Het leven van iedere mens, ook het beroepsleven, is een weg, opgebouwd uit etappes, kruispunten, bochten, stijgingen en dalingen, doelen, overwinningen en frustraties. Ook het leven van Christus was een reis: Hij doorliep de groeifasen van kindertijd tot volwassenheid, trok door het Heilige Land en begon vanaf het moment van zijn menswording in Nazareth aan een lange weg die zou uitmonden in Jeruzalem en het Paasfeest.
In ons dagelijks leven wandelt Jezus op mysterieuze wijze naast ons, zoals Hij dat deed met de leerlingen van Emmaüs.[1] Hij begeleidt ons in ons werk, en wij proberen Hem te herkennen in de mensen met wie wij door ons beroep in contact komen. De spirituele, leerstellige, menselijke, apostolische en professionele vorming die wij ontvangen, helpt ons dit verlangen om Hem te ontmoeten levend te houden en concreet te maken. Wanneer wij in ons werk niet weten welke weg wij moeten inslaan of welke beslissing wij moeten nemen, mogen wij ons herkennen in Thomas, die zich tot Christus richt: “Heer, wij weten niet waar Gij heengaat: hoe moeten wij dan de weg kennen?” Jezus antwoordde hem: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven.”[2]
Keuzemomenten in ons beroepswerk
De weg van ons bestaan als christenen bewandelen betekent beseffen dat al onze keuzes, wegen en projecten hun eenheid vinden in één doel: deelnemen aan de goddelijke intimiteit en anderen helpen die te ontdekken. “De ware weg is Jezus”[3], zegt paus Franciscus. Hij roept ons, leidt ons, ondersteunt ons en begeleidt ons door de schijnbare versnippering van onze dagelijkse activiteiten en verantwoordelijkheden heen.
Ondanks ons verlangen om trouw te leven volgens onze roeping om de aardse werkelijkheid te heiligen, hebben we niet altijd een duidelijk zicht op welke beroepskeuzes dit het best mogelijk maken, vooral wanneer zulke keuzes ook andere, even belangrijke aspecten van ons leven beïnvloeden. Is het verstandig een overplaatsing naar een ander land te aanvaarden, of schaadt dit mijn kinderen? Is het goed om samen met mijn echtgenoot een bedrijf te beginnen, of kan dit onze relatie onder druk zetten? Is het beter verder te studeren om meer professionele kansen te krijgen, of eerder jong te trouwen? Doe ik er goed aan mijn werkweek te verkorten of te verhuizen vanwege een apostolische noodzaak, of breng ik daarmee mijn professionele toekomst in gevaar? Moet ik deze nieuwe baan aannemen, die een ruimer werkveld biedt, of word ik in werkelijkheid gedreven door ijdelheid of de wens om andere verantwoordelijkheden te ontvluchten? Achter elk van deze vragen schuilt een: “Heer, wat wilt U van mij? Wat is de beste weg? Hoe kan ik huwelijk en werk, ouderschap en werk, apostolaat en werk, beschikbaarheid en werk harmonieus integreren? Waar wacht U op mij?”
Het concrete antwoord hangt af van de omstandigheden, maar er zijn steeds enkele duidelijke principes die de keuze helpen maken: mensen gaan vóór dingen, de werkelijkheid vóór het idee, het geheel vóór het deel, en het geestelijke vóór het materiële. Ook kan het helpen om te praten met de betrokkenen en raad te vragen aan iemand die onze gezinssituatie, professionele omgeving en persoonlijke kenmerken kent en het beste voor alle partijen zoekt. Bovenal is het noodzakelijk onze blik op Jezus te richten, “de ware weg”, in het gebed. Want “in die stilte is het mogelijk in het licht van de Geest de wegen van heiligheid die de Heer ons voorhoudt, te onderscheiden”.[4]
Begeleiding in ons beroepsleven
Op onze professionele weg gaan we nooit alleen. We bewandelen die altijd samen met de mensen met wie we verbonden zijn: familie, vrienden en collega’s. Vooral gaan we op weg met degenen met wie we onze toekomst hebben gedeeld: onze echtgenoot of echtgenote, onze kinderen en, voor wie een roeping heeft tot het Opus Dei, ook de andere leden van die familie die het Werk is en degenen tot wie hun evangeliserende zending zich richt. Zij zijn deel geworden van onze identiteit en van onze missie.
“Ieder die werkt en een gezin heeft, moet zich inspannen om deze twee aspecten in evenwicht te brengen, zowel mannen als vrouwen, en op Gods hulp vertrouwen om hun gewone omstandigheden te heiligen”.[5] In sommige beroepen is de aanwezigheid thuis minder regelmatig – denk bijvoorbeeld aan een vrachtwagenchauffeur, een stewardess of een visser op volle zee – en is een bijzonder creatieve en gezamenlijke inzet nodig.
