Meditatie van de Prelaat III: Christus, spiegel van onze kwetsbaarheid

Derde fragment, een meditatie van Prelaat Fernando Ocáriz, over de Passie van de Heer. In dit deel reflecteert hij op de gemartelde Christus, "Ecce Homo", die kwetsbaar lijkt voor de mens.

Opus Dei - Meditatie van de Prelaat III: Christus, spiegel van onze kwetsbaarheid

De liturgie van Goede Vrijdag plaatst ons direct tegenover het grote mysterie van het Kruis van Jezus Christus.

In het evangelie beschouwen we de Heer in de Hof van Olijven, gevangengenomen door een afdeling soldaten onder leiding van Judas; we zien Hem voor de hogepriester Kajafas geleid worden en nadat Hij is ondervraagd, onrechtvaardig een klap in het gezicht ontvangen.

Daarna schreeuwt het volk in het bijzijn van Pilatus: “Kruisig Hem, kruisig Hem!” (Joh 19,6). En vervolgens wordt Jezus gegeseld en met doornen gekroond.

In de morgen van Goede Vrijdag toonde Pilatus Christus, gefolterd en vernederd, aan het volk, terwijl hij zei: Ecce homo “zie hier de mens” (Joh 19,5). Een paar uur later zou Hij gekruisigd worden.

Op een beroemd schilderij van Titiaan – het Ecce Homo – is Jezus te zien, als mens kapotgemaakt, maar desondanks doorstraald van zijn Godheid en van schoonheid. God heeft zich ook in de kwetsbaarheid willen laten zien.

Ecce Homo - Titiaan

In het lijden en misschien in de duisternis van zo velen die lijden in de wereld (nu ook vanwege de pandemie van het coronavirus) kunnen wij de gegeselde en met doornen gekroonde Christus zien.

De heilige Johannes Paulus II beschouwde Hem als volgt: “Hij is de mens, de hele mens, iedere mens in zijn unieke en onherhaalbare wezen, geschapen en verlost door God. (…) Ecce Homo…!(Zie hier de Mens…!).

Het is waar, dat wij met elkaar lijden, en er zijn zo veel bewijzen van solidariteit die dat laten zien, maar in laatste instantie ervaart iedereen de smart alleen met God.

Jezus, gewond en zachtmoedig, is ook als het ware een spiegel waarin wij naar onszelf kijken.

De eenzaamheid van Jezus die het volk wordt getoond, herinnert aan de zieken die door het isolement van deze dagen sterven zonder afscheid van hun familie te kunnen nemen en aan anderen die de ziekte in hun eentje doormaken. Jezus voelde met het volk vóór zich ook de eenzaamheid. Zijn schreeuw aan het Kruis “waarom hebt Gij Mij verlaten?” begon misschien al in de serene stilte van het Ecce Homo (Zie hier de Mens).

Christus die door Pilatus aan het volk wordt getoond is ook een icoon van de mishandelde menselijke waardigheid. God is op een mysterieuze manier aanwezig in het lijden van elke persoon. In de onschuldige die lijdt door natuurrampen of door menselijk onrecht, maar ook wanneer wij zelf de oorzaak zijn van ons lijden, voornamelijk door onze zonden. Laten we God vragen ons te helpen, ons te redden. Hij neemt alle gevolgen van de zonden der mensen op zich. Hij is onze hoop.

Jezus, gewond en zachtmoedig, is ook als het ware een spiegel waarin wij naar onszelf kijken. De God die liefde is toont zich in de wonden van de lijdende Christus.

Een bijzondere aanwezigheid van God is er ook bij degene die zich onbaatzuchtig aan de anderen geeft, want “waar liefdadigheid en liefde is, daar is God”: Ubi caritas et amor, Deus ibi est! ('Waar barmhartigheid en liefde heerst, daar is God'). We hebben zo veel mannen en vrouwen gezien die als die goede Samaritanen zijn, afbeeldingen van Jezus, in de ziekenhuizen, in de verpleeghuizen, in de gezinnen. We ondervinden dat het individualisme en het alleen maar nuttig zijn, niet het laatste woord hebben. In een samenleving die ogenschijnlijk zelfvoorzienend is, klopt de Geest van God in het hart van veel personen. Op de een of andere manier is God altijd in de geschiedenis aanwezig en maakt haar opnieuw met liefde vruchtbaar.

Het beeld van de Ecce Homo kan ons ook helpen beter te beseffen dat wij breekbaar zijn en vaak weerloos tegenover veel gebeurtenissen, zoals de Paus ons – vanaf dat lege Sint Pietersplein – heeft herinnerd toen hij sprak over die storm die onze kwetsbaarheid aan het licht brengt. Het erkennen van deze waarheid over onszelf kan ons helpen onze relatie met God en met de anderen opnieuw vorm te geven.

Het evangelie gaat verder: Jezus neemt het Kruis op zich, wordt van zijn klederen beroofd en, ogenschijnlijk, ook van zijn waardigheid. Op het moment van de kruisiging roept de Heer die woorden van een psalm: “Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?” (Mt 27,46).

