Het Opus Dei in perspectief: geschiedenis, charisma en leven

José Luis González Gullón is de coauteur van het boek Historia del Opus Dei. In gesprek met hem verkennen we de geestelijke en juridische ontwikkeling van de instelling in de context van de hedendaagse Kerk.

In 2021 publiceerde José Luis González Gullón, historicus en professor aan de Pauselijke Universiteit van het Heilig Kruis, samen met John F. Coverdale het boek Historia del Opus Dei (Geschiedenis van het Opus Dei)[1]. Dit werk biedt een uitgebreid en gedocumenteerd overzicht van de ontwikkeling van het Opus Dei vanaf de oprichting in 1928 tot op heden. Het boek combineert nauwkeurig onderzoek met een rustige beschrijving van de menselijke en geestelijke processen die de groei van de organisatie hebben begeleid.

In het kader van het huidige herzieningsproces van de statuten van het Opus Dei, op verzoek van paus Franciscus, spraken we met professor González Gullón. Het interview heeft een beschouwende toon en wil een ruim begrip bieden van het charisma, zijn ontwikkeling en zijn plaats in de recente geschiedenis van de Kerk.

Uw boek biedt een ruim overzicht van de ontwikkeling van het Opus Dei gedurende bijna een eeuw. Als u de geschiedenis van deze instelling in de recente geschiedenis van de Kerk in enkele woorden zou moeten samenvatten, wat zou dan volgens u haar meest bijzondere bijdrage zijn geweest?

Dat veel personen, mannen en vrouwen, met vreugde zijn vervuld door de boodschap dat God hen roept om met Hem verenigd te zijn daar waar zij leven, waar zij werken, waar zij zijn. De kern van de geest van het Opus Dei is, in woorden van de heilige Jozefmaria, dat we begrijpen en ons eigen maken dat “daar waar jullie broeders en zusters zijn, daar waar jullie verlangens, jullie werk, jullie liefdes zijn, daar is de plaats van jullie dagelijkse ontmoeting met Christus”.

Welke historische en geestelijke omstandigheden vormden het kader voor de stichting van het Opus Dei in 1928? In hoeverre beantwoordde het aan de uitdagingen van de wereld van die tijd?

De boodschap van de heilige Jozefmaria sluit aan bij de geestelijke stromingen die bevestigden dat de roeping tot heiligheid ook voor de lekengelovigen geldt – we denken bijvoorbeeld aan de heilige Franciscus van Sales – en ook voor de diocesane priesters, zoals de heilige Johannes Maria Vianney, de heilige pastoor van Ars. Met het Opus Dei heeft God ons eraan herinnerd dat Hij de meeste mensen roept om heilig te zijn midden in de wereld, en meer specifiek door de heiliging van hun werk en de andere omstandigheden van het gewone leven. Vanaf het begin bracht dit charisma een missie met zich mee die aan de stichter was toevertrouwd: een christelijke familie tot leven te brengen, bestaande uit vrouwen en mannen, leken en priesters, die zich deze boodschap eigen zouden maken en op persoonlijke en institutionele wijze zouden verspreiden.

Hoe hangt volgens uw onderzoek de kern van de boodschap van het Opus Dei samen met de historische ontwikkeling ervan?

De geest die de heilige Jozefmaria in 1928 ontving, ligt ten grondslag aan alle veranderingen en ontwikkelingen die het Opus Dei in de loop der tijd heeft doorgemaakt. Dat merk ik in het bijzonder nu, terwijl ik een nieuwe biografie schrijf over de stichter van het Werk, wiens leven kan worden samengevat als het Opus Dei zijn en verwezenlijken: zijn manier om zich met Jezus te verenigen bestond erin zijn leven te geven voor het Werk en die hartsochtelijk over te brengen op zijn geestelijke dochters en zonen, ten bate van de hele Kerk.

Na de stichter hebben zijn opvolgers aan het hoofd van het Opus Dei en de andere leden van het Werk getracht om diezelfde boodschap te beleven, te ontwikkelen en te verspreiden, en deze heeft wortel geschoten in tientallen landen en verschillende culturen. Uiteraard was dat geen rechtlijnig proces en verliep het niet zonder moeilijkheden. Persoonlijke successen en beperkingen, continuïteit en veranderingen hebben de geschiedenis van de instelling en haar leden gekenmerkt en deze zijn essentieel om te begrijpen waar het Opus Dei vandaag de dag, aan de vooravond van zijn honderdjarig bestaan voor staat.

