Het was in een parochie waar ik Jezus leerde kennen, waar mijn eerste ontmoeting met God plaatsvond. Daarna ging ik naar de stad La Paz om mij voor te bereiden op mijn Eerste Communie. Nog vóór ik twaalf jaar werd, deed ik mijn Eerste Communie op een plaats waar enkele numeraires ons voorbereidden. Op die manier leerde ik het Werk kennen.
Sinds ik God ken, die dag waarop ik voor het eerst een kerk binnenging waar een tabernakel was, ben ik nooit meer opgehouden aan Hem te denken.
Toen ik om toelating vroeg, was ik 23 jaar oud. Ik dacht na over mijn roeping door te kijken naar de andere numeraire-auxiliairs en de numeraires, maar ik had geen concrete vriendin, geen numeraire-auxiliair die mij hielp, mij begeleidde of mij aanmoedigde.
Het Werk is een familie. Waarom zeg ik dit? Omdat er altijd iemand is die zich om je bekommert.
Ik vroeg om toegelaten te worden tot het Werk en ze zeiden me dat het niet kon, dat ik niet tot het Werk kon behoren. “Je moet er goed over nadenken”, zeiden ze me. En ik zei: “Maar hoelang dan?” Want ik had mijn beslissing al genomen. En ze zeiden me dat ik een tijd kon wachten, dat je vaak op de deur moet kloppen. Ik denk dat ze me dat zo gezegd hebben opdat ik zekerder zou zijn van mezelf en van de beslissing die ik ging nemen.
Iets wat ik van jongs af aan heb geleerd, is oprecht te zijn, trouw tegenover anderen. Die oprechtheid die mijn ouders mij hebben bijgebracht, komt me van pas in het Werk, omdat het voor ons allemaal goed is altijd de waarheid te zeggen, want dat helpt ons trouw te zijn, zowel in het werk als in het Werk, of in de familie, in de omgeving waarin je bent.
Numeraire-auxiliair zijn is dienen. Het is de anderen dienen. Het is niet alleen de anderen dienen, maar God dienen en daarna, uit liefde tot God, de anderen, leven voor de anderen. We voelen ook dat wij gediend worden; ik heb me ook vaak door de anderen gediend en geholpen gevoeld. Het is mooi om te dienen, het is mooi om ons om de anderen te bekommeren.
Mijn beslissing om op een bepaald moment voor mijn moeder te zorgen was noodzakelijk en aan de andere kant is het me erg zwaar gevallen om het familieleven te verlaten: het samenleven met de anderen, bij de anderen zijn, grapjes maken, het werk, de vaste tijden. In alle eerlijkheid heeft het me veel gekost dat achter te laten om me te kunnen wijden aan de zorg voor mijn moeder. Maar terwijl ik op het platteland was en voor mijn moeder zorgde, ging er als het ware een ander, nieuw terrein voor me open, anders dan wat ik altijd had gekend en altijd in de stad had beleefd. Ik ben eerst als catechiste gekozen. En ik ben ook door verkiezing tot vakbondsvertegenwoordigster benoemd. Goed, ik ben aan het leren, ik zit in dat leerproces en ik heb de gemeenschap ook gevraagd mij te helpen.
Het Werk is voor mij, we zouden kunnen zeggen, een familie. Ja, je mist het Werk wanneer je ver weg bent. Ik mis het echt heel erg, en vooral het leven in familie, momenten van samenzijn met de rest. Ook al zie je het soms niet, merk je het soms niet, voel je het soms niet, in werkelijkheid is het een familie. Waarom zeg ik dit? Omdat er altijd iemand is die zich om je bekommert.