Van jongs af aan was het geloof belangrijk voor Carol. Op haar vijftiende nam haar moeder haar mee naar een centrum van het Opus Dei om gitaar te leren spelen. Wat haar daar echter aantrok was de geestelijke vorming: "Die dag was ik gefascineerd door de meditatie. (...) Ik was al catechist en ik wilde echt verder gaan als catechist. Dus ik dacht: Dat helpt me verder." En ik bleef voortaan naar het centrum gaan. Later, in Casa Do Moinho kennen, een centrum voor vorming van het Opus Dei ontdekte ze haar roeping: "Dit is waar ik wil zijn." Geïnspireerd door de numeraire-auxiliairs herkende zei in hen wat ze in haar moeder bewonderde. "Mijn moeder is het soort persoon dat zeer contemplatief is, net zoals de heilige Jozefmaria leerde, midden in de wereld."
Toen ze echt aan haar roeping begon te denken, ervoer Carol een zekere rusteloosheid: "Ik ging naar bed en dacht eraan...Ik stond op ik en dacht eraan..." Ze besloot bezinningsdagen mee te maken, om haar weg te onderscheiden, en bij het spreken met haar moeder werd haar aangeraden: "Meisje, zou je niet eerst dit of dat doen? Als dit echt
je weg is, kun je dat na verloop van tijd bevestigen.". Ze voelde echter dat ze er geen gras over kan laten groeien: "Nee, mam. Het is nu of nooit."
"tot die tijd ging het tussen God en mij, met een beetje hulp van mijn moeder"
“Dus ik zei op dat moment ja, en toen ging ik naar mensen in het Werk die me zouden kunnen helpen beter te onderscheiden en verdere stappen te zetten. Maar tot die tijd ging het tussen God en mij, met een beetje hulp van mijn moeder.” Met hun steun nam ze als meerderjarige de uiteindelijke beslissing: "Ik werd overspoeld met een gevoel van vreugde, veel groter dan ik eerder kende."
Carol beschrijft haar dagelijks leven: “Bij mijn beroep hoort een salaris, een rooster en taken om af te maken. Ik werk hier in dit bezinningshuis, waar we maaltijden, schoonmaak en was verzorgen. Er zijn schema's en deadlines, maar ik weet dat ik dit doe voor mensen die ook dienen en mijn roeping delen.” De familiegeest van het Opus Dei valt op: "Mijn moeder zegt dat toen ik bij het Werk kwam, het Werk een verlengde werd van haar gezin."