Waarom al dit lijden? Waarom het Kruis?

Hoewel wij het niet helemaal kunnen begrijpen, onthult de kruisiging ons dat daar waar er slechts zwakheid lijkt te zijn, God zijn onbeperkte macht toont; waar we mislukking zien, nederlaag, onbegrip en haat, precies daar onthult Jezus ons de grote kracht van God: om het Kruis te maken tot een uitdrukking van Liefde en Overwinning.

In de brief aan de Hebreeën lezen we dat we aan het hout “de troon van de genade vinden om barmhartigheid te verkrijgen” (Hebr. 4,16).

Dit heeft een van de terechtgestelden die naast Christus op Golgotha hingen beleefd: De ‘goede moordenaar’ ondervindt hoe het Kruis van Jezus de plaats wordt waar hij zich vergeven en bemind weet: “Heden zult gij met Mij zijn in het paradijs”, zegt de Heer hem (Lc 23,43). Aan het Kruis horen we het woord ‘paradijs’ uitspreken.

Kruis en paradijs. Van een instrument van marteling, van geweld en minachting wordt het Kruis middel tot redding, symbool van hoop; het is de uiting geworden van de oneindige en barmhartige liefde van God. De heilige Jozefmaria legt uit dat we zien hoe Jezus op de weg naar het Kruis “zich overlevert aan de dood in de volle vrijheid van de Liefde”. Naar de Gekruisigde kijken is onze hoop overwegen.

Ook wij kunnen dat overdenken, wanneer we een kruisbeeld in onze handen nemen om eenvoudigweg naar de Heer te kijken. Paus Franciscus heeft ons uitgenodigd “ons door Hem te laten bekijken op het moment waarop Hij zijn leven voor ons geeft en ons naar zich toe trekt. Het kruisbeeld spreekt ons niet over mislukking, nederlaag; paradoxaal genoeg spreekt het ons over een dood die leven is, die leven voortbrengt, want Hij is de vleesgeworden Liefde van God, en de Liefde sterft niet, meer nog, hij overwint het kwaad en de dood. Wie zich door de gekruisigde Jezus laat bekijken wordt herschapen, wordt een ‘nieuw schepsel’”.

Hoeveel hoop kan het kijken naar het kruisbeeld ons in deze momenten geven! Het kan het kruisbeeld zijn dat we in onze kamer hebben of elders in huis. Er in stilte bij blijven staan, Hem onze innerlijke wonden, onze uitputting, onze zorgen laten zien en alles in zijn handen leggen.

Zo zullen wij de omvormende kracht van Gods Liefde ervaren, die in het Kruis het zwakke omarmt en het met hoop vervult. En we zullen ook zelf een concreet teken van de liefde van God worden: in onze gezinnen, in onze vriendschappen, in iedere omgeving waar we komen… Op elk van deze ‘plaatsen’ kunnen we een concreet teken van hoop zijn, als we ons verenigen met Jezus aan het Kruis en met Hem onze armen openen voor de anderen.

Laten we op Goede Vrijdag in het bijzonder dankbaar zijn voor de goddelijke barmhartigheid die in het sacrament van Boete en verzoening tot ons komt. Juist in deze periode van meer gebed en boetedoening, die de Veertigdagentijd en de Goede Week is, zijn veel mensen in de hele wereld niet in staat om te gaan biechten.

In deze zeer bijzondere omstandigheid heeft de Paus ons een paar dagen geleden aangeraden om in praktijk te brengen wat de Catechismus van de Katholieke Kerk [1] zegt over de akten van berouw: “Als je geen priester kunt vinden om te gaan biechten, spreek dan met God, die jouw Vader is, en vertel Hem de waarheid: ‘Heer, ik heb dit gedaan, dit, dit.... Vergeef me', en vraag Hem uit heel je hart om vergeving, met een oefening van berouw, en beloof Hem: 'Ik zal later biechten, maar vergeef me nu'.”

Op Goede Vrijdag richt de kerk haar aandacht op het Lignum Crucis, het hout van het Kruis. In de liturgie bidden we:

“Vol eerbied, Christus, aanbidden wij uw kruis, en wij zingen de lof van uw heilige verrijzenis. Want zie, door het Kruis kwam er vreugde in heel de schepping”.

Het Kruis straalt hoop uit voor de hele wereld. Daar zien we de Heer met zijn armen wijd open, klaar om onze zwakheden op zich te nemen en te genezen. En daar zien we ook de allerheiligste Maagd Maria.

Na het Ecce Homo heeft Titiaan ‘de Moeder van smarten met haar handen open’ geschilderd. Jarenlang hebben de twee schilderijen naast elkaar aan dezelfde muur gehangen. Wanneer het lijden in ons leven komt zullen we, als we naar Jezus kijken ons altijd ook vergezeld weten door Maria. Aan haar vragen wij ons te helpen dicht bij het Kruis te blijven, om hoop te bieden aan de mensen om ons heen.


[1] Nrs. 1451 en 1452.


Audiobestand van de meditatie in het Spaans: