Ik koos ervoor om psychiater te worden omdat ik de wereld wilde veranderen. Als je jong bent, heb je die dromen. Ik ben nu 60 en ik wil haar nog steeds veranderen.
Ik werk in het Nationaal Ziekenhuis voor acute tetraplegie en paraplegie in Toledo. De mensen hier verkeren op zijn minst in een staat van rouw; velen hebben van de ene op de andere dag, zonder enige waarschuwing, hun mobiliteit verloren.
De ziekte is onzichtbaar. In de psychiatrie hebben we geen bloedanalyses, we hebben geen röntgenfoto's. Onze röntgenfoto is de blik. Toen ik een keer mijn tranen niet kon bedwingen, zei een patiënt tegen me: "Hé, als jij huilt, wie gaat mij dan helpen?"
“Alles zit in de blik, en in het leren overgaan van ontkenning naar een omarming.”
Onze opleiding leert ons om als een droge spons te zijn. Je vult jezelf met de pijn die de patiënt overbrengt. Je spons loopt vol met het verdriet van die patiënt, alsof het water is, en wanneer de patiënt weggaat, wring je jezelf uit; je wringt die pijn eruit. Ik ga dan naar de kapel op de derde verdieping en vraag aan de Heer: "Mijn God, laat me niet te emotioneel worden, geef me een glimlach." Ik draag deze rozenkransring om mijn vinger om mezelf eraan te herinneren waarom ik hier ben en met Wie ik ben.
Alles zit in de blik, en in het leren overgaan van ontkenning naar een omarming.