Joodse medewerker Opus Dei redde centrum voor sluiting

Al vele decennia telt het Opus Dei joodse medewerkers. Eén van hen was Samuel Camhi Levy. Zijn zoon Jacobo vertelt hoe zijn vader sluiting van een school van het Opus Dei voor arme vrouwen in Guatemala wist te voorkomen.

Samuel Camhi werd in 1900 als zoon van een arme sefardische familie in Smyrna (Turkije) geboren. Als tweejarige kwam hij na de dood van zijn vader naar Jeruzalem. Omdat het inkomen van de oudste zonen onvoldoende was om het gezin te onderhouden, werd hij twee jaar later door de familie Camhi geadopteerd. De scheiding van zijn familie zou hem zijn gehele leven bijblijven. Hij bezocht de Franse school, maar het Ottomaanse Rijk, waartoe Palestina in die tijd behoorde, sloot de school tijdens de Eerste Wereldoorlog omdat het Frans was. Een studie in Parijs kon Camhi vergeten.

Een leven vol tegenslagen

Na de oorlog overleefde Samuel Camhi de Spaanse griep. De ondervoede kinderen in die tijd bleven in zijn geheugen gegrift. Hij bezwoer zichzelf: “Als ik ooit geld heb, zal ik alles doen wat in mijn macht ligt om arme kinderen te helpen!”

In het begin van de twintiger jaren stierven zijn pleegouders. Hij verliet Jeruzalem en ging naar Guatemala. Daar stichtte hij een bedrijfje. Toen het uiteindelijk ging lopen, werd het getroffen door de wereldwijde economische crisis en leidde Camhi grote verliezen. Hij wilde reeds het faillissement aanvragen, maar een toespraak van een joodse redenaar gaf hem nieuwe moed. Hij betaalde zijn schuld af en opende daarna nieuwe winkels, waarmee hij een goed inkomen kon verkrijgen.

Edelmoedige betrokkenheid bij twee sociale bouwprojecten

... en zijn vriend Ernesto Cofiño.

Begin jaren ’60 leerde Samuel Camhi Ernesto Cofiño kennen, een surnumerair lid van het Opus Dei, die zich met hart en ziel inzette voor scholings- en sociale projecten. De geestverwantschap werd weldra een diepe vriendschap. Cofiño vertelde hem over het begin van een nieuwe, door de spiritualiteit van het Opus Dei geïnspireerde school voor arbeiderskinderen Kinal. Camhi stelde hiervoor graag een huis ter beschikking.

In 1963 liet men hem kennismaken met Junkabal, een huishoudschool voor meisjes in een arme stadswijk, direct naast de vuilstortplaats van de stad. Ook deze school was ontstaan vanuit de spiritualiteit van het Opus Dei. Echter men kon de huur niet meer betalen. Camhi kocht het huis direct op, terwijl hij tot zichzelf zei: “Waar het schoon is, daar is werk.”

Zijn zoon, Jacobo Camhi, vertelt hierover verder: Het was niet zo dat hij geld in overvloed had. Hij deed het uit edelmoedigheid, om de anderen te helpen. Hij sloot een lening af en hij betaalde deze beetje-bij-beetje af met de opbrengsten van een paar stukken land. Hij belastte zelfs meerdere van zijn winkels met een hypotheek. Het maakte hem niets uit. Hij wist dat hetgeen hij ondersteunde in goede handen was. Toen hij de Stichting Samuel Camhi stichtte, stelde hij als uitdrukkelijke voorwaarde, dat de geestelijk-religieuze vorming in Junkabal toevertrouwd zou worden aan het Opus Dei.

“Waar het Opus Dei is, is religieuze vrijheid”

‘Waarom deed hij dat?’, wordt soms gevraagd, ‘niemand van jullie is toch katholiek’. Dat klopt, wij zijn alle joods door afstamming en religie. Mijn vader leefde en stierf als jood. Maar hij wist dat op deze manier in Junkabal een sfeer zonder discriminatie zou ontstaan. “Als daar het Opus Dei is,” dacht hij, “dan is er religieuze vrijheid.”

(...)

De stichter van het Opus Dei schreef ons altijd: ter gelegenheid van de verjaardag van mijn vader of op bijzondere dagen. En mijn vader zei, dat niemand hem met zoveel liefde heeft behandeld als hij.

Als ik nu aan zijn leven denk, begrijp ik zijn vreugde toen Junkabal werd geopend. Hij had eindelijk zijn belofte uit zijn jeugd vervuld. Het was een van de gelukkigste dagen van zijn leven.”

Bron Antonio Rodríguez Pedrazuela: “Un mar sin orillas. El trabajo del Opus Dei en Centroamérica” (Een zee zonder oevers. De activiteiten van het Opus Dei in Centraal-Amerika), Rialp, Madrid 1992, pagina 192-196. Medewerkers van het Opus Dei zijn mannen en vrouwen die, zonder lid te zijn van de prelatuur, behulpzaam zijn bij educatieve en maatschappelijke activiteiten, culturele en sociale projecten enz. en daarbij samenwerken met de leden.