'Opus Dei-huizen: niet vrijblijvend niet dwingend.'

Ook in Nederland heeft het Opus Dei een aantal studentenhuizen. De vraag is: Wat doet het iemand? We vroegen het aan een regelmatige bezoeker en een bewoonster.

Als plaatsvervangend gastheer laat Christiaan me het huis aan de Roemer Visscherstraat in Amsterdam zien: hij woont er niet, komt er alleen vaak. De vensters bieden uitzicht op het Vondelpark, en van zo'n pand krijgt een beetje makelaar wonderschone dromen. De woonkamer maakt een jaren zeventig indruk, zeer degelijk gemeubileerd, de spreekkamer formeel, maar tenminste met rookvergunning. De rest (ongezien), ruim en een trap die zich leent voor bruidsreportages.

Het achterste gedeelte van de kamer en suite op de bel-etage is afgeschot: daar bevindt zich de huiskapel, inclusief tabernakel. We knielen een kort moment en gaan op het terras van het Filmmuseum in het Vondelpark genieten van de tweede zonnige dag die ons dit jaar is vergund. Het park en dit paviljoen zijn initiatieven van de Amsterdamse elite uit de negentiende eeuw, de zon is een godsgeschenk.

Christiaan (30) is er een regelmatige bezoeker van de Missen en de lezingen. Hij heeft op alle fronten een late roeping: na een studie bestuurskunde in Leiden koos hij aan de Hogeschool Holland in Amsterdam voor de opleiding tekstschrijven en na korte uitoefening van die praktijk studeert hij thans rechten aan de Vrije Universiteit.

Uitdagende omgeving

Christiaan komt uit de Remonstrantse Broederschap en mocht van zijn ouders mee naar de Kerk, maar hoefde niet: "Ik ben altijd kerks geweest, maar ik moest nooit." Via een meezinger in het koor in Leiden kwam hij terecht bij een lezing over Thomas van Aquino. "In de pauze kwam een priester op me af, maar deze confrontatie was me te direct, ik had daar geen trek in, was zelfs benauwd voor opdringerige bekering."

De lezing werd gegeven door een priester van het Opus Dei en die nodigde hem uit voor een geloofscursus, waar Christiaan aan heeft deelgenomen: "De katechismus voor beginnelingen in acht lessen. Heel leerzaam, ik zocht iets zonder te weten wat, maar ik bewaarde toch grote afstand." De tijd verstreek en met Kerstmis kreeg hij een kaartje van die priester: "Dat trof me. Iemand die ik al half vergeten was, dacht aan me."

"Toen ik naar Amsterdam verhuisde vroeg hij me of hij me mocht introduceren bij een studentenhuis, maar ik had al onderdak gevonden. Toch ben ik regelmatig gekomen, want het was een aardige man, en de vormingsactiviteiten waaronder lezingen zetten me aan het denken: Waarom vind ik, wat ik vind? Voor een beetje intellect was dit een uitdagende omgeving."

Poppenkast

Veel geloofsvragen werden beantwoord tijdens een reis in Peru. "Ik werkte mee aan een bouwproject, een schooltje in een bergdorp, en ik ging er naar de Kerk. Ik werd getroffen door het authentieke geloof, de eenvoud, de vreugde ondanks de armoede. Daar is de belangstelling voor de katholieke Kerk begonnen en de mensen van Opus Dei konden goede antwoorden geven."

Christiaan werd getroffen door de openheid en het respect voor andermans mening: "Als ik niks vroeg zeiden ze ook niets, maar hun uitleg heeft mij over veel drempels geholpen, want in de Remonstrantse Broederschap vonden wij de katholieke Kerk eigenlijk maar een poppenkast. Dankzij het Opus Dei heb ik veel intellectuele weerstand tegen de katholieke Kerk overwonnen." De overtuiging was sterk genoeg om in 1995 toe te treden tot de moederkerk.

Waarom? "Het is een beetje een gekke vergelijking, maar ik had al een paar delen van de encyclopedie, en beschik nu over alle delen." "Wij hadden van huis uit geen eenduidig kerk- of godsbeeld, ik vind het katholicisme concreet. Ofschoon een uitstelling van het Allerheiligste me nog altijd niet in vervoering brengt, hecht ik zeer aan het sacrament van de biecht. Als je niet vergeven wordt, hoe kan je dan zeggen dat God van jou houdt?"

