H JozefmariaDagelijkse teksten

“De anderen het leven aangenaam maken”

Zolang je ervan overtuigd blijft dat anderen altijd in hun leven voor jou klaar moeten staan, zolang je niet het besluit neemt om te gaan dienen - verborgen te blijven en te verdwijnen - zal het contact met je broeders, je collega's en je vrienden voor jou een voortdurende bron zijn van ongenoegen, slechte stemming: van hoogmoed. (De Voor, 712)

Als het je moeite kost om iemand een plezier te doen, een dienst te bewijzen, denk er dan aan dat hij een kind van God is en herinner je dat de Heer ons heeft bevolen elkaar lief te hebben.
En verder: dring iedere dag dieper in dit evangelische voorschrift door! Blijf niet aan de oppervlakte. Trek er de consequenties uit - dat is niet zo moeilijk, en richt je gedrag van ieder ogenblik naar die eisen.
(De Voor, 727)

Wat zou het mooi zijn als jij jezelf, iedere dag opnieuw, van harte en onopgemerkt, weet weg te cijferen om de anderen het leven aangenaam te maken. Op deze manier had Christus de mensen lief.
(De Smidse, 150)

Als wij Christus in onze ziel laten heersen zullen wij geen heersers worden, maar dienaars van alle mensen. Dienen. Ik houd veel van dat woord! Mijn koning dienen, en door Hem alle mensen die door zijn bloed zijn verlost. Wisten wij christenen maar hoe we moeten dienen! We kunnen de Heer zeggen dat we willen leren hoe we die opdracht moeten uitvoeren, want alleen door te dienen kunnen we Christus leren kennen en liefhebben; alleen dan zullen we anderen met Hem in contact kunnen brengen en bereiken dat ook zij van Hem gaan houden.
Hoe kunnen wij Hem aan de mensen laten zien? Door ons voorbeeld: laten we van Christus getuigen door Hem te dienen bij alles wat we doen, uit vrije wil, omdat Hij de Heer van alles in ons leven is, omdat Hij de enige en uiteindelijke reden is van ons bestaan. Als wij dit getuigenis van ons voorbeeld hebben gegeven, zullen wij de leer van Christus ook door onze woorden kunnen doorgeven. Zo is Christus te werk gegaan: Coepit facere et docere (Hand. 1,1), Hij begon met zijn voorbeeld en pas daarna met zijn goddelijke prediking.
(Christus komt langs, 182 )