Wat heeft u, afgezien van de institutionele organisatie en de apostolische initiatieven, ontdekt over het dagelijks leven van de gelovigen van het Opus Dei en hun concrete manier om hun geloof in de wereld te beleven?

Toen John Coverdale en ik ons voorgenomen hadden om de geschiedenis van het Opus Dei te bestuderen, hebben we ons een aantal doelen gesteld. Een daarvan was het uitvoeren van grondig archiefonderzoek, dat antwoord zou geven op de belangrijkste vragen over de ontwikkeling van het Werk. Een ander doel was om verder te gaan dan een louter institutionele geschiedenis en de nadruk te leggen op het leven van concrete personen. Hoewel het vaak gemakkelijker was om de institutionele aspecten te beschrijven, hebben we altijd geprobeerd te benadrukken dat de persoonlijke inzet van elke gelovige van het Opus Dei, in zijn of haar directe werk- en leefomgeving, bepalend is geweest voor de geschiedenis van het Opus Dei.

IK DENK DAT ER EVENVEEL VERHALEN ZIJN ALS ER LEDEN OF MEDEWERKERS VAN DE ORGANISATIE ZIJN.

Ik denk dat er niet één geschiedenis van het Opus Dei bestaat, maar dat er net zoveel verhalen zijn als er leden of medewerkers van de instelling zijn. In elke situatie heeft iedereen op zijn eigen manier geantwoord op de roeping van God. Dat is de ware geschiedenis van het Opus Dei.

Elke levende realiteit maakt momenten van groei, spanningen en leerprocessen door. Wat zijn volgens u de belangrijkste uitdagingen geweest waarmee het Opus Dei te maken heeft gehad in zijn institutionele en geestelijke ontwikkeling?

Ik zou twee grote uitdagingen willen noemen. De eerste was het overlijden van de heilige Jozefmaria Escrivá de Balaguer in 1975. In elke kerkelijke instelling betekent het overlijden van de stichter het begin van een nieuwe fase, waarin het charisma niet langer rechtstreeks door de stichter wordt geïnspireerd. In het geval van het Opus Dei waren de eerste twee opvolgers van de heilige Jozefmaria – de zalige Álvaro del Portillo en monseigneur Javier Echevarría – en de mensen die vele jaren met de stichter hadden samengewerkt en tot zijn naaste omgeving behoorden, van doorslaggevend belang.

De tweede uitdaging begon in 2016 met het overlijden van monseigneur Echevarría, als teken van een nieuwe fase waarin de meeste leden van het Werk de stichter noch degenen die met hem hadden samengewerkt persoonlijk hadden gekend. Het is een moment waarop de uitdaging ontstaat om trouw te blijven aan de oorspronkelijke geest om, vanuit de trouw aan het charisma, een antwoord te geven op de veranderingen in de samenleving, in de Kerk en in de instelling zelf, wat een zekere evolutie in de manier(en) van doen en zeggen met zich meebrengt. Ik denk dat deze historische periode in de toekomst onderwerp van studie zal zijn, omdat men zal zien dat het charisma zelf de mogelijkheid biedt om nieuwe wegen in te slaan zonder de eenheid met de oorsprong te verliezen.

Het Opus Dei heeft binnen de Kerk een bijzondere juridische weg afgelegd, vanaf zijn eerste stappen tot aan zijn oprichting als persoonlijke prelatuur. Wat is de betekenis van deze weg?

De juridische weg van het Opus Dei binnen de Kerk is vanaf het begin een organisch en geleidelijk proces geweest. Net als bij andere kerkelijke realiteiten met een lange geschiedenis, past de concrete vorm waarin een missie juridisch tot uitdrukking komt zich aan aan de mogelijkheden die het Canoniek Recht in elke periode biedt, terwijl het charisma het fundamentele referentiepunt blijft. In ons geval is dat proces uitvoerig bestudeerd in het boek El itinerario jurídico del Opus Dei (De juridische weg van het Opus Dei), dat laat zien hoe de verschillende canonieke figuren steeds mogelijkheden hebben geboden om de boodschap die de heilige Jozefmaria had ontvangen gestalte te geven.

