dit zijn onvoorzichtige gedragingen die voortkomen uit een gebrek aan vrijheid: uit vrijwillige slavernij ten opzichte van materiële goederen of het eigen comfort.[6]

De drie handelingen van voorzichtigheid: raad, oordeel en besluiten

Voorzichtigheid bestaat uit drie handelingen: raad, praktisch oordeel en besluiten;[7] de eerste twee zijn cognitief en de derde is imperatief. “De eerste stap van de verstandigheid is de erkenning van eigen beperkingen: de deugd van nederigheid. Toegeven, in bepaalde kwesties, dat we niet alles kunnen, dat we in heel wat gevallen de omstandigheden niet kunnen bevatten die we juist op het moment van oordelen niet uit het oog mogen verliezen. Daarom nemen we onze toevlucht tot een raadgever. Niet zomaar de eerste de beste, maar iemand die bekwaam is en net als wijzelf vervuld van de wil God met oprecht verlangen te beminnen en trouw te volgen. Het is niet voldoende een mening te vragen; we moeten hem vragen aan iemand die hem belangeloos en eerlijk kan geven. Daarna moeten we een oordeel vellen, want de verstandigheid vergt gewoonlijk een prompt, tijdig besluit. Al is het soms verstandig een beslissing uit te stellen tot alle elementen voor een juist oordeel vergaard zijn, toch is het in andere gevallen heel onverstandig niet onmiddellijk aan de slag te gaan met dat, wat we menen te moeten doen; vooral als het welzijn van anderen op het spel staat.”[8]

Een eenmaal genomen beslissing moet snel en ijverig worden uitgevoerd

Om voorzichtig te zijn, is het niet voldoende om te overleggen, goed advies in te winnen en correct te beoordelen wat er moet gebeuren. Wat als de juiste handelwijze wordt beschouwd, moet ook in praktijk worden gebracht. Dit niet doen, het ongedaan laten, zou onverstandig zijn. Deze handeling, die bestaat uit het in praktijk brengen van wat er moet gebeuren, is de handeling die eigen is aan de deugd van voorzichtigheid,[9] en daarom kan voorzichtigheid worden gedefinieerd als “de deugd van de dwingende, gebiedende handeling van de handelingsbepalende rede...”[10]

Juist hier kan de innige relatie tussen voorzichtigheid en vrijheid het best worden gewaardeerd. Om in praktijk te brengen wat is besloten, mogen we ons niet laten meeslepen door angst, luiheid of door een van de valstrikken die uiteindelijk egoïsme of trots voor ons opwerpen. Hoewel het nuttig kan zijn om te weten hoe je moet wachten om advies in te winnen en een beslissing te nemen, moet een beslissing, eenmaal genomen, snel en ijverig worden uitgevoerd. Het woord ‘ijver’ (van het Latijnse diligo, liefhebben) heeft hier een bredere betekenis dan in het dagelijks taalgebruik. Het gaat om snel handelen uit liefde voor het goede.

De juiste maat

De heilige Jozefmaria onderwees voortdurend twee houdingen met betrekking tot voorzichtigheid. Enerzijds de flexibiliteit om zich aan elke situatie aan te passen, zonder gebonden te zijn aan de starheid van een “steriele casuïstiek”,[11] die in wezen voortkomt uit trots of uit een overdreven angst om fouten te maken. Anderzijds de bereidheid om te corrigeren: “Niet de mens die zich nooit vergist, is verstandig, maar hij die zijn fouten weet goed te maken.”[12] “Sommige dingen doe je goed, andere slecht. Wees heel blij en hoopvol om het eerste; en zie het laatste onder ogen zonder je te laten ontmoedigen en probeer het recht te zetten: dan zal ook dat lukken.”[13]

Een grondregel voor goed bestuur: verdeel de verantwoordelijkheden

Voorzichtigheid is niet alleen een deugd die individuen zouden moeten bezitten, maar die ook in organisaties te vinden is. Zo stelde de heilige Jozefmaria dat de structuur en organisatie van het bestuur van Opus Dei op verschillende niveaus collegiaal moest zijn, gebaseerd op de verantwoordelijkheid van degenen die deze organisaties vormen en op wederzijds vertrouwen. In dit verband schreef hij: “Beleidsbeslissingen die lichtvaardig door één enkele persoon worden genomen, komen altijd of vrijwel altijd voort uit een eenzijdige kijk op de problemen. Hoe goed je ook bent voorbereid en hoe groot je begaafdheid ook moge zijn, je moet luisteren naar hen die de taak om leiding te geven met je delen.”[14]