Lastige tijden

Toetreden tot de Kerk legt weliswaar geen verplichtingen op, maar vrijblijvend is het evenmin. "Ik lees veel om het geloof levend te houden en als je apostolisch wilt zijn, moet je veel weten om discussies met andersdenkenden aan te kunnen." De boodschap, dat je al een goed katholiek kan zijn door je dagelijkse werk goed te doen, is al te bekend, maar toch is Christiaan in 1999 lid geworden van het Opus Dei, vanuit een lekenroeping, zonder celibaatplicht.

"Ik zoek de heiligheid in het dagelijks leven, ik heb mijn leven niet veranderd, ben geen andere kleren gaan dragen en ik volg dezelfde studie. Wat ik al deed, doe ik intensiever, niet alleen voor de lol maar om een beter christen te zijn." Inmiddels zijn we een bank opgeschoven om nog in de zon, dat absolute godsgeschenk, te zitten en ben ik aan de laatste vraag toe: Wat heb ik niet gevraagd wat hij toch kwijt wil?

Christiaan: "Ik hou niet van dat geklaag over leeglopende Kerken, alle voorzieningen zijn er. Ik ken geen gevoel van achteruitgang, voor mij persoonlijk alleen maar van vooruitgang, en om weerbaar te zijn in lastige tijden is geestelijke vorming van groot belang. De eerste christenen hadden het een stuk moeilijker dan wij."

Studieuze omgeving

Het verhaal van Manon (31) vertoont grote overeenkomsten. Zij woont in het studentenhuis Aenstal in de Jan Luijkenstraat, eveneens in Amsterdam-Zuid. Ze kwam er als middelbare scholiere voor het eerst, om een lezing bij te wonen. Bij een studentenhuis stelde ze zich opgestapelde vaat en veel vuilnis voor, maar dit huis bleek zeer proper en geordend te zijn en gezien de sfeer meer een thuis.

De katholieke origine van het huis bleek goed van pas te komen tijdens haar studie klassieke talen, ook al aan de VU. Daarbij kwamen tevens oudchristelijke teksten aan bod, die ze moeilijk kon plaatsen, want ze was afkomstig uit een niet-religieus gezin. De vormingsactiviteiten van het huis vormden een welkome aanvulling op de studie. In 1992 kon ze er komen wonen en nam deel aan lezingen, opknapwerkjes aan het huis en bezoek aan ouderen en zieken.

De studieuze omgeving stimuleerde haar zeer in haar opleiding, en de aandacht voor anderen was vormend. "In het huis hebben mensen met diverse religieuze achtergronden gewoond, praktiserend of niet. Van belang is dat alle studentes de ander respecteren, waarderen en waar nodig helpen. Ofschoon de meeste activiteiten in Aenstal geen religieus karakter hebben, zijn in het huis waardering voor en klemtoon op christelijke waarden duidelijk merkbaar."

Schoonmaaktaak

Het huis bij het Rijksmuseum bestaat al bijna vijfendertig jaar en biedt evenals dat aan de Roemer Visscherstraat een ideale omgeving voor serieuze studenten. Er is een bescheiden bibliotheek, een studiezaal en er zijn tijdbesparende maatregelen, zoals de kok en de gezamenlijke maaltijd. Manon: "We hebben nog wel allemaal een schoonmaaktaak, maar het feit dat je niet elke dag boodschappen hoeft te doen en te koken scheelt tijd. Die kunnen we nuttiger gebruiken."

Mede door Aenstal heeft Manon het geloof leren kennen en is ze in de katholieke Kerk gedoopt: "Mijn achtergrond was niet-gelovig en in Aenstal heb ik de waarden van het katholieke geloof ontdekt. Niet omdat het wonen in het huis hiertoe moest leiden, maar omdat de open sfeer, de gezelligheid, de huiselijkheid en de culturele en sociale activiteiten - overeenkomstig de opvattingen van de stichter van het Opus Dei - het mogelijk hebben gemaakt God te ontdekken in de bezigheden en verplichtingen van iedere dag."

Meer informatie over de studentenhuizen is te vinden op: www.instudo.nl.

  • Bart Makken // Katholiek Nieuwsblad