Bericht van de prelaat (20 februari 2021)

Aan het begin van de veertigdagentijd nodigt Mgr. Ocáriz ons uit om de identificatie met Christus te zoeken via de weg van de armoede, zoals de Veertigdagentijd ons voorhoudt.

Pastorale brieven en berichten
Opus Dei - Bericht van de prelaat (20 februari 2021)

Mijn geliefde dochters en zonen: moge Jezus jullie behoeden!

We zijn begonnen met de Veertigdagentijd – de voorbereiding op de Goede Week – die ons herinnert aan de veertig dagen die Jezus in de woestijn doorbracht. Door te vasten en door bekoringen te ondergaan laat de Heer ons zien dat God alleen volstaat. Het in praktijk brengen van vasten, aalmoezen geven en bidden helpt ons om ons opnieuw met die werkelijkheid vertrouwd te raken.

Door te vasten proberen wij ons met Christus te vereenzelvigen langs de weg van de armoede: “Het vasten, beleefd als een vorm van onthouding, brengt hen die dit beleven in eenvoud van hart er toe opnieuw de gave van God te ontdekken en te erkennen dat wij, geschapen naar zijn beeld en gelijkenis, in Hem onze vervulling vinden” (Paus Franciscus, Boodschap voor de Veertigdagentijd 2021).

Zoals wij weten ligt de schoonheid van de deugd van armoede niet in de eerste plaats in het afstand doen van geschapen goederen, maar in het afstand doen van de wanorde die een mens ervaart wanneer die goederen niet geïntegreerd zijn in een leven dat op God gericht is. Armoede verkondigt en herinnert aan de oorspronkelijke goedheid van de schepping en van de materiële dingen. Terwijl onthechting daarvan bevestigt dat “het hart van de mens zich niet tevreden stelt met het geschapene, maar naar de Schepper verlangt” (Gesprekken, nr. 110).

Deze Veertigdagentijd kan een geschikte tijd zijn om deze uitdaging aan te gaan: ons hart te onderzoeken om te ontdekken hoe de materiële dingen waarover wij beschikken, bijdragen tot de vervulling van de zending die God ons heeft toevertrouwd. Dan zullen wij gemakkelijker loslaten wat nutteloos is en onbelast voortgaan zoals de Heer, die “niets heeft waar Hij zijn hoofd op kan laten rusten” (Lc 9,58). Levend in een geest van armoede, zullen wij leren de dingen van de wereld te waarderen, voor zover wij daarin hun waarde zien als een weg van vereniging met Hem en van dienst aan anderen. Wij zullen met vreugde afstand kunnen doen van de dingen die op dit moment geen deel uitmaken van deze weg.

Met alle genegenheid zegent jullie

jullie Vader

Rome, 20 februari 2021