Iedereen die tot een van de verschillende bestuursorganen behoort, moet zijn eigen verantwoordelijkheid volledig op zich nemen en vrijuit zijn mening geven, zonder zich achter anonimiteit te verschuilen: “Een grondregel voor goed bestuur: verdeel de verantwoordelijkheden, zonder dat dit erop neerkomt dat je je gemak zoekt of anoniem wilt blijven. Ik onderstreep: verdeel de verantwoordelijkheden, laat iedereen verantwoording afleggen over zijn taak, om daarna – rekenschap te kunnen afleggen – aan God; en aan mensen, als dat nodig is.”[15]

Voorzichtigheid en vertrouwen in God: moed

We hebben al gekeken naar het menselijke aspect van de deugd van voorzichtigheid. Hieraan moet worden toegevoegd dat we, wanneer we voor een moeilijke taak staan, zelfs een die onmogelijk lijkt, ook moeten proberen te ontdekken wat de wil van God is. Dit betekent handelen met volledig geloof en vertrouwen in goddelijke hulp. De heilige Jozefmaria was ervan overtuigd dat als God iets van hem vroeg, ook al leek dat vanuit menselijk oogpunt onvoorzichtig, hij in actie moest komen, omdat God voor de middelen zou zorgen.

Vooruit, wees dapper!

Zo leefde hij. En zo leerde hij anderen te leven. En dit is wat hij schreef over zowel apostolisch werk als het geestelijk leven: “Het is goed, en zelfs plicht, dat je in je apostolaat rekening houdt met je aardse mogelijkheden: 2 + 2 = 4. Maar vergeet nooit, dat je tot je geluk bovendien nog met een andere factor rekening moet houden: God + 2 + 2…[16] “Gooi die wanhoop, die uit de kennis van je nietswaardigheid voortkomt, van je af. – Het is waar: economisch gezien ben je een nul…, naar je maatschappelijk aanzien gemeten ben je ook een nul…, hetzelfde geldt voor je deugden en capaciteiten. Maar links van al deze nullen staat Christus… En wat een onmeetbaar groot getal wordt dat!”[17]

Het hoeft ons dus niet te verbazen dat hij voorzichtigheid koppelde aan een houding die misschien tegenstrijdig lijkt: durf. Hij deed dat vaak, en bracht ze samen – op een manier die het verband tussen beide realiteiten verklaart – door vertrouwen in God: “God en stoutmoedigheid! – Stoutmoedigheid is geen onvoorzichtigheid. – Stoutmoedigheid is geen roekeloosheid.”[18] “Trek je er niets van aan. – De voorzichtigen hebben de werken van God altijd waanzin genoemd. – Vooruit, wees dapper!”[19] Deze ervaringen van hem, opgetekend in De Weg, worden aangevuld met een ander punt in De Voor, waar moed wordt voorgesteld als de vrucht van een kracht die wordt gevoed door geloof: “Durf is geen onvoorzichtigheid, ook geen onbezonnen vermetelheid of gewoon waaghalzerij. Durf is karaktersterkte, een kardinale deugd die noodzakelijk is voor het zieleleven.”[20]

Josep-Ignasi Saranyana


Basisbibliografie

  • Catechismus van de Katholieke Kerk, 1762-1770, 1803-1832 en 1987-2005.

Aanbevolen lectuur


[1] Zie Catechismus van de Katholieke Kerk, nr. 1806

[2] Heilige Jozefmaria, Vrienden van God, nr. 87.

[3] Vgl. T. Trigo, Scripta Theologica 34 (2002/1) pp. 273-307. 02.017 Scripta 34/1 (2002) (core.ac.uk).

[4] Ibid.

[5] Ibid.

[6] Ibid.

[7] Vgl. Heilige Thomas van Aquino Summa theologiae, II-II, q. 47, a. 8, co.

[8] Heilige Jozefmaria, Vrienden van God, nr. 86.

[9] Vgl. Heilige Thomas van Aquino Summa theologiae, II-II, q. 47, a. 8.

[10] Martin Rhonheimer. The Perspective of Morality: Philosophical Foundations of Thomistic Virtue Ethics. Vertaald door Gerald Malsbary. Washington, DC: Catholic University of America Press, 2011, 216 en 225.

[11] Heilige Jozefmaria, Vrienden van God, nr. 222.

[12] Ibid., nr. 88.

[13] Heilige Jozefmaria, De Voor, nr. 68.

[14] Ibid., nr. 392.

[15] Ibid., nr. 972.

[16] Heilige Jozefmaria, De Weg, nr. 471.

[17] Ibid., nr. 473.

[18] Ibid., nr. 401.

[19] Ibid., nr. 479.

[20] Heilige Jozefmaria, De Voor, nr. 97.

Josep-Ignasi Saranyana