Als we ons richten op 1982, past de oprichting van het Opus Dei als persoonlijke prelatuur binnen de leer van het Tweede Vaticaans Concilie – met name in Presbyterorum Ordinis – en de verdere ontwikkeling daarvan in Ecclesiae Sanctae en in de Codex/het Wetboek van Canoniek Recht. Binnen deze theologische en pastorale context was de heilige Johannes Paulus II van mening dat deze juridische vorm goed paste bij de missie van het Opus Dei in de Kerk. De afgelopen jaren heeft paus Franciscus enkele wijzigingen aangebracht in de regelgeving voor personele prelaturen. In 2022 vroeg hij het Opus Dei om een aanpassing van zijn statuten voor te stellen, en in 2023 werden enkele canones met betrekking tot deze juridische figuur nauwkeuriger omschreven. Het Werk heeft getracht op deze verzoeken te reageren met trouw aan het charisma en met de bereidheid om te doen wat de Kerk passend achtte. In juni 2025 heeft het Opus Dei het gevraagde voorstel ingediend, volgens de door de Heilige Stoel aangegeven procedure.

Sommigen hebben de twintigste eeuw beschreven als een nieuwe lente voor de Kerk, gekenmerkt door de bloei van talrijke kerkelijke realiteiten. Vandaag zijn veel van die realiteiten volwassen geworden en bevinden ze zich in een fase volgend op de stichting. Hoe begeleidt de Kerk hun institutionele en geestelijke volwassenheid?

De relatie tussen het gezag van de Kerk en een nieuw charisma is vanaf het eerste moment noodzakelijk, zowel op lokaal als op universeel niveau. In deze interactie is een serene dialoog, die gevoed wordt door tijd, luisteren en wederzijds respect van fundamenteel belang. Het gezag van de Kerk verwelkomt nieuwe charisma's wanneer vastgesteld kan worden dat deze trouw zijn aan het geloof en vruchten van heiligheid voortbrengen, terwijl de charisma's zelf worden begrepen als realiteiten die behoren tot het ene mystieke Lichaam van Christus.

DE HEILIGE JOZEFMARIA HIELD VAN DE EENHEID VAN DE KERK EN HEEFT VELEN GEHOLPEN OM HAAR TE ZIEN ALS EEN MOEDER

Vanaf het begin van het Opus Dei had de heilige Jozefmaria een grote liefde voor de eenheid van de Kerk en heeft hij velen geholpen om haar als een moeder te zien. In het eerste studentenhuis van het Werk, in het Madrid van de jaren dertig, heeft hij een bordje opgehangen met het nieuwe gebod van de liefde dat Jezus ons heeft gegeven. En met een uitdrukking die herinnerde aan zijn Aragonese afkomst, verklaarde hij dat het Opus Dei “een deeltje (partecica) van de Kerk” is.

Hoe zal het Opus Dei, in het licht van uw onderzoek en van de geschiedenis die u hebt verteld, zijn honderdjarig bestaan beleven in de huidige context van de Kerk en de wereld?

Het Opus Dei zal zijn honderdjarig bestaan beleven samen met de Paus, met alle christenen en alle mensen van goede wil. En dat doet het met een grote vitaliteit. Vandaag de dag ontdekken veel personen in de geest van het Opus Dei een weg die hen ertoe brengt zich te vereenzelvigen met Jezus Christus en de wereld te veranderen voor God.

Ik denk dat de uitdaging om het Evangelie te verspreiden groter is dan honderd jaar geleden. We zien dat in de Westerse landen, waar veel gezinnen het geloof van hun voorouders hebben verloren en waar er weinig voedingsbodem is voor jongeren om zich radicaal in te zetten voor de wereld. Ook zijn er belangrijke uitdagingen in Azië en Afrika, waar een opmerkelijke apostolische vitaliteit samengaat met de realiteit dat de meerderheid niet christelijk is.

DE GEEST VAN HET OPUS DEI HELPT TALRIJKE MENSEN VAN ALLE MILIEUS JEZUS TE LEREN KENNEN EN LIEF TE HEBBEN

Zowel in het Westen als in Azië en Afrika helpt de geest van het Opus Dei veel mensen van allerlei maatschappelijke achtergronden en omstandigheden Jezus te leren kennen en lief te hebben. Deze boodschap wordt verspreid door mannen en vrouwen die, zoals de heilige Jozefmaria zei, contemplatief willen zijn midden in de wereld, verbonden zijn met de Paus en de Kerk, en een duidelijk besef van hudsn missie hebben.


Deze video gaat over het charisma van Opus Dei in de woorden van de heilige Jozefmaria:


[1] Historia del Opus Dei (Geschiedenis van het Opus Dei) wordt nu in het Italiaans uitgegeven door Ares, onder de titel “Opus Dei. Una storia”