Op andere momenten is het nodig het tempo te vertragen of de route te herzien, wanneer degenen die ons vergezellen dat nodig hebben. Soms vraagt dit om een pijnlijk loslaten. De volkswijsheid herinnert ons eraan dat wie alleen loopt misschien sneller aankomt, maar wie met anderen loopt verder komt. In een cultuur waarin de professionele carrière soms het enige kompas lijkt te zijn, de as waaromheen alle beslissingen draaien, moeten we bereid zijn de kaart van ons leven te hertekenen wanneer dat nodig is. Dat betekent dat we regelmatig de zin van onze missie hernieuwen, de waarde van onze relaties in herinnering brengen en ons hart richten op de andere schatten die ons leven rijk is. Het houdt ook in dat we risico’s durven nemen, vertrouwend op God en op anderen, en niet enkel op de zekerheid dat wij alles onder controle hebben. “Alles kan in deze wereld worden aanvaard en geïntegreerd als deel van het eigen bestaan en deel uitmaken van de weg van heiliging”[6], zegt paus Franciscus.
Op andere momenten in onze carrière ontmoeten we obstakels, of juist nieuwe kansen en onverwachte mogelijkheden. Het beeld van de weg verwijst naar tijd, geduld, inspanning en tussenstops. Om die weg te gaan zijn een doel en een intentie nodig die persoonlijke vrijheid, initiatief en ook risico’s met zich meebrengen. Tegelijk is het goed te beseffen dat God ons tegemoetkomt, zoals bij de leerlingen van Emmaüs, juist door deze nieuwe omstandigheden heen. Zijn voorzienigheid leidt en ondersteunt ons.
Ons professionele project is, net als de weg zelf, altijd een open traject. Omdat het niet individualistisch is, maar geworteld in de werkelijkheid en ontvankelijk voor de verrassingen van God. We hebben allemaal ervaren dat wat eerst als verlies leek, vaak de deur opende naar een grotere vruchtbaarheid. Tegelijk moet ons project ambitieus zijn, want het doel is hoog: Christus aan de top van alle menselijke activiteiten plaatsen.[7] Daarom is het essentieel naar Jezus te kijken en naar Hem te luisteren. Misschien moedigt Hij ons op een bepaald moment aan om om te keren en terug te keren, zoals de twee leerlingen van Emmaüs; op andere momenten zendt Hij ons de zee op, zoals de apostelen.
Onze blik verruimen
Roeping en missie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, zoals dat ook bij Jezus Christus het geval was. Onze missie maakt deel uit van onze identiteit en bepaalt wie we zijn. Wij zijn er voor God en voor de zielen; ons leven staat in het teken van dienstbaarheid. We kunnen net als Christus zeggen: “Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen”[8]
We hebben een open, beschikbaar en groot hart nodig om te realiseren wat de prelaat van Opus Dei als volgt samenvat: “Wij zijn geroepen om met initiatief en spontaniteit bij te dragen aan de verbetering van de wereld en de cultuur van onze tijd, zodat deze zich openstellen voor de plannen van God voor de mensheid: (…) de projecten van zijn hart blijven bestaan van geslacht op geslacht”.[9] De heilige Jozefmaria legt het als volgt uit: “Wij geven ons leven volledig aan onze Heer God, door ieder in zijn beroep en in zijn levensstaat volmaakt te werken, zonder te vergeten dat wij in alles slechts één streven mogen hebben: Christus boven alle menselijke activiteiten te plaatsen”[10]
Deze missie doordringt alle aspecten van het menselijk bestaan: gezin, werk, vriendschappen, vrije tijd, ziekte enz. Zij strekt zich ook uit tot elk moment van onze persoonlijke geschiedenis en tot de keuzes die wij maken. Christus centraal stellen in ons leven en in al onze activiteiten betekent dus ook Hem centraal stellen in ons professionele project. Hij is het licht dat ons helpt de weg te vinden en op ieder moment de juiste keuzes te maken.
Zo legde Benedictus XVI het uit tijdens een paaswake: “Christus scheidt nu het licht van de duisternis. In Hem herkennen we wat waar en wat onwaar is, wat licht en wat donker is. Bij Hem gloort het licht van de waarheid. Toen Christus eens de mensen zag die bijeengekomen waren om naar Hem te luisteren en die van Hem leiding verwachtten, had Hij medelijden met hen omdat zij als schapen waren zonder herder(cf. Mc 6, 34) . Te midden van de tegenstrijdige stromingen van hun tijd wisten zij niet waaraan zij zich moesten vasthouden. Hoeveel medelijden moet Hij ook hebben met onze tijd - vanwege alle grootspraak, waarin een grote desoriëntatie schuilgaat. Waar moeten we naar toe gaan? Wat zijn de waarden waar we ons aan kunnen houden? De waarden waarmee we onze jongeren mogen opvoeden, zonder hen normen op te leggen die wellicht verkeerd zijn en niet opgelegd mogen worden? Hij is het licht.”[11]
Verenigen om vooruit te komen
Het beroepsleven is vandaag bijzonder dynamisch. We worden voortdurend uitgedaagd om de noden van onze omgeving te ontdekken en te begrijpen, niet alleen om aan de veranderende eisen van de arbeidsmarkt te kunnen voldoen, maar ook om beter te kunnen functioneren in ons eigen beroep.
Het is goed in gedachten te houden dat de liefde, die het werk bezielt en stimuleert, zelf dynamisch is: zij groeit altijd, ontwikkelt zich, verbetert en voert de mens in een opwaartse beweging, veel verder dan louter theoretische of technische kennis. Deze dynamiek van liefde geeft sereniteit bij vermoeidheid en moeilijkheden. Zij helpt ook om eenheid te vinden te midden van conflicten, want de blik van liefde verenigt en zoekt altijd het goede.
Een professionele inzet die gedragen wordt door naastenliefde is niet enkel een kwestie van een curriculum vitae. De vorming die wij opdoen door onze werkervaring heeft een diepgaande invloed op ons: zij verrijkt ons als persoon, laat ons groeien in kennis en vaardigheden, vormt ons in menselijkheid, stelt ons in staat om op flexibele wijze met zeer uiteenlopende zaken om te gaan, maakt ons bedachtzamer en besluitvaardiger. Zo worden wij beter in staat om voor ons gezin te zorgen, onze vriendenkring uit te breiden, het vergemakkelijkt een diepgaander evangelisatiewerk, het verbreedt ons hart en onze blik om ons te identificeren met Christus. Een veeleisende en enthousiaste toewijding aan het beroep, beleefd in een geest van dienstbaarheid en zending, staat niet in tegenstelling tot beschikbaarheid en openheid voor andere noden; integendeel, zij maakt deze beschikbaarheid vollediger. Zoals de Prelaat van het Opus Dei zegt komt de beschikbaarheid “pas volledig tot bloei als we zelf nadenken over de talenten die we van God gekregen hebben en die vervolgens inzetten in de apostolische missie; we doen een stap naar voren, we bieden ons aan, we tonen initiatief. De beschikbaarheid is dus geen stilstaan, maar, integendeel, het verlangen om voortdurend voort te gaan op het tempo van God.”[12]
Persoonlijke ontplooiing beperkt zich niet tot professionele ontplooiing, noch hangt zij daarvan uitsluitend af. Het beroep (een welbepaald beroep) maakt er deel van uit, maar is niet alles, omdat we zo vaak van baan of beroep veranderen. Wie een beroepsopleiding volgt, keert na een aantal jaren misschien terug naar de universiteit; wie zijn baan verliest, richt zich op een andere sector; wie genoeg heeft van een baan die eentonig is geworden, maakt van een hobby zijn nieuwe manier van geld verdienen; wie zijn beroep een aantal jaren niet uitoefent om familiale of apostolische redenen, keert na verloop van tijd terug vanuit een nieuw perspectief.
Wat steeds blijft, is een professionele houding en deskundigheid in de taak die ons op dat moment wordt toevertrouwd. Kenmerken van zo’n houding zijn bijvoorbeeld: “aandacht voor details zonder het geheel uit het oog te verliezen, rekening houden met de invloed van ons werk op dat van anderen, zorg voor professionele relaties, bereidheid en vrijgevigheid om anderen op te leiden en zelfs verder te komen dan wijzelf, en bijdragen aan het oplossen van gemeenschappelijke problemen, door de laatste steentjes bij te dragen”.[13]
De professionele roeping maakt dus deel uit van een ruimer levensproject: de roeping die iedere mens van God ontvangt en die licht geeft om te zien en kracht om te willen[14] in de gewone omstandigheden van elke dag. Dit licht en deze kracht, gevoed door gebed en vorming, helpen ons onze professionele taak op de juiste plaats te situeren, te onderscheiden, te verlangen en het beste te kiezen. Zo proberen we de middelmatigheid en het conformisme te vermijden die kunnen voortkomen uit het comfort van een vast loon; of de overmatige toewijding die van het werk een vluchtplaats maakt, waar de realiteit van het eigen gezin geen toegang heeft en waar het niet uitmaakt om hoe laat men thuiskomt; of de reductie van het beroep tot een individualistisch project waarin men zijn eigen persoonlijkheid ontwikkelt, los van anderen.
De wegen van God
In het leven van veel mensen komt het voor dat zij om persoonlijke, familiale of sociale redenen hun beroep opgeven om zich aan andere taken te wijden. Vaak is het dus het leven zelf dat ons stap voor stap helpt onze professionele weg te ontdekken, meer dan de studies die wij ooit hebben gevolgd of de opleiding die wij hebben genoten. In zulke situaties wordt de verworven beroepsvorming ten dienste gesteld van een nieuwe professionele taak, waarin de eigen missie zich verder ontvouwt. Zo ging het ook met de apostelen die aan de oevers van het Meer van Galilea werden geroepen, toen Christus tot hen zei: “Ik zal maken dat gij vissers van mensen wordt.”[15]
De heilige Jozefmaria verwoordde dit als volgt: “De professionele roeping concretiseert zich geleidelijk in de loop van het leven. Het komt niet zelden voor dat iemand een studie begint en later ontdekt dat hij beter geschikt is voor andere taken en zich daarop toelegt; of zich specialiseert in een ander vakgebied dan aanvankelijk voorzien; of, terwijl hij zijn beroep al uitoefent, een nieuwe activiteit vindt die hem in staat stelt het welzijn van zijn gezin te bevorderen of effectiever bij te dragen aan de samenleving; of door gezondheidsredenen wordt genoodzaakt van omgeving en beroep te veranderen”.[16]
Niet de materiële aard van wat wij doen geeft uiteindelijk betekenis en waarde aan ons werk, maar de relatie ervan met het menselijke en geestelijke welzijn van de persoon die werkt en van degenen met wie hij of zij in contact komt.[17] Dit helpt ons te begrijpen dat de naastenliefde de ware maatstaf is voor de waarde van onze professionele inzet. “Het is nodig dat we de beschikbaarheid begrijpen en beleven als een vrijheid, in de zin dat we nergens anders aan vastzitten dan aan de liefde (d.w.z. dat we niet vastzitten aan een bepaald beroep, noch aan de plek waar we wonen, etc., zonder na te laten om waar we wonen goed geworteld te zijn). Het zijn niet de uiterlijke omstandigheden die ons vrij maken, maar de liefde die we in ons hart dragen.”[18]
De apostolische missie die de Heer ons heeft toevertrouwd – alle wegen van de aarde tot wegen van God maken – roept ons ertoe op een licht te zijn voor anderen, vooral in en vanuit ons werk. “De Hemel geve dat jij kunt herkennen wat dat woord is, de boodschap van Jezus die God met jouw leven aan de wereld wil geven. Laat je veranderen, laat je vernieuwen door de Geest, opdat dat mogelijk is, en jouw kostbare zending zal niet verloren gaan. De Heer zal deze tot vervulling brengen ook te midden van jouw fouten en negatieve momenten, mits je maar niet de weg van de liefde verlaat en altijd blijft openstaan voor zijn bovennatuurlijk handelen dat zuivert en verlicht.”[19]
[1] Cfr. Lucas 24,13-35.
[2] Johannes 14,5-6.
[3] Franciscus, homilie “Op weg gaan” in Santa Marta, 3 mei 2016.
[4] Franciscus,Gaudete et exsultate, nr. 150.
[5] Paula Hermida, Cristianos en la sociedad del siglo XXI. Entrevista a Fernando Ocáriz, Cristiandad, Madrid 2020, pp. 47-48.
[6] Franciscus, Gaudete et exultate, nr. 26.
[7] Cfr. Heilige Jozefmaria, Brief n. 6, nr. 12c.
[8] Cfr. Johannes 18,37.
[9] Fernando Ocáriz, Pastorale Brief 14 februari 2017, nr. 8.
[10] Heilige Jozefmaria, Brief 15-X-1948, nr. 41, in E. Burkhart, J. López, Vida cotidiana y santidad en la enseñanza de San Josemaría, I, Rialp, Madrid 2010, p. 428. Cfr. De Smidse, nr. 678.
[11] Benedictus XVI, Homilie in de Paaswake 11-4-2009.
[12] Fernando Ocáriz, Pastorale Brief 28 oktober 2020, nr. 11.
[13] Ana Marta González, “Mundo y condición humana en san Josemaría Escrivá. Claves cristianas para una filosofía de las ciencias sociales”, in Romana nº 65, juli-december 2017.
[14] Cfr. Fernando Ocáriz, Pastorale Brief 28 oktober 2020, nr. 2.
[15] Marcus 1,17.
[16] Cfr. Heilige Jozefmaria, Brief 15-X-1948, n. 33; opgenomen in BURKHART-LÓPEZ, Vida cotidiana y santidad en la enseñanza de san Josemaría, III, Rialp, Madrid 2010, p.180.
[17] Cfr. Heilige Jozefmaria, Brief 29-VII-1965, nr. 13.
[18] Fernando Ocáriz, Pastorale Brief 28 oktober 2020, nr. 11.
[19] Franciscus,Gaudete et exultate, nr. 24.
