Krakende Code

Van de bestseller De Da Vinci Code had ik al vernomen voor ik het boek zelfs maar gezien had. Via internet waarschuwde het Opus Dei, dat er veel onjuistheden in dit boek staan. Ik besloot het boek niet te lezen.

Het leven zit echter vol verrassingen. Onze dochter (41) kwam met onze kleinkinderen (12 en 8) en mijn schoonmoeder (91) bij ons in de Aquitaine logeren en bracht een verlaat verjaarscadeau mee. Op Schiphol lagen stapels van deze in enorme oplage verschenen thriller van Dan Brown. Ik had het kunnen verwachten: ik ben genoemd naar Leonardo da Vinci (1452-1519) en elk boek, waarin aan dit gemankeerde Renaissance-genie gerefereerd wordt, gewordt mij vroeg of laat. Ik reageerde gereserveerd, maar een geschenk van een fantastische dochter verdient respect en mijns ondanks ben ik gaan lezen.

Van het Opus Dei wist ik vooral iets van de Nederlandse afdeling, en daar is niets mis mee: integendeel. Ik trof daar enthousiaste mensen aan die hun geloof op gezond orthodoxe wijze belijden midden in de samenleving en bijvoorbeeld in Amsterdam wisten te voorkomen dat de voormalige Redemptoristenkerk aan de Keizersgracht zou veranderen in een meubelhal of anderszins. Zij verkondigen hun geloof primair door hun wijze van leven: “laat uw werk uw gebed zijn”. De manier waarop het Opus Dei in De Da Vinci Code wordt beschreven, is volstrekt karikaturaal en strijdig met feiten.

Zo refereert Brown in De Da Vinci Code aan twee boeken van de stichter van het Opus Dei, de inmiddels heilig verklaarde priester Josemaría Escrivá: De Weg en De Voor, beiden uitgegeven door Stichting De Boog.

Als voormalig wetenschapper heb ik zijn referte natuurlijk gecontroleerd met de feitelijke teksten er naast. Ik heb die twee boeken dus onmiddellijk aangeschaft. Browns verwijzingen kloppen van geen kant. Intussen ben ik aldus door een slecht geschreven policier gestimuleerd om mij in deze twee spirituele werken te verdiepen. Het blijken voortreffelijke boeken te zijn.

Mijn echtgenote is dol op policiers. Deze beoordeelt zij als zeer matig, omdat elke psychologische analyse en eigenlijk ook een goed geconstrueerde plot ontbreken, zulks in tegenstelling tot boeken van auteurs als Ruth Rendell. Het policiergedeelte omvat vier moorden, die gepleegd zouden zijn door een lid van het Opus Dei, in verband met een zoektocht naar de Graal en een verzameling geheime documenten. De R.-K. kerk zou vrezen dat openbaarmaking van die geheimen de ondergang van de kerk zou betekenen: er zou uit blijken, dat Jezus getrouwd was met Maria Magdalena en een mens was en geen God.

Ook zouden Mariam van Magdala en Hij tot in onze tijd nageslacht hebben. Een eeuwenoude mythe die steeds weer de kop opsteekt. Waarom zou dit de ondergang van de Christelijke kerken, althans van de R.-K. kerk betekenen? Dat wordt nimmer duidelijk uit deze chaotische pil. De auteur probeerde het gebrek aan psychologische diepgang en het zwakke plot te compenseren door de hele zogenaamde esoterische santenkraam van new age overhoop te halen alsmede allerlei populaire theorieën over vermeende vervalsingen van het Nieuwe Testament, maar helaas ook serieuze bronnen als de Nag Hammadi-geschriften.

Ik verdenk hem er van dat hij daarbij zelden bij de originele bronnen te rade is gegaan maar veel heeft ontleend aan eerdere publicaties over dit onderwerp, zoals Het geheime boek der Grootmeesters (The Templar Revelation) van Picknett en Prince uit 1997. Verscheidene zinnen lijken letterlijk uit dat boek overgeschreven te zijn. Plagiaat? Daarentegen doet de auteur niets met de naam van een van zijn protagonisten, Sophia, een begrip dat in de Nag Hammadi-geschriften een prominent element vormt. Evenmin nam Brown de moeite serieuze studie van het door hem zo verguisde Evangelie te maken.

Dit levert bizarre uitspraken op als “Niets in het christendom is origineel”; dat wordt onderbouwd met onjuiste voorbeelden, en het is natuurlijk onzin. Juist de Evangeliën bevatten elementen die totaal nieuw en uniek waren en zijn in het hele scala van wereldgodsdiensten door de eeuwen heen.

De schrijver focust uitsluitend op Christus als historisch persoon en heeft geen enkele aandacht voor Zijn verkondiging. Blijkbaar heeft hij nooit gehoord van Joh. 1: 1 en ook hieruit blijkt dat hij de Nag Hammadi-geschriften niet gelezen heeft.

Dat Brown kennelijk een hekel heeft aan de R.-K. kerk, is het minst storend. Bij herhaling waarschuwt Christus Zijn volgelingen dat vervolging hun te wachten staat. “De storm van de vervolging is heilzaam”. Dat schrijft Josemaría Escrivá in De Weg (685). Zijn boeken ben ik dankzij De Da Vinci Code gaan lezen. Toch nog iets positiefs over het broddelwerk van Dan Brown.

Nihil Obstat: Tini Jacobs-van